BEST OF: Thé Lau en The Scene

Geef toe: meestal zijn ze uw geld niet waard, die verzamelaars van uw favoriete groep die u in de winkel vindt. De platenfirma denkt dat enkel singles in aanmerking komen en een artiest zelf is ook al zelden goedgeplaatst om eigen werk te beoordelen. Tijd dus dat het eens aan professionals wordt overgelaten, en wie beter dan een team kenners van enola om maandelijks de twintig beste tracks van een artiest te selecteren. Deze maand: het beste van Thé Lau en The Scene.

1. Bruid

Wees niet bang, bezweert Lau in het majestueus opbouwende, meeslepende openingsnummer van Arena. Wees niet bang voor je “innerlijke tegenstrijdigheid”, voor “het lot dat wenkt en wacht”. Het leven is sowieso een strijd die je aan het einde altijd verliest. Maar “we zijn meer bang van de liefde dan we bang zijn van de dood” — een van die zinnen die Lau zelf als een vlag in zijn eigen leven plant. Met bang zijn schiet je geen hol op. Zoek rust. “Laat mij mezelf herwinnen, in de armen van mijn bruid.” Berust, maar met het hoofd omhoog, schouders recht. “Wees niet bang, wees gerust.” Met dit nummer in onze buurt, altijd.

Hoogtepunt: 2’15”. Het leven mag dan een strijd zijn, Lau neemt de handschoen op. “Wees niet bang” spuwt hij in de microfoon, de muziek steeds meer verbeten aan zijn zijde. Het hoofd altijd rechtop dus, toen al.

2. Kans

Nog zo’n rode draad in het oeuvre van Thé Lau: de drank maakt helder en maakt je bewust van de kans “die je nooit moet laten lopen”. Het besef komt pas na middernacht, na het zoveelste glas bier en als de kroeg leeggelopen is. Het nummer heeft een ongewone structuur en geen echt refrein: het gaat van fluisterzacht, een klakkende drum en een bluesgitaar in het begin, naar verschroeiend hard en luid in het refrein (of is het nu een brug) en weer terug. Een oplossing is er niet: het meisje, “de diva”, zit ergens in Europa bij een andere kerel en er zit niets anders op dan eens diep te zuchten en nog een glas te nemen.
Hoogtepunt: 1’28”. Na een slepende strofe barst het nummer uit zijn voegen: een loeiharde gitaar, een orgel over zijn toeren en Thé Lau weet precies waaraan het hem ontbreekt.

3. Geloof

Overgave, passie, onbedaarlijk, “vanuit de onderbuik zoals het is bedoeld” en altijd vol geloof dat het beter kan en beter wordt: dat is The Scene en Thé Lau en nergens zo overtuigend en intens gebracht als op “Geloof”, een beenharde rocker van Blauw. Het glas moet tot op de bodem leeggedronken worden: zo staat Thé Lau in het leven en zo zal hij er ook uit gaan. Het was vermoedelijk dankzij die gulzige levensinstelling dat The Scene en de teksten van Thé Lau zoveel aansluiting vonden in Bourgondisch Vlaanderen. Het refrein (niets meer dan de kreet “geloof” gevolgd door een orgeluithaal) kan je na twee keer meezingen. Een nummer dat op maat van een volle, dampende concertzaal geschreven is.
Hoogtepunt: 2’18”. Soms zijn het de simpele dingen in het leven die het hem doen, zoals een vakkundig geplaatste gitaarsolo die de tekst nog eens extra kracht bijzet: “Niets telt, niets werkt, niets / Doet wat het moet doen zonder geloof”.

4. Maan

De opener van Open was een schot in de roos. Het volledige album werd opnieuw geproduced door Rick De Leeuw, en dat is te horen aan de goesting die uit de groeven spat. “Maan” is weer zo’n lied dat het universum van The Scene in het begin van de jaren negentig goed samenvat: fantastisch swingende muziek en spitante teksten. “Maan” gaat over verlangen, erotiek, de angst van de toenadering. Maar wel op een hoopvolle manier, getuige “onder de maan veeg ik de sterren uit mijn ogen en ga naast haar staan”.
Hoogtepunt: 4’15”. Als alle instrumenten wegvallen, blijft alleen de essentie over: de stem van Thé Lau, een piano en een saxofoon.

