Lucrecia Dalt + Jerusalem In My Heart + Suuns :: 25 november 2014, HetBos (Antwerpen)

Zo elektronisch en toch zo organisch: Suuns, Jerusalem In My Heart en Lucrecia Dalt bewijzen stuk voor stuk dat de oerklanken van hun muziek de ziel doen dansen, ook al ontspringt bijna elk geluid aan machines. En dit allemaal omgeven door de betonnen natuur van HetBos.

Zo elektronisch en toch zo organisch: Suuns, Jerusalem In My Heart en Lucrecia Dalt bewijzen stuk voor stuk dat de oerklanken van hun muziek de ziel doen dansen, ook al ontspringt bijna elk geluid aan machines. En dit allemaal omgeven door de betonnen natuur van HetBos.

Suuns en Jerusalem In My Heart hebben na jarenlang uitstelgedrag eindelijk de tijd gevonden om samen op te treden. Het aanstormend talent Lucrecia Dalt werd ingelijfd als opwarmer en HetBos, voor velen nog steeds “de nieuwe Schelda’pen”, was meteen een logische locatie voor het concert. Suuns, Jerusalem In My Heart, noch Lucrecia Dalt zijn echt bekende namen in de lage landen, dus is een niet te grote zaal met goed geluid perfect. De betonnen muren kunnen wat afschrikwekkend zijn, maar de klank komt hier – volgens Dalt zelf — beter tot zijn recht dan in zalen zoals de Vooruit in Gent.

Lucrecia Dalt is nog niet heel lang actief, maar werd recent opgepikt door Nicolas Jaars label Other People, en je hoort waarom. In HetBos begint haar set wat traag, maar eens ze wat snelheid oppikt, stijgt ze meteen op naar haar ontastbare wolk. Zoals altijd lijkt Dalt ingetogen en verlegen maar tegelijkertijd heel zelfzeker telkens wanneer ze met één enkele minuscule tweak een loop van haar basgitaar deconstrueert tot een primitieve beat. Kleine penseelbewegingen van haar rechterhand volgen de muziek, alsof ze de aanpassingen in haar loops simpelweg uittekent. Ze schetst, schildert, vervormt, hervormt, vertraagt en vervaagt alsof ze in haar woonkamer speelt, enkel voor zichzelf. Minihitjes “Esotro” en “Veta” klinken bijna als op plaat, maar intussen probeert Dalt ook hier en daar de nummers te veranderen. Soms vallen de nummers daardoor bijna stil, maar tegen het einde van de set was het publiek zonder twijfel opgewarmd.

Jesse “Boots Electric” Hughes zei in een wijze bui ooit: “It’s never too dark to be cool”, als antwoord op de vraag waarom hij een zonnebril op had in het midden van de nacht. Jerusalem In My Heart-frontman Radwan Ghazi Moumneh zet dat statement maar snel even kracht bij. Zoek zelf maar eens drie recente foto’s van hem zonder zonnebril: verdomd moeilijk! Onder begeleiding van synth werpt hij een Libanese zanglijn naar het publiek en zet daarmee de toon voor de rest van de avond. De samenwerking tussen Suuns en JIMH omarmt en gebruikt de onderlinge verschillen van sound en traditie.

Luide gitaarrifs en wilde drumlijnen worden afgelost door vloeiende synths, ritmische oefeningen op een hi-hat een buzuqsolo. De solo op het Libanese snaarinstrument is niet spectaculair, maar bespeelt wel het contrast tussen traditionele en moderne muziek, dat in zekere zin centraal staat binnen dit project. Hoe elektronisch de bezetting ook is, het doet de organische kracht van de traditionele inspiratie geen onrecht aan en de energie van de elektrisch versterkte oriëntaalse ritmes en melodieën wordt steeds opnieuw tegemoetgekomen door een energetisch publiek. Een publiek dat een volle vijf minuten bleef klappen nadat de band het podium had verlaten, overigens.

Na een avond van muziek die van bij het eerste nummer van Lucrecia Dalt doorheen de set van Suuns en Jerusalem In My Heart steeds sterker werd, was het moeilijk afscheid te nemen van de groepen; de gretige mens wil altijd meer. Of het nu ging om een “quit while you’re ahead”-motto of een simpel gebrek aan bisnummers, weten we niet. De bands eindigden op hun toppunt met een knal.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 − 2 =