De vele gezichten van Mauro Pawlowski :: ”Ik dwaal nogal rap af”

Zeggen dat Mauro Pawlowski een man met duizend muzikale gezichten is, is een deur intrappen, zo open dat zelfs Jean-Marie Pfaff er geen strafschop uit zou redden. Hij is zowel frontman, gitarist, zanger als brulboei. Dichter, songschrijver en podiumduivel. Hij heeft zo veel gedaanten dat hij zelfs een eigen festival (Planet Pawlowski) kreeg. Gelukkig was er ook daar één constante en die heette Mauro. Terug de geschiedenis in met de duivel-doet-al zelf als gids.

Alleen al dit voorjaar kon en kan u drie gedaantes van Pawlowski aan het werk zien: met zijn popproject Hitsville Drunks, noisegezelschap Gruppo Di Pawlowski en onlangs met dEUS. Ook Mauro troef op Record Store Day: dan verschijnt Galaxy & Regression, een elpee met de opname van een eenmalig reünie-optreden van Evil Superstars in de AB. En ergens in de zomer brengt hij onder de naam Maurits Pauwels Experience een album uit met enkel Nederlandstalige liedjes. Om mee te zijn met ‘s mans carrière, zou je een jaar Belpop moeten studeren, want de muzikanten die hij telkens rond hem verzamelt, verdienden allemaal hun sporen in de Belgische scene.

Muzikale dwaalsporen troef dus, maar het lijkt wel alsof Pawlowski telkens weer de muzikale draad weer oppikt als de tijd daar rijp voor is. Na tien jaar dwarsliggerij keert hij met Hitsville Drunks toch terug naar de pure pop van Songs From A Bad Hat, en zo ontstond Gruppo Di Pawlowski uit de assen van het waanzinnige Somnabula en OTOT. Zegt hij zelf: “Uiteindelijk volg ik gewoon mijn intuïtie en zit er toch een zekere lijn in. Misschien is het als een DNA-helix die af en toe eens uit elkaar gaat… Telkens terug naar de oude liefde zoals een voetballer? Zo zou ik het niet noemen. Eerder: doelbewust degraderen vind ik artistiek wel interessant.”
Welkom in het universum van Mauro Pawlowski.

Evil Superstars

De oergroep. Het punt waar alles mee begon. Mauro raakte voor het eerst bij het alternatieve publiek bekend met wat we zijn oergroep kunnen noemen: Evil Superstars. Hij was begin jaren negentig ook nog roadie bij de Limburgse popband Nemo (finalisten in 1992), maar maakte pas echt indruk met Evil Superstars op Humo’s Rock Rally 1994. De jury kon de schizofrenie tussen pop en waanzin, chaos en melodie wel smaken. “In Evil Superstars zat eigenlijk al alles wat ik later wilde en ging doen. Het is niet dat ik dacht ‘wat wil ik nu maken?’. Tot op vandaag ben ik het verste geraakt met dingen die ik heel persoonlijk maak, zonder al te veel respect of angst voor de consequenties. Er was nooit echt een plan. Ook niet met Evil Superstars.”

En dus kapten Evil Superstars er mee in 1998, het jaar dat Boogie-Children-R-Us verscheen. “Mijn verhaal was verteld. Voor mij ging het niet meer. Of dat de redenering was van anderen, weet ik niet zeker. Het waren intense jaren, dat weet ik zeker. Met veel feesten en ups and downs. De korte energieschoten hadden een ongezond effect, dus die pauze was sowieso een goed idee.” Tijd voor iets anders.

Mitsoobishy Jacson

Al toen Evil Superstars nog bestond, hield Pawlowski zich al bezig met andere projecten. Er was Kizz My Jazz met ex-dEUS-gitarist Rudy Trouvé, maar ook Mitsoobishy Jacson met Peter Houben (Nemo). Dat bracht soulvolle lo-fi pop in een alles-moet-kunnen-sfeer. Na de split van Evil Superstars werd echter duidelijk dat het niet bij één cd zou blijven. Na Nougat in Koblenz uit 1996 volgde in 1999 dus nog Boys Together Outraegeously.

Mitsoobishy Jacson was duidelijk een ingeving van het moment, gemotiveerd door dichte vrienden van Mauro. “Peter Houben zou aanvankelijk nummers maken en ik drummen. Maar na verloop van tijd begon ik zelf ook nummers — eerder riffs — te schrijven.” Peter Houben speelt die periode een rol in Mauro’s muzikaal leven. “Ik pik wel altijd iets op, maar zeker van iemand als Houben. Peter is een van de beste songschrijvers van de omstreken.”