5. Rigoureus

Volgens de Van Dale betekent rigoureus zoveel als “Zeer streng; onverbiddelijk” en zo moet het met de liefde (en seks) gaan: “rigoureus maar altijd uit het hart”. Het zegt veel over hoe Thé Lau er met zijn poëtische precisie in slaagt om niet alledaagse woorden zoals dat ‘rigoureus’ toch een rock-‘n-roll gestalte aan te meten zonder dat het potsierlijk of grotesk wordt. Het nummer zelf is een absoluut hoogtepunt op Blauw, en vormt de blauwdruk voor veel andere The Sceneklassiekers: ingehouden, bijna dreigende strofes met een zoemende bas en een loeihard, door gitaren, orgels en achtergrondstemmen uiteengereten refrein, iets waar later ook bands als BlØf de mosterd zouden halen.
Hoogtepunt: 1’09”. De groep valt met volle kracht in na een zwoele strofe, onderweg naar het refrein, en de stem van Thé Lau trilt van het verlangen: hij staat naar haar te kijken en zij naar hem, nu moet het gaan gebeuren. Op dat moment weet je: dit nummer is pure seks.

6. Wild en luidruchtig

Wie Thé Lau in zijn latere jaren ooit sprak, kan niet anders dan zich een beeld hebben opgebouwd van de “Vader, vader” waarover de zanger het in “Wild en luidruchtig” heeft: knoestig, onaantastbaar, woelig in hart, maar uiterlijk onbewogen. Met trefzekere halen borstelt hij het portret van die man, geobserveerd door zijn jongere zelf. Het is woest, onrustig, barst van ontzag voor de man die er bijna niet meer is, maar ook van zoveel nooit uitgesproken woorden en spijt.
Hoogtepunt: 3’00”. Die solo, waarover Lau het refrein herneemt. Alle vader-zoonconflict dat er ooit geweest is, wordt op dat moment uitgevochten. Niemand wint, maar dat was nooit de bedoeling.

7. Vrede

“En ik heb alles weggegeven / en ik heb betaald en geen berouw / en ik wil niemands medeleven / ik wil alleen vrede voor jou”. Geen idee waarover het gaat, behalve Spijt met een grote S. Hier wordt geworsteld op episch niveau. Was Thé Lau altijd de schrijver van de grote gevoelens, dan gaat het hier om drama van Game Of Thrones-achtige proporties. De Keith Richardachtige riff (Lau doet met dat “(Voor Keith R)” zelfs geen moeite om het te verbergen) versterkt die Bijbelse dimensie nog wat. Dit is oudtestamentische verscheurdheid die tot op het bot kerft.
Hoogtepunt: 2’03”. Na de eerste keer dat refrein, een besluit ergens aan een toog: “Morgen neem ik een beslissing / Morgen antwoord op je vraag”. Je weet nu al dat het tevergeefs zal zijn.

8. Feest

De verrassend ingetogen opener van Avenue de la Scene, als een stilte na de storm van de voorgaande jaren. Een nummer dat gespeeld wordt wanneer in het café het laatste glas in de spoelbak verdwijnt; net voor de TL-lampen weer aangaan in de feestzaal; wanneer de dronkenschap de bocht richting kater inzet. Maar zoals steeds bij Lau, kan er in de leemtes tussen zijn spaarzame woorden een andere betekenis gevonden worden. Zo werd dit nummer gespeeld tijdens de uitvaartplechtigheid van Chris Götte, de vroegere drummer van BlØf (de dauphin van The Scene), tijdens het naar buiten dragen van de kist. In die context krijgt “Feest” een heel andere dimensie: “Jij was zo mooi, jij was prachtig, maar jij hebt je strijd nu gestreden.”
Hoogtepunt: 0’00”. Weemoediger kan een plaat niet openen. Een gitaarakkoord begint een wals als een ingetogen fêtering, met de ogen dicht, van wat was. “Wat het waard was, zal moeten blijken.” Wat het waard is gebleken, is een krop in de keel die tijdens élke beluistering ternauwernood wordt weggeslikt.

