BEST OF: Jacques Brel

Geef toe: meestal zijn ze uw geld niet waard, die verzamelaars van uw favoriete groep die u in de winkel vindt. De platenfirma denkt dat enkel singles in aanmerking komen en een artiest zelf is ook al zelden goedgeplaatst om eigen werk te beoordelen. Tijd dus dat het eens aan professionals wordt overgelaten, en wie beter dan een team kenners van enola om maandelijks de vijftien beste tracks van een artiest te selecteren. Deze maand: het beste van Jacques Brel.

La ville s’endormait

Brels laatste, naamloze album (later op cd onder de naam Les Marquises) uit 1977 nam hij op toen de kanker die hem uiteindelijk zou vellen al ver gevorderd was. Een melancholisch aanvaarden van het eigen lot doordringt deze plaat nog meer dan zijn andere werk, maar nergens is dit zo uitgesproken als in het meditatieve “La ville s’endormait”. Brel de eenzame ruiter dwaalt rond in een landschap rond een inslapende stad — “J’en oublie le nom” — en verliest zichzelf in poëtische beslommeringen over het leven en de stad die hij achterlaat.
Hoogtepunt: 0’09”. Nadat de strijkers het toneel hebben gezet, breekt Jacques Brel er doorheen.

Orly

Een koppel neemt afscheid op Orly, de luchthaven van Parijs. Jacques Brel slaat ze van op afstand gade (“Ils sont plus de deux mille et je ne vois que deux”) en vult de onuitgesproken dialoog, de gevoelens die ergens tussen hen in hangen en het verhaal waaraan dit moment een einde lijkt te breien zelf in. Of is er meer in het spel en projecteert Brel een pijnlijke, persoonlijke historie op dit afscheidnemend koppel dat hij niet kent? Aan het einde bekent hij inderdaad net dat: “Je suis là, je la suis” voegt Brel als nagedachte toe en de song krijgt plots een geheel nieuwe lading.
Hoogtepunt: 3’07”. Langzaamaan heeft de begeleiding aan kracht gewonnen, met twee knallende refreinen die doorheen de pendule van de strofen braken, maar nu komen onder echo bedolven trompetten de tragische heroïek nog aandikken.

Voir un ami pleurer

Het persoonlijke verdriet tegenover de mondiale tragedies: Brel plaatst het in deze ballade meesterlijk in context. Want inderdaad, zelfs al is er een walgelijke burgeroorlog in Syrië, een verdwenen vliegtuig ergens in de Indische Oceaan en talloze andere hedendaagse conflicten, toch zal het verdriet van een nabije vriend ons vele malen meer raken en betrekken. Zoals van Brel verwacht kan worden, giet hij zijn opsomming hier in prachtige oneliners als “Et nos amours qui ont mal aux dents” en “Bien sur l’argent n’a pas d’odeur, mais pas d’odeur me monte au nez”.
Hoogtepunt: 3’48”. Opdat u het hele nummer zou beluisteren in afwachting van dit hoogtepunt dat eigenlijk gewoon het eindpunt is.

Ces gens là

Brel de verhalenverteller op zijn best. Een verliefde jongen uit de arbeidersklasse vertelt en vanaf de eerste seconde weet je dat het niet goed zal aflopen. De bourgeoisie, en hoe zij zichzelf veel te serieus nam en zichzelf te kakken zette, was een veel voorkomend thema bij Brel. Het bijtend sarcarsme dat hij gebruikte om zijn aversie tegen haar in de verf te zetten, is meesterlijk, ook al kwam hij zelf uit een gegoede familie. Eigenlijk moet je het hem vooral zien zingen. Zijn expressieve gelaatsuitdrukkingen waren een deel van zijn charme en kracht; ze onderstreepten en versterkten het verhaal.
Hoogtepunt: 3’10”. Het eenvoudig pianogetokkel zwelt aan en daar, ja, daar is Frida la blonde!

Les bourgeois

Brel vond zijn verhalen en anekdotes door de families rondom hem te observeren en minder uit eigen (jeugd)ervaringen. Hij ontdekte andere manieren dan sarcasme om de bourgeoisie en hun gedrag aan de kaak te stellen en dat bewijst hij hier. Lichtvoetig ritme, gezongen met een licht cynische toets. Vol humor, maar toch weer recht voor de raap en ondubbelzinnig. In een paar zinnen toont hij aan waar over het gaat: de notabelen van het dorp beklagen zich over de jeugd en zijn al lang vergeten dat zij twintig jaar daarvoor hetzelfde deden. De Nederlandstalige versie — “De burgerij”, in een vertaling door Ernst Van Altena — werd trouwens door Brel zelf ingezongen.
Hoogtepunt: 0’24”. “Et moi, moi qui était le plus fière, moi je me prenais pour moi”. Vat mooi samen wat jong zijn eigenlijk is.