Mauro’s respect voor Houben blijft tot vandaag groot, want later dit jaar brengt hij zijn eigen ode aan Houben. Hij gaat met jazzgroep Hamster Axis Of The One-Click Panter onder de naam ‘Pawlowski sings Houben’ — “in de traditie van Lotti sings Elvis”, aldus Pawlowski — nummers van deze muzikale oudgediende brengen. “De studio is alvast geboekt”, is het enige wat hij kan verklappen.

Mauro Pawlowski

Mauro maakt zijn grote terugkeer op het voorplan in 2001 met soloplaat Songs From A Bad Hat. Hoewel ook dat geen onzacht plaatje was, wordt het door velen zijn meest commerciële plaat genoemd. Humo heeft het over “een grote plaat”, “geen twintig verschillende liedjes meer in één refrein, geen demonstratie ‘kijk-eens-hoe-goed-ik-mijn-lesmuziekgeschiedenis-heb geleerd'” als bij Evil Superstars.

“Rond de eeuwwisseling was ik geïnteresseerd geraakt in het echte songs schrijven. Dave Sardy (de man die ook de laatste Evil Superstars producete) nodigde mij uit om op te nemen in New York, maar op dat moment had ik eigenlijk nog geen songs. In allerijl ben ik er toch mee begonnen; ik wist niet zeker waar ik mee bezig was. Ik wist toen nog niet hoe je een behoorlijke Engelse tekst schreef. Maar voor ik het goed en wel besefte, zat ik in New York op te nemen.”

“Ik heb gemengde gevoelens bij die plaat. Ik heb mij daar goed geamuseerd, maar ik ben niet zo blij met de nummers. Pas op: ik ben wel nog altijd tevreden over de productie. Ik speel nu wel nog een drietal nummers met de Hitsville Drunks, maar ik had die plaat eigenlijk drie of vier jaar later moeten opnemen, dan was het echt een goeie geweest. Maar ik heb geen spijt. Op dat moment heeft de plaat zijn nut bewezen. Mislukkingen zijn goed, ronduit goed”.

The Grooms

Zijn eerste soloplaat weerhoudt Mauro er niet van om zich nog steeds met experimentele uitspattingen bezig te houden. Rond 2003 breekt het hoofdstuk aan van The Grooms, waarmee hij nog eens sporadisch op een podium kruipt; het zijn dezelfde drummer (Herman Houbrechts), gitarist (Steven Janssens of de Belgische Johnny Cash) en bassist (Jan Wygers) waarmee hij solonummers live ten hore bracht.

Officieel heeft de groep nooit een plaat uitgebracht, uitgezonderd de verzameling demo’s Ghost EP (2003) en Black Europa (2004); opgenomen in zijn homestudiootje omdat een studio boeken met de hele groep te duur was. Die platen klinken in vergelijking met Evil Superstars iets meer als gecontroleerde waanzin. “Ik moest iets hebben om aan de groepsleden te geven, dus de nummers die ik thuis had opgenomen, hebben we dan op schijfjes geperst.

Voor die nummers is Mauro opnieuw weer eerder de instrumentalist dan de (beginnende) songschrijver. “Ik had meer ideeën, zoals een rockritme en nieuwe groove, dan échte songs in mijn hoofd, zo heb ik redelijk snel heel wat bij elkaar geschreven. Ik had tekstueel niet veel te vertellen, uitgezonderd cool klinkende Engelse woorden. Ik ben ook een man van de praktijk, dus ik wou met die nummers naar buiten komen en zo is de groep ontstaan. Door de nummers live te spelen, heb ik mijn eigen manier van groove maken gevonden.”

“Mechanisch maar toch slordig”, zo omschrijft Mauro de live shows met The Grooms, “en hopelijk ook heel krachtig.” Wij herinneren ons bijvoorbeeld nog Rock Zottegem 2004. Live zweefde de band tussen smerige uitspattingen en epische duisternis. Die zomer stond Mauro met zijn band ook op Pukkelpop. Waren The Grooms die zomer dan niet gelanceerd? “Neen”, stelt Mauro duidelijk. “Ik wíst dat het project niet te lanceren viel. OK, ik kon op deftige podia spelen omdat ik al een zekere naamsbekendheid had. Maar een hoge vlucht met The Grooms, dat was nooit de bedoeling. Want ik heb dat zelf in de hand. Ik zag dat niet als een kans. Je nodigt mij uit om op een podium te staan en ik kom spelen: wat is daar nu kans aan? Op een nog groter podium staan ook niet. Dat is geen doel. Ook niet op het hoogste, meest oranje of ongewassen podium staan. Een podium is een podium. Pas op: de periode met The Grooms moest meer dan plezant blijven: het was nodig.”

