Thé Lau :: Platina Blues

Met verbluffende luciditeit kijkt de terminaal verklaarde Thé Lau zijn lot tegemoet. Als meester van zijn bestaan, neemt hij ook de regie van zijn afscheid strak in handen. Een leven nadert zijn besluit, en geen eindje hangt nog los. De ultieme buiging op de planken is na dit weekend gemaakt, het laatste boek is zo goed als naar de drukker, en met Platina Blues is ook het muzikaal testament opgesteld.

Het waren nochtans betere tijden, toen Thé Lau Platina Blues afrondde. Het was zomer 2013 toen bij hem keelkanker werd vastgesteld, maar alles zag er geruststellend uit. De frontman van The Scene zou het gevecht aangaan, en het had er alles schijn van dat hij de ziekte er ook onder zou krijgen. En op een nieuwe plaat zou hij die strijd ook documenteren; niet in traditionele songs, maar in één lang stuk van veertig minuten.

Ostinato; drijvend op één voortstuwend ritme is Platina Blues een veertig minuten durende trip die een chemobehandeling documenteert. “Nacht 01:00 – 06:00. Kamer 10 AVL” leest het hoesje. Terwijl “de druppels in de slang” slag leveren met de uitzaaiingen in zijn lijf, vecht Lau. “De Dood is op jacht naar mij” klinkt het repetitief; de Dood die uit is op zijn voeten, zijn handen, zijn woorden. Lau geeft niet af: “ik verdwijn in mijn dromen / en mijn dromen zijn verboden / voor de Dood”.

Wat volgt is die koortsdroom. Hij hoort “Stemmen van engelen” en ontvouwt ook zijn eigen Grote Waarheid: “Word de man die je bent / Blijf het kind dat je kent / Zoek het doel dat je voelt / Wie je ook bent, geloof in je hart / Geloof in je hart, en blijf bij je geloof”. Even later ligt hij te ijlen: “waar ben ik? / Ben ik erbij? / Wie is hier / Hier bij mij?”. Een eenzame piano en de strijkers van het Pavadita Tango String Quartet, waar hij al eerder mee samenwerkte, waken bij hem, en heel even is ook een koor hoorbaar; de stemmen van engelen?

Platina Blues is muzikaal rijk. Over die almaar doordreunende achtergrond wordt een arsenaal aan instrumenten mondjesmaat aan het woord gelaten. Het Hammond orgel van Jan Peter Bast, violen, cello’s en de percussie van Ton Dijkman en zoon Oscar Lau stuwen en nemen je mee door die nacht vol toestellen, slangen en angstige dromen. In “Parels”, het eerste deel van de derde beweging, komt alles tot een culminatiepunt wanneer de morfine werkzaam wordt, en de zanger zich afvraagt “voel ik iets? Nee, ik voel niets / Waarom, vraag ik, voel ik niets?”. Ondertussen vecht de chemo nog steeds met de ziekte; “hij is uit op mijn liefde / maar mijn liefde wil hem niet, zolang ik droom”. In “Pauwenoog” doen de monotone strijkers en de begrafenisdrums, net als bij “We weten niets van de soldaat” van op zijn soloplaat Tempel der liefde uit 2006, denken aan Silver Mt. Zion ten tijde van Horses In The Sky.

“Krijg de klere, teringlijer / Zo zeggen wij in Amsterdam / Zo wordt rottigheid bezworen / door het volk van Amsterdam”, zo raast Lau tegen De Dood. En Platina Blues eindigt ook goed. “Goedemorgen, meneer Lau” barst het laatste stuk uit, en triomfantelijk wuift hij zijn demon uit: “ik zie zijn voeten smelten in de sneeuw / (…) / Ik zie zijn handen branden in de zon / (…)”.

“Vandaag sta ik op uit mijn bed”, is de laatste, hoopgevende zin, maar zo liep het uiteindelijk niet. Thé Lau werd genezen verklaard van de keelkanker, enkel om vast te stellen dat uitzaaiingen tot longkanker hadden geleid. Onbehandelbaar. Nog zoveel maanden. En dus is Platina Blues niet langer de beoogde “plaat van een overlever”, maar een eindnoot. Alleen al op muzikaal vlak is dat te betreuren, want dit is een muziekstuk dat laat horen dat de frontman van The Scene nog wel wat pijlen op zijn boog had zitten, zeker als hij zoals nu zijn comfortzone verliet, en dus blijft eigenlijk maar één gedachte over voor dat verdomde zwarte beest: “Krijg de klere, teringlijer”. Zo doen we dat vanaf nu niet enkel in Amsterdam, maar in de hele Lage Landen. Dat zijn we aan Thé Lau verplicht.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 2 =