Nightcrawler

Jake Gyllenhaal moet zo ongeveer de meest eclectische A-lister van Hollywood zijn. Hij heeft kaskrakers als Brokeback Mountain en cultklassiekers als Donnie Darko op zijn CV staan, maar ook absolute rommel als Prince of Persia. Recent lijkt hij een voorkeur te hebben voor minder vanzelfsprekende maar beloftevolle regisseurs als Denis Villeneuve (Enemy, maar ook Prisoners) en Duncan Jones (Source Code). Aan dat rijtje mogen we nu Dan Gilroy toevoegen, de scenarist van onder meer The Bourne Legacy die met Nightcrawler zijn regiedebuut aflevert.

Nightcrawler is, naast de naam van een minder geslaagde X-man, de benaming voor het soort riooljournalisten dat elke nacht politieradio’s afluistert op zoek naar scoops en smeuïg beeldmateriaal. Geen droomjob, durven wij denken – en één die enkel opgenomen wordt door wanhopigen of mensen met een hoek af. Gyllenhaal speelt de werkloze koperdief Louis Bloom, iemand die we eigenlijk in beide categorieën kwijt kunnen. Bloom is dringend op zoek naar werk, maar kan niemand van zijn kwaliteiten te overtuigen. Veel heeft er wellicht mee te maken dat hij de sollicitatieworkshops van de plaatselijke VDAB net iets te ernstig neemt. Na een toevallige ontmoeting met nightcrawler Joe Loder (Bill Paxton) besluit hij om zijn carrièreplanning wat bij te stellen en zich een goedkope camera aan te schaffen. Met wat vallen en opstaan werkt hij zich op tot succesvol journalist die zich specialiseert in het schieten van beelden die nog net iets gruwelijker zijn dan die van zijn collega’s. We zien Bloom stukje bij beetje evolueren naar een gewetenloze schurk die niet vies is van een verplaatst lijk of een uitgelokt ongeval, als het maar betere beelden op levert. Hoe meer hij afdaalt op de morele ladder, hoe succesvoller (en rijker) hij wordt.

Het uitgangspunt van de film leent zich prima voor een makkelijke kritiek op journalisten en mediabedrijven die profiteren van andermans ellende. Gilroy gaat echter verder dan dat. Vanaf de eerste shots benadrukt hij, onder meer via radioberichten en televisiebeelden, de ellendige staat van de Amerikaanse economie. Hij schetst een achtergrond van economische malaise, werkloosheid en onzekerheid die werkzoekenden verplicht hun toevlucht te zoeken tot extreme maatregelen. Het is dan ook tegen die achtergrond dat we de nightcrawlers moeten begrijpen. Bloom vertolkt dat mooi: hij vertrekt vanuit een uitzichtloze situatie waarin hij telkens opnieuw van het kastje naar de muur wordt gestuurd, wordt ingehaald door concurrenten die baldadiger en grover te werk gaan dan hij. Hij mag zich dan (op de duur) als een enorme smeerlap gedragen, eigenlijk doet hij weinig anders dan de logica van een bestaand systeem op de spits drijven. Bloom is een man met sociopatische trekjes, dat wel, maar hij werkt zich binnen in een economische omgeving die blijkbaar baat heeft bij dat soort mensen. Gilroy speelt hier met een grappige hyperbool: hij laat Bloom elk sociaal contact vertalen naar het soort newspeak dat we horen in de vergaderzalen en seminars van het hedendaagse bedrijfsleven. Dat is niet alleen komisch, het wordt ook bijzonder grimmig als je ziet hoe hij die managerslogica inzet om zijn compleet verwerpelijke daden te verantwoorden. Gyllenhaal speelt zijn rol trouwens fantastisch. Blooms gedrag neigt soms naar het cartooneske, maar wordt nooit echt karikaturaal. Het is vanaf de eerste beelden duidelijk dat Bloom een gevaarlijk type is, maar hij wordt absoluut niet als de eendimensionale schurk voorgesteld – Gyllenhaal en Gilroy laten ook ruimte voor Blooms wanhoop en zijn uitzichtloze situatie. Enfin, meerdimensionaal of niet, de mens blijft een gestoorde smeerlap.

Interessant is ook dat we Blooms gruwelijke beelden zelden rechtstreeks te zien krijgen. Als we hem op crime scenes zien rondstruinen, zien we wat hij filmt meestal door het venstertje van zijn camera – dat zorgt er niet alleen voor dat je de indruk krijgt dat je naar authentieke nieuwsbeelden aan het kijken bent, de veelheid aan schermen-in-schermen (ook in andere scènes, zoals die in de televisiestudio’s) zorgt voor een interessante verdubbeling die de kijker als mediaconsument dicht bij Blooms immorele praktijken betrekt. Je voelt je telkens een beetje medeplichtig. Zeker ook omdat Bloom, net als echte journalisten, weet hoe hij zijn beelden moet opbouwen. Je ziet de lijken nooit meteen, maar wordt geteased met lange shots van bloedsporen of wrakken die je een beetje frustreren. Want natuurlijk wil je dat lijk wel even zien, dat ligt er nu toch.

Nightcrawler moet het niet alleen hebben van een interessant verhaal en geweldige vertolkingen. Gilroy levert ook gewoon een lekker spannende thriller af. Het tempo zit goed, elke nieuwe streek van Bloom blijft je verbazen en tijdens bepaalde scènes zit je echt op het puntje van je stoel. Enige minpuntje is dat de climax van de film niet ook het einde is. Gilroy kleeft nog een epiloog van een kleine tien minuten aan zijn prent die gerust geschrapt had mogen worden. Dat is natuurlijk detailkritiek; Nightcrawler is een bijzonder intense thriller die je achteraf nog heel wat stof geeft om over na te denken. Topper!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeventien + acht =