9. We weten niets van de soldaat

Op Tempel der liefde, zijn tweede soloplaat, verliet Thé Lau meer en meer de hem bekende muzikale paden. “We weten niets van de soldaat” is een samenwerking met tango-orkest Pavadita waarin hun kortaangebonden strijkers het hoge woord voeren. De tekst hield de zanger dan weer over aan een ontmoeting met een aan de grond geraakte militair die zich na zijn opdracht door zijn vaderland in de steek gelaten voelde. Buitenbeentje in het oeuvre van Thé Lau, maar daarom des te fascinerender.
Hoogtepunt: 1’43”. De strijkers gaan loos in een drone, en plots lijkt het alsof Thé Lau in A Silver Mount Zion zit. Een gouden combinatie.

10. WMW (Waar Mensen Wonen)

Veel discussie geweest op de redactie welke versie we van dit nummer nemen. Oorspronkelijk opgenomen op het solodebuut van Lau, De God van Nederland, zou het op Code hernomen worden door The Scene. Welke de beste is? Maakt op zich niet veel uit, al gaan we vandaag voor de iets strakkere groepsvariant, waarvan de melodieuze coda “Ik zing dit lied niet voor mezelf” is afgeknipt. Het gaat immers om de essentie, een vlijmscherpe schets van de condition humaine: het hulpeloze, het harde, het mooie. Alles. Het Leven. Voor minder gaat Lau niet in dit nummer.
Hoogtepunt: 1’28”. “Maar in de schemer sidderen de warme handen / in de schemer de verliefde jonge blik / in de schemer tast de tong op jonge tanden”; nooit is met meer liefde, jawel, het universele mens-zijn beschreven.

11. De schaduw van het kruis

Een potige rocker van op het ijzersterke Avenue de la scène over hoe het onmogelijk is om vanonder de schaduw van de kerktoren vandaan te komen. Wie in een klein dorp opgroeit, wordt daardoor getekend en komt er nooit meer onderuit. De gitaren ronken laag en dreigend, de piano stuitert (misplaatst) vrolijk door het nummer terwijl de drums haastig en zenuwachtig zijn zoals de puberende jongen uit de tekst, “in een niemandsland tussen wangedrag en tact”, die aan zijn dorp probeert te ontkomen met niet meer dan “wat te eten, wat te drinken, je bed en je tv”. De zinderende gitaarsolo die het nummer uitgeleide doet, geeft niet meteen de beste vooruitzichten.
Hoogtepunt: 1’45”. The Scene gaat in vijfde versnelling en de stem van Thé Lau gaat hoger om tegen een zee van overstuurde gitaren op te boksen. Hij lijkt bijna te verzuipen, maar komt in de strofe weer heelhuids boven.

12. Onder aan de dijk

Verstillend, ontroerend hoogtepunt van Laus eerste soloplaat, De God van Nederland, een duet met Sarah Bettens. Op de tonen van een spaarzame akoestische gitaar kijkt een koppel uit over het water, dat “nooit teleurstelt, nooit verveelt”, naar het polderland in hun “kleine koninkrijk, onder aan de dijk”. Hun blikken en aanrakingen zijn teder, vandaar dat de vraag of de overleden vader van de vrouw hun zijn zegen zou geven, positief beantwoord wordt. Romantiek belicht door de maan. Alles wat telt, is het nu. Het verleden heeft hiertoe geleid — en waar dit moment naartoe leidt, is toch onbestemd en doet er nu niet toe. Dat is prille liefde: die moet nu beleefd worden.

Hoogtepunt: 2’57”. De stemmen van Lau en Bettens blenden prachtig en deinen samen uit: “Voor ons is het lichte water / Achter ons de zware dijk / Denk aan nu en niet aan later / Onder aan de dijk.”