Le moribond

Een minder gekend Brelnummer, maar door de fans toch fel gewaardeerd en gekoesterd. Afscheid nemen van iemand is nooit plezierig, maar de ik-persoon in “Le moribond” slaagt er toch in om dit op een waardige manier te doen. Zijn beste vriend, de pastoor, zijn vrouw, en ja, zelfs Antoine, de minnaar van die vrouw, krijgen een dankwoordje. De Engelstalige versie — “Seasons In The Sun” van Terry Jacks — is veel bekender dan het origineel en in onze contreien deed Will Ferdy in de jaren 60 een meer dan verdienstelijke poging in het Nederlands.
Hoogtepunt: 0’39”. Het refrein is positivisme ten top en een hoopvolle houding bij het afscheid nemen van een geliefde.

Mathilde

Can’t live with ’em, can’t live without ’em Elke man heeft zo wel een vrouw die hem niet loslaat, maar met wie het ook nooit helemaal lijkt te lukken. Bij Brel heet ze Mathilde en ze heeft zijn hart blijkbaar al meerdere keren bevallig lachend vertrappeld. Toch staat hij weer klaar als ze opnieuw aanklopt. Hij weet dat het hem weer een hoop ellende zal opleveren, maar God, ze is nog knapper geworden, en neen, hij zal zich weer niet kunnen inhouden. De onstuitbaar triomfantelijke muziek benadrukt nog eens hoe hij zich vierklauwens weer op zijn noodlot smijt; vooruit, en op hoop van zegen deze keer.
Hoogtepunt: 2’28”. Tweeëneenhalve minuut interne strijd eindigt met een nederlaag en opengestrekte armen: “Ma belle Mathilde puisque te voilà!”

Au suivant

Een geschiedenislesje, maar dan met veel inleving. Brel is soldaat in het leger en staat ter ontspanning samen met zijn kameraden aan te schuiven voor het rijdend bordeel: handdoekje rond het middel, klaar voor de actie. Niet bepaald de plek voor romantiek, maar kom: “Ce ne fut pas Waterloo, non, mais ce ne fut pas Arcole”. Maar het zit hem allemaal toch niet lekker; het commentaar van “Cet adjudant de mes fesses”, en wat je er allemaal niet aan overhoudt. Een druiper, bijvoorbeeld, of een zelfbeeld dat twijfelt wat nu het ergste is “d’être suivi que suivant”.
Hoogtepunt: 2’25”. “Tous les suivants du monde devraient se donner la main”; een moment van inzicht en de muziek en Brel die samen uitzinnig worden in een dolle rondedans.

Les F…

Omdat Brel niet alleen doodserieus kon zijn, maar vooral ook een pesterig type dat alles wat hem niet beviel met graagte in de zeik zette. Tussen hem en de flaminganten was het fout gelopen na zijn mild spottende “Les Flamandes”. Dat hem dat kort voor zijn dood nog altijd stak, mag blijken uit “Les F…”; in de intro bijtend aangekondigd als “Chanson comique”. Het resultaat is een op flauwe wahwah-funk gezette afrekening met de Vlaams-Nationalist, “Nazi durant la guerre, et catholiques entre elles”. En om helemaal duidelijk te zijn smijt hij er nog een in het Nederlands gebrabbeld “Ik ben van Luxemburg” tussen. Wordt waarschijnlijk ons devies ook, op de avond van 26 mei.

Hoogtepunt: 3’15”. “Je chante, persiste, et signe: je m’appelle Jacques Brel.” “Steek dit maar in uw gat”, maar dan in beleefd Frans verwoord.

Amsterdam

Ontelbare keren gecovered, maar dat zijn enkel argumenten die uitleggen waarom de versie van Brel zo ultiem is. Als hij al theater brengt, dan van de method acting klas; terwijl hij vertelt over de ruwe zeebonken, wordt hij zelf zo’n vrijbuiter, laat hij zich meeslepen door diens roes en de almaar crescendo gaande muziek; brult en zuipt hij in gedachten met zijn kameraden, gaat hij naar de hoeren, maar huilt stiekem om de liefde die hij niet vindt. Muzikaal is het niet meer dan een variant op de traditional “Greensleeves” en eigenlijk geloofde de zanger niet echt in het nummer. Speelde het een beetje wegwerperig vroeg in de set, om tot zijn verbazing te merken hoe het publiek bij de climax extatisch uitbarst in een staande ovatie. Beter zou hij het nooit meer kunnen brengen, besefte hij, en dus is dat de versie die op plaat is beland.

Hoogtepunt: 2’57”. “Et ils pissent comme je pleure sur les femmes infidèles”; dan toch een klein hartje in dat bonkige, bezopen lijf dat verdwijnt in een wervel van alcoholroes en triomfantelijke trompetten. En dan dat applaus natuurlijk.