Somnabula

Hetzelfde gold voor Somnabula in 2003; een van zijn meest extreme projecten waarmee hij Swams Of Simulation uitbracht; een donker geschift en hallucinogeen plaatje. “Een rockopera/musical. Op een gegeven moment leek het niet alsof ik Somnabula uitvond, maar Somnabula bij mij kwam aankloppen”.

“Een ingeving van het moment? Dat is het altijd. Al mijn ingevingen van het moment zijn een rechte lijn naar nergens. Gemotiveerd door beloftes, om bijvoorbeeld een voorprogramma te verzorgen, en mijn naaste omgeving. Op dat moment leek Somnabula mij het beste wat ik moest doen. Ook een beetje ondoordacht begonnen zoals alles. Ik moest het voorprogramma spelen van een optreden dat ik zelf had georganiseerd: dat van Mister Quintron & Lady Pussycat. Een week voor het optreden wordt de druk hoger om iets te vinden en plots stond Somnabula daar als een visoen. Het optreden bestond uit een cover van “Speak English Or Die” van (crossover thrashgroep, lh) SOD, alleen met elektronica, en nummers die ik toen al had.”

“Ik heb Somnabula moeten vermoorden, omdat het na een tijdje iets te arbeidsintensief werd. Het werd een dure grap en het cement raakte kapot. Uit de as daarvan is OTOT (Truth & Style in 2006) ontstaan.” Enkele nummers van OTOT staan nu op de Gruppo Di Pawlowski-plaat: “Experiments In Haste”, “Hey Fat Sinister Genius” en “Phone Calls From A Ruin”. En zo is de cirkel bijna rond.

Gruppo di Pawlowski

Een van Pawlowski’s recentere projecten die plots uit het niets verscheen, was Radical Slave, een verschroeiende band die zich baseerde op de New Yorkse no wave uit de jaren zeventig en tachtig. Niet toevallig het genre waarmee hij zijn muzikale carrière startte. “Met Remo Perotti heb ik heel lang geleden nog in postpunkband Bedtime For Bonzo gespeeld. Ik zei ooit tegen Remo: ‘we moeten ooit no wave spelen en het genre toepassen op vandaag’. Op een bepaald moment belde hij mij om met Dirk Swartenbroekx (Buscemi) iets te beginnen. Ik ben direct begonnen met nummers te schrijven. Van de eerste optredens hebben we meteen een plaat gemaakt: live in de AB en Heusden-Zolder.”

Ook het asociale noise-feestorkest Gruppo di Pawlowski is op diezelfde spontane manier ontstaan. “De groep ontstond in 2007 toen de organisator van Mauroworld aan mij vroeg om het voorprogramma te spelen van The Evil Superfarce, een coverband van de Evil Superstars. Het was weer kort dag: ik koos dus weer wat muzikanten en haalde OTOT-nummers van onder het stof.” Dat werden uiteindelijk Sjoerd Bruil, Pascal Deweze (Sukilove), Elko Blijweert (Dead Man Ray), Jeroen Stevens (Black Cassette) en Ben Younes (The Rott Childs). “Ik dacht wel dat die mensen een menselijke versie van OTOT zouden willen spelen.” De waanzinnige avant garde chaos van Gruppo di Pawlowski is met andere woorden een onrechtstreeks vervolg op Somnabula.

Debuutplaat Neutral Village Massacre grijpt terug naar noise van bands uit het begin van de jaren negentig als The Jesus Lizard, maar doet ook denken aan de virtuoze gekte van Frank Zappa. “Ik wilde niet per se terug naar de verschroeiende sound (van The Jesus Lizard en consorten, lh) van de jaren negentig, maar het agressieve is wel essentieel in de muziek van Gruppo Di Pawlowski. Aan de andere kant is het ook geen dwangmatig futurisme en veel dingen van producer Steve Albini uit het verleden klinken trouwens ook buitenaards of waren vooruit op hun tijd.”

Tot slot: speelt Mauro dan werkelijk, zoals de volksmond gaat, met iedereen mee? “Het hangt ervan af of ik er iets aan heb. Als ik er spelplezier uit kan halen, is de kans groot. Of als de bandleden mij op een of andere manier verrijken, dan doe ik mee. Het is niet een kwestie van bijleren, maar gewoon de weg die ik afleg: ik dwaal af en soms kom ik eens op een stuk rechte weg terecht. Maar dat zal niet lang duren: ik ben snel het bos in zoals ze in de volksmond zeggen. Ik weet altijd wat doen. En als het echt niet meer gaat, kan ik ook nog altijd covers spelen.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × drie =