First Aid Kit :: 28 september 2014, Botanique

Kleine meisjes worden groot, en maken ondertussen drie platen. Zes jaar zitten Joanna (24) en Klara (21) Söderberg ondertussen in de muziekbusiness, maar het lijkt een eeuwigheid. En zo voelde ook het optreden in de Botanique: oerdegelijk, gerodeerd, maar ook een klein beetje klinisch. Alsof de zusjes alweer elders zaten met hun hoofd.

Oh, niet dat het folkduo een slecht optreden gaf. Daarvoor zijn de Söderbergs te – fluister het woord en huiver een beetje – professioneel. Ze deden wat van hen verwacht werd: kwamen uitgedost in gouden kledij het podium op op de tonen van orkestrale strijkers zoals ze die op hun recente plaat Stay Gold gebruikten, zetten de titelsong daarvan in, en dat was dat: het klonk goed, de stemmen klauwden goed in elkaar, en hun muzikanten, op drum en een pedal steel, speelden foutloos en proper. Geen kwaad woord over “Blue” ook, noch over het opzwepende “King Of The World”. Of toch? Dat “Fire”, dat er op plaat zo jongemeisjesachtig veel te enthousiast uit spat, weerklinkt zonder de bijhorende pretoogjes. Bright Eyesheld Conor Oberst, die op plaat een stroofje meekweelt, is dan ook afwezig; dat scheelt natuurlijk.

Maar toch. Als de zusjes zelf niet enthousiast verslag zouden uitbrengen van hun dagje uit in Brussel – Art Nouveau! Het Muziekinstrumentenmuseum! – of hun herinneringen aan hun vorige optredens in de Botanique, we hadden gewag gemaakt van een “if this is Sunday, this must be Belgium”-concert. Maar dan is daar plots “Shattered And Hollow”, en je denkt “wat een zin voor melodie”. En zelfs al wordt “Waitress Song” verknald door een veel te opzichtige pedal steel, dan is er toch weer zo’n moment dat de stemmen zo perfect bij elkaar kleuren dat alles weer vergeven en vergeten is.

Want zelfs al is Klara – het opdondertje van de twee – het ware talent van het duo, het is toch telkens wanneer Joanna – één en al been en ongemakkelijke ledematen – even het voortouw mag nemen dat er iets bijzonders gebeurt. Haar iets diepere stem is een perfect instrument om het wat schellere keelgat van haar zus met nuance en diepte te counteren, zoals in dat quasi-perfecte bruggetje in bisnummer “Emmylou”.

Halverwege stappen de zussen even naar de rand van het podium om er zonder versterking “Ghost Town”, van op hun debuut The Big Black And The Blue, te brengen. Het is ondertussen een vertrouwd momentje, maar vanavond zie je hoe daar plots opnieuw twee kleine meisjes staan die diepzinniger willen zijn dan hun leeftijd toelaat; zoals alleen pubers dat kunnen pretenderen. Iedereen ontgroeit zijn tienerjaren; ook als je toen al prachtsongs schreef.

En er is natuurlijk die vurige dubbelslag “Silver Lining”/”Wolf”, meteen daarna: tweemaal gedreven folkrock, waarin de zusjes hun stemmen de losse teugel geven. Dit is First Aid Kit op zijn best: minder showbizz, meer drive. Het blijft helaas niet duren, want de Jack Whitecover “Love Interruption” laat nog altijd alleen maar zien dat de meisjes dringend terug moeten leren ademen nu ze Echt. Mogen. Praten. Met. Hun. Helden. Ja, ze namen een plaatje met hem op, maar zijn nummers speelt de witte streep nog altijd beter zelf. En dat ze Zweeds zijn, en niet Southern, en die countrystomp “Heaven Knows” dus ook maar geleend aanvoelt. Dat ook. Neen, dan liever het oude getrouwe headbangen op “The Lion’s Roar”, of de rockout die de meiden aan “Master Pretender” weten te breien in de bissen. Het is eindelijk wat pret in een set die iets te hard business as usual speelde.

“Girls just wanna have fun” klinkt het met Cindy Lauper na afloop, maar dat lijkt vanavond niet van toepassing. Te snel oud geworden, hebben Klara en Joanna zichzelf iets te comfortabel genesteld in showbizzcountry waar je je ziel aan de deur kunt laten staan. Zelfs al viel er niet veel op aan te merken, we hadden toch graag iets meer persoonlijkheid en bezieling gezien.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − vijf =