Quand on n’a que l’amour

Nee, het vlotte niet voor Brel de eerste jaren van z’n carrière: z’n teksten stonden bol van zwaar aangezette, somtijds religieuze, beeldspraak, de arrangementen waren geforceerd speels. Dozen platen bleven onverkocht. Wanneer Brel in 1956 samenwerkt met André Popp, is het met “Quand on n’a que l’amour” plots wel prijs: op dit nummer is de basis voor het komende succes hoorbaar. De theatrale finale klinkt nog wat aarzelend in vergelijking met de latere jaren. Maar voor het eerst wordt de ruwe diamant die Brel is, echt zichtbaar. Het slijpen begint op de gelijknamige tweede plaat die een jaar later verschijnt.
Hoogtepunt: 1’50”. Brel komt op dreef en jakkert het nummer met z’n dramatische voordracht vooruit, de orkestratie van Popp volgt nog wat bedeesd.

La quête

Wanneer Brel de musical Man Of La Mancha van Dale Wasserman ziet, wil hij er mordicus een eigen bewerking van maken. Brel speelt Don Quichot en ontdekt zichzelf als acteur. Het wordt een van de grootste succesverhalen van zijn carrière. Brel sympathiseert met Don Quichote, die onvermoeibaar en niet geremd door tegenslagen zijn dromen najaagt. De charme van het strijdend tenondergaan. “La quête” is het kernnummer van de voorstelling, een vertaling van het ondertussen suf gecoverde “The Impossible Dream”, met een tekst die Brel inderdaad op het lijf geschreven is.
Hoogtepunt: 1’03”. Het heerlijk theatrale refrein: “Telle est ma quête/Suivre l´étoile/
Peu m´importent mes chances/Peu m´importe le temps/Ou ma désespérance”. Een strijdlied voor het leven.

La chanson des vieux amants

Is dit het mooiste nummer aller tijden dat de levenslange liefde bezingt? Vier en een halve minuut lang gelooft iedereen die dit hoort even in die ene Ware liefde. Een van de prachtigste Brelballades, uit de herfst van zijn carrière. Een oud koppel kijkt terug op twintig jaar gedeeld lief en vooral leed en danst zich op één tegel de eeuwige liefde in. Liefde is bovenal elkaars kleine en grote kantjes erbij nemen, en er zijn er wel wat geweest in die twintig jaar. Maar het succes ligt ’m vooral misschien in één ding: “Il nous fallut bien du talent/Pour être vieux sans être adultes”. Een van de talloze pareltjes uit de tekst. Kapotgaan, elke keer.
Hoogtepunt: 0’57”. “Mais mon amour/Mon doux, mon tendre, mon merveilleux amour/De l’aube claire jusqu’à la fin du jour/Je t’aime encore, tu sais, je t’aime.” Twintig jaar samen en nog zo hunkeren: dat is liefde.

Vesoul

Simpel, rusteloos en ontzettend grappig: ook dat is Brel. Grand Jacques struikelt net niet over zijn tekst in een schier onnavolgbare stoet plaatsen, mensen en steden waar hij geweest is. Maar dat alles zou niet kunnen tippen aan Vesoul, een klein stadje in de Vogezen. De korrel zout herkent u aan het feit dat Brel zingt niet terug te willen naar Parijs en dat hij de accordeon de valse à musette verafschuwt, terwijl Marcel Azzola een vrolijke musette uit zijn accordeon tovert. Feest! En euforie en levensvreugde, want Brel was zeker niet alleen de romantische, getormenteerde chansonnier.
Hoogtepunt: 0‘42“. Na de al niet bepaald kalme strofes, barst het refrein voor het eerst euforisch los: “Mais! Je te le dis! Je n’irai plus loin!”

Ne me quitte pas

Eerlijk gezegd denken we al eens dat we dit nummer beu gehoord zijn. Intussen kennen we hem vanbuiten, die trage, smachtende ode aan de liefde met een tekst die de extreme romantiek en het gigantische gebaar niet schuwt. Goed voor die eerste grote aanvallen van naïeve, allesoverrompelende verliefdheid en ldvd van een vroege twintiger, maar verder een beetje cliché en overdadig. Tot het nummer weer passeert en Brels performance na nauwelijks een minuut door muren van cynisme en masker van oud-en-wijsheid breekt. Een fantastische en perfect gebrachte tekst ook, vol mooie binnenrijmen en ritmische trompe-l’oreilles. Velen probeerden hem te vertalen, maar deze meesterlijke poëzie hoort in het Frans. Ga overigens vooral op zoek naar de eerste opname, met een ondes-Martenot in de begeleiding. Hipster, die Brel.
Hoogtepunt: 2‘20“ “On a vu souvent, rejaillir le feu d’un ancient volcan, qu’on croyait trop vieux”. Wèg blasé cynisme.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 + 16 =