The War On Drugs :: 2 november 2014, AB

Eén nummer: zoveel had The War On Drugs nodig om van een voor niet meer dan het status quo bestemd mid-levelbandje uit te groeien tot de rocksensatie van het jaar. Na passages in de Botanique en de nodige festivals voelde het concert van de band zondagavond als een ererondje dat met overtuiging werd afgelegd.

“I’m touching it. We’re good”. Adam Granduciel zegt het doodgemoedereerd, maar een volle Ancienne Belgique haalt opgelucht adem. Even zag het er naar uit dat de zanger het boos zou aftrappen nadat hij een elektrische shock kreeg van een microfoon die hij al een nummer lang achterdochtig had benaderd. De gitaar ging kwaad tegen de grond en hij bijna de coulissen in vooraleer hij dan toch een sigaretje opstak terwijl de aarding van het spreekding werd aangepakt.

Je kunt je dan ook inbeelden dat de langharige frontman van The War On Drugs erger heeft meegemaakt in het kleine decennium dat zijn band nu al bestaat. Een vorige keer dat ‘ie in de AB stond, kon zijn groep nauwelijks de club vullen; je kan er van op aan dat in de Verenigde Staten toen groezeligere holen zijn aangedaan, waar veiligheidsvoorzieningen voor de band al helemaal een lachertje zijn.

Toen, dat is: voor “Red Eyes” alles veranderde voor The War On Drugs. Het blijft een even onwaarschijnlijk succesverhaal als dat van The National hoe dat nummer in één klap alles op zijn kop zette. Kreeg de band met vroegere platen als Wagonwheel Blues en Slave Ambient nog geen minuutje airplay, dan was het deze lente bingo met dat nummer: Hot Shot op Studio Brussel, Alarmschijf-of-hoe-dat-tegenwoordig-heet in Nederland, en een zomeranthem was geboren.

Nochtans valt ook in de AB niet weg te steken hoe hard dit in feite terminaal onhippe oudemannenmuziek is. Lees je ‘t niet van de gegroefde gezichten her en der in het publiek af, dan hoor je ‘t wel in de echo’s van Bruce Springsteen, Pink Floyd en Dire Straits die opzichtig in de noten terug te vinden zijn. Maar het werkt. In “In Reverse” hoor je hoe weemoed en nostalgie misschien wel de essentieelste onderdelen zijn van het DNA van de band. Het lijkt soms alsof Granduciel in sepia zingt.

“Under The Pressure” heeft de toon dan al gezet. Met zijn lang uitgesponnen instrumentale partijen is dit IMAX-rock; geschikt voor breedbeelden van stoffige snelwegen waarover The War On Drugs de song al eens durft stilleggen om oeverloos te gaan soundscapen. Daar leeft de band zelfs voor. Een baritonsax mag even van de teugel, terwijl de muzikanten in volle enthousiasme blijven doorgaan tot ze even niet meer weten hoe ze nu weer moeten afronden, en dat dan maar een beetje onhandig en plots doen.

“An Ocean Between The Waves” is niet meer dan een variatie op datzelfde ramen-open-vuist-omhoog-thema, met een Granduciel die misschien nog iets meer de vertelstem van een Springsteen lijkt te hebben geleend. Een stevige finale volgt; de highway ligt open, er is geen cop in zicht. En de eerste “Whoo!”‘s mogen los.

Het is allemaal één nummer dus, maar dat volstaat, want stuk voor stuk heeft elke song het soort melodie dat een beetje in de ziel kerft. Het mijmert over vroeger, zwelgt in het heimwee, en zucht om betere tijden die ooit om de hoek moeten liggen, zoals Granduciel dat tijdens de donkere dagen die leidden tot het schrijven van doorbraakplaat Lost In The Dream van begin dit jaar moet hebben gehoopt. Zo is het ook met de gedreven eerste uitschieter “Burning”, dat blijft drijven op het pulserende electroritme van de intro, maar de spanning van daar blijft opdrijven. Het aantal lukrake “Whoo!”‘s — Granduciels signatuurkreet — dat we al hebben gehoord, is ondertussen niet meer te tellen.

Er zullen er nog volgen, niet in het minst in dat “Red Eyes” waar iedereen op zit te wachten. We zijn dat onverkwikkelijke bijna-elektrocutiemoment dan nét voorbij, maar geen minuut ver is dat alweer lang vergeten. Dit is dan ook zonder enige tegenspraak de song van het jaar; een epische rocker die opgetild wordt door een gitaar-en-dan-synthlijntje dat bijna pijn doet. Het is een briljant instrumentaal refrein dat emotioneel resoneert zoals enkel dingen zonder woorden dat kunnen doen.

Het is een triomfmoment, maar tegelijk krijg je het gevoel dat het voor The War On Drugs ook wel eens de definitieve top zou kunnen zijn. Het heeft de groep drie platen gekost om dit trucje fijn te slijpen; kan het nog beter? Je kunt er niet om heen dat er beperkingen zijn aan het eenvormige geluid van de band. Dat het, zoals in “Suffering”, al eens zo classic rock is dat het van Mozart had kunnen zijn, bijvoorbeeld. Of dat Granduciels zanglijnen wel heel erg hun limiet hebben en al eens klinken als Bruce Springsteen met een snotvalling, ergo: Bob Dylan, van wie nog een niet meer dan degelijke barband versie van “Tangled Up In Blue” wordt gebracht.

Dat zijn echter vraagtekens die voor een volgende plaat gelden. Vanavond wordt nog even afgesloten met een daverend “Arms Like Boulders” en een pakkend “Baby Missiles”. The War On Drugs heeft zijn boerenjaar afgesloten met een prachtconcert en dat is wat telt. De rest is een wordt vervolgd dat later wel eens wordt bekeken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 − 2 =