13. Rivier

En toen liep het mis. Platenfirmaperikelen zorgden ervoor dat Marlene tussen de mazen van het net viel en nooit de aandacht en promo kreeg die het verdiende. Schuldig verzuim. Deze stevige koerswijziging van de band met meer akoestische gitaren (en volgens Lau zelf achteraf te veel) strijkers had zoveel beter verdiend. Luister naar de majestueuze titelsong “Marlene”, luister naar dit “Rivier”, een nummer dat Brel had willen schrijven. Laus passionele voordracht is er geen van een rockzanger deze keer, maar van een zanger die onder het maanlicht meandert tussen folk en chanson. De melancholie glinstert in het water en klotst tegen de kade. Marlene werd goed onthaald, de tour waarop deze intimistische koers werd doorgezet iets minder. Het leidde het tijdskrediet van de band en de soloperiode van Lau in.
Hoogtepunt: 0’59”. Strijkers duwen zachtjes de gordijnen van het nummer open. Lau raspt “Transparant als water hun verlangen en hun hoop / hun oogopslag is net een open lade / Transparant hun woede, kijk, je ziet het aan de loop van de mannen en de vrouwen aan de kade.” Laus poëzie gedijt deze keer op de muziek, in plaats van het spel van aantrekken en afstoten met die typische rocksound te spelen.

14. Blauw

Titelnummer van hun vierde album, en de grote doorbraak die de groep tot wereldsterren in Vlaanderen bombardeerden, lang voor eigen land volgde. Hét ultieme Scene lied heeft iets voor iedereen: een hoog rock-‘n-rollgehalte voor de mannelijke muziekfan, gevoelige teksten à la “Er is geen macht ter wereld die niet vroeg of laat opzij trapt” en “Het zien duurt een seconde, de gedachte blijft voor altijd” voor de vrouwelijke fans. Met dergelijke zinsneden veroverden ze stormenderhand het jeugdige Stubrupubliek begin jaren 90.

Hoogtepunt: de eerste 15 seconden. Het geluid zwelt aan, je voelt dat er iets belangrijks te gebeuren staat.

15. Samen

Lau schreef dit nummer begin jaren negentig naar aanleiding van de burgeroorlog in het voormalige Joegoslavië. Hij analyseerde dat de schijnbare eenheid van dat land alleen maar had berust op de aversie van een gemeenschappelijke vijand: de Sovjet-Unie. Vandaar de zin: “Daar komen we samen / waar de tegenstand bestaat”. Maar het ultieme kenmerk van Laus teksten is dat zijn spaarzame woorden ruimte laten voor de gevoelens die je voor jezelf uitmaakt. Laus woorden de pijltjes, uw gevoelens de bull’s eye. Vandaar dat “Samen” al gauw een anthem werd voor mensen die een kind verwachten. Lau kreeg dan ook veel geboortekaartjes toegestuurd die citeerden uit de tekst: “Het maakt je mooier dan je kan zijn / het maakt me beter, het maakt me klein / het zit in jou, het zit in mij / het wacht niet langer, het hoort erbij / Zo komen we samen”. Hoe dan ook: ondertussen bouwt zich een mastodont van een rocknummer op, een geheide livefavoriet die de reputatie van The Scene als pletwals op het podium nog eens ferm onderlijnt.
Hoogtepunt: 0’13”. Een pletwals met nuance, dat dan weer wel. Laus typische staccato gitaar wordt voortgejakkerd door gitarist Eus van Someren wanneer dit nummer losbarst. Op 0’52″ duwt drummer Jeroen Booy nog wat harder door op de basdrum, op 1’17″ maken de “oh oh”-koortjes de verwoestende euforie compleet. Op 3’17″ geeft Van Someren dit nummer z’n eigen bisnummer waar het recht op heeft. Check zeker ook de verschroeiende liveversie op The Scene. En kruip daarna recht. Wie laat het Nederlands godverdomme nog eens zo rocken? Wie?

