Hundred Waters :: 30 september 2014, AB

“Is Sinéad still playing? Did we miss her show?” grapt een schaapachtig grijnzende Nicole Miglis, frontvrouw van Hundred Waters net voor bisnummer “Seven White Horses” wordt ingezet. Wat O’Connor daar beneden in de grote zaal uitspookte kan ons worst wezen, het was immers hier in de ABclub dat er echt interessante geluiden rond een opvallende stem werden opgebouwd.

Hundred Waters is immers vooral dat: het zoetgevooisde stemgeluid van Nicole Miglis die zich drapeert bovenop een eclectisch muzikaal wereldje waarin post-dubstep, indie rock, dream pop en freak folk de voornaamste bouwstenen zijn. Na het gesmaakte zelfgetitelde debuut zette het viertal uit Florida eerder dit jaar de puntjes op de i met hun tweede plaat The Moon Rang Like A Bell. Al bleef het nog maar de vraag hoe de band er in zou slagen om die muziek live te recreëren.

Best goed, zo blijkt, want de band brengt een uur lang vrij getrouwe versies van hun songs, met hier en daar wat andere accenten die het livegebeuren een lichte meerwaarde geven. Al is dat aanvankelijk nog een beetje wankel, met een aarzelend ingezet “Murmurs”. Dat dit het allereerste optreden van het kwartet op deze Europese tournee is, speelt daarin wellicht mee. Vanaf derde nummer “Cavity”, een uitschieter uit die laatste plaat, is het gelukkig wel raak en kan Hundred Waters het niveau behoorlijk hoog houden voor de rest van de set.

Van die set wordt veruit het grootste deel uit The Moon Rang Like A Bell geplukt, met slechts een tweetal oudere songs aan het einde, waarbij enkele verschuivingen duidelijk werden. De organische folksound van het debuut werd op de tweede plaat grotendeels achtergelaten ten voordele van een meer elektronische popaanpak. Dat vertaalt zich ook in klankverschuivingen op het podium, waarbij een Arcadische song met een meer gespierde bandsound werd opengebroken en vooral een stuk in een vurig exploderende krautrockversie wordt gebracht. Een dergelijk pompende aanpak valt ook te horen in het opzwepende “[Animal]” en in bis “Seven White Horses”.

Wanneer de band, zoals in die stukken, zonder remming speelt, wordt echter het grootste zwaktepunt van de band duidelijk: Miglis’ breekbare stemgeluid verdrinkt volledig in de algehele sound wanneer de band volle gas geeft. Het is dan ook in de verstilde momenten van de set dat Hundred Waters het meeste indruk maakt door een evenwichtige sound: een ijl “Chambers (Passing Train)” bloeit gestaag open door de geslaagde koppeling van synthesizermelancholie en de echoënde stem van Miglis, die ook een absolute sterrol toebedeeld krijgt in het korte “Show Me Love” waarin ze slechts met spaarzame pianobegeleiding een liefdeshymne vertolkt.

Een behoorlijk gevariëerde show dus, en eentje die duidelijk maakt dat Hundred Waters er al best goed in slagen om een uur lang te boeien met hun songmateriaal. Al mogen ze daar in het vervolg gerust hun songs nog wat meer bij openbreken, zodat de live dimensie een duidelijk eigen smoelwerk krijgt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

acht − 7 =