16. Alcohol en tranen

Uit Avenue de la Scene. Midden jaren 90 bevond The Scene zich op zijn hoogtepunt. Rij rij rij, Blauw en Open hadden hen grootgemaakt, en toen kwam Avenue de la Scene; donkerder en rauwer dan we gewoon waren. “Alcohol en tranen” is daarvan misschien het beste voorbeeld. Je wordt er niet echt vrolijk van. Is het zuiver hart, waarvan sprake in de tekst, wel de juiste manier? Mogen we ons laten meeslepen door de alcohol? Is het leven dan toch alleen maar een tranendal? Weet iemand het antwoord op deze vragen?
Hoogtepunt: 2’30”. Trillende bas en dan … “het zuiver hart klopt zachtjes van genot”. Is dat het antwoord?

17. Open

Misschien wel het lijflied van Thé Lau, een tekst die perfect samenvat waar hij voor staat, niet voor niets ook de titeltrack van Open, van voor naar achter de beste plaat die The Scene ooit maakte. De man in de tekst klampt zich vast aan een onwrikbaar geloof in liefde en eerlijkheid tegen beter weten in. Thé Lau zingt met zijn stem rauw als schuurpapier, The Scene speelt dynamisch, afwisselend ingehouden stil in de strofes en onwelvoeglijk luid in het sloganeske refrein. Dit is geen politiek pleidooi, maar een pleidooi om te leven met alles wat je hebt: “Open, open, open moet het zijn”.
Hoogtepunt: 4’31”. Na een laatste keer een vol overgave gezongen refrein, valt de piano van Otto Cooymans in die rechtstreeks uit een Springsteen-song lijkt weggelopen, het orgel zwelt aan en de song wordt op het woordeloze einde de belofte uit het refrein: open.

18. Rauw, hees, teder

Een titel als een programmaverklaring; de modus operandi van The Scene al op Rij rij rij even handig samengevat. Het is hevige romantiek, niet alleen door die tekst waarin de geest van Jasser Arafat rondwaart, en een “lichaamsding” rond en rond zwaait, maar ook door de stuwende hartslag die de muzikanten het nummer meegeven. “Rauw, hees, teder” is The Scene in een notendop; een hart dat te groot is voor een lijf, emoties die kolken, en muziek die niet anders kan dan meegaan in zoveel eerlijkheid.
Hoogtepunt: 1’29”. “Rauw, hees, teder, zing ik het lied /
rauw, hees, teder, anders kan ik niet”; Thé Lau voor leken verklaard.

19. Iedereen is van de wereld (live)

Hoe moeilijk is het om boven je grootste hit uit te stijgen? Op album Blauw staan vele voltreffers, maar “Iedereen is van de wereld” is vooral live, zoals hier op The Scene uit 1994, een bom van een lied. Met ook hier een ijzersterke tekst (ja, we vallen in herhaling), die na meer dan twintig jaar nog altijd brandend actueel is. “Iedereen is van de wereld” is ook het ultieme danklied van de groep aan zijn fans: “Rood zwart, wit geel, jong oud, man of vrouw, in het donker kan ik jou niet zien, maar deze is van ons aan jou”. De pauze die de frontman even verwachtingsvol laat vallen maakt het nog meer geladen vooraleer opnieuw uit te barsten.
Hoogtepunt: 3’30” tot 5’40”. Het publiek schreeuwt zich twee minuten schor.

20. Horizon

Afsluiter van het door critici erg lovend onthaalde Marlene. Begrippen als “herboren groep” en “de passie is teruggekeerd” waren schering en inslag, maar dat vertaalde zich niet in een commercieel succes. Verwachtten de fans rock à la “Blauw” of “Rigoureus”? Konden ze het intimistische karakter van het album niet smaken? “Horizon” toont The Scene op zijn best: een moordtekst (wat te denken van “Dit land leert ons om stil te zijn en naar het verste punt te turen”), meeslepend gespeeld (spaarzame pianoaanslagen), en hartstochtelijk gezongen.
Hoogtepunt: 1’40”. Die piano! Het huilen staat ons nader dan het lachen, maar dat is niet altijd slecht.

U kunt deze Best Of beluisteren via Spotify. De nummers van Arena ontbreken helaas.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 − zes =