Delrue :: ”Al die kutmeningen, daar mag je wel eens een nummer over schrijven”

Klaas doet het even in het Frans. En omdat Claes niet echt een zicht is — straks noemt iemand je Ernest — doet hij dat onder zijn familienaam. Delrue klinkt ook iets vlotter dan het Russische Yevgueni, dat dan ook nog eens in het Nederlands zingt.

Zo’n Babylonische spraakverwarring kan niet anders dan op de grens geboren zijn, in het Moeskroen waar de kleine Delrue zijn eerste woordjes Frans leerde met de Brassensplaten van zijn vader. Een eigen chansonplaat moet dus wel een droom zijn geweest? Klaas Delrue wikt het woord, laat het even op zijn tong rusten, en besluit dat het juist proeft. “Noem het maar zo, ja, want ik had niet willen sterven zonder het ooit geprobeerd te hebben. Of de reacties nu positief of negatief worden, er valt een last van me af. Op het lijstje dingen die ik voor mijn dood nog wil gedaan hebben, mag iets worden afgestreept.”

“Het was uiteindelijk altijd een dubbeltje op zijn kant of ik nu in het Nederlands of het Frans zou beginnen zingen. Chanson was mijn eerste liefde, minstens zo belangrijk als het Nederlandstalige lied. Met Renaud ben ik tussen mijn dertiende en mijn twintigste maniakaal bezig geweest. Daarna heb ik tijdens mijn studentenjaren gelukkig ook nog wat andere dingen opgepikt. (lacht) Toch is het idee lang blijven liggen en was het pas dankzij mijn broer Thijs, die Romaanse talen studeerde, dat ik nu toch de stap heb durven zetten.”

“Beginnen was geen probleem. Ik wist dat het me lag, en aan mijn uitspraak twijfelde ik nog het minste. Ik weet dat die niet perfect is, niet op plaat en zeker niet live, maar mensen die me al gehoord hebben, bevestigen wel dat het me ligt en dat het natuurlijk klinkt, waar mijn Engels al eens in de categorie ‘Ierse traditional’ wordt gestopt. Het niveau van de teksten hield me dan meer wakker. Goed, Axelle Red schrijft ook geen teksten van het niveau van Renaud, en die haalt het dan weer niet van Brassens. Er is dus wel een middenweg mogelijk, maar het mag ook geen rommel zijn.”

Aan de arbeid; opnieuw

“Het zorgde ervoor dat ik in het schrijfproces vaker tegen de muur liep dan ik gewoon was. Bij Yevgueni kan ik ook al eens een paar maanden droog staan, maar ik weet dan dat ik plots in een paar weken ook vier nummers kan afwerken. Nu moest ik me echt oppeppen, ideeën blijven sprokkelen om niet stil te vallen en was er onderweg al eens een writer’s block. Het was harder werken en dat heeft me veel bijgeleerd over mezelf als artiest.”

“Ik ben mezelf in de loop van het proces een paar keer tegengekomen. Het mag dan het plezantste beroep ter wereld zijn, besefte ik, ook muzikant zijn heeft momenten dat je jezelf moet dwingen achter je bureau te gaan zitten. Nick Cave doet het tegenwoordig ook zo, en Tom Waits is eveneens op die manier uit zijn dal gekropen door dagelijks op de set bij Martin Scorsese aan zijn soundtrack voor One From The Heart te werken. Het was goed om te beseffen dat het niet met elke nacht tot vijf uur op café te hangen is dat je mooie albums blijft schrijven. En ondertussen waren een aantal mensen mee met het project. Toen besefte ik dat het aan mij was, dat als het niet lukte dat vooral aan mezelf zou liggen.”

“Opnieuw een kwestie van “Aan de arbeid” dus, ja. Nog veel meer dan toen ik dat schreef voor Yevgueni. Toen ging het om een paar weken dat er niets kwam en brak dat nummer al de ban op het moment dat ik pas voor het eerst bezorgd werd. Nu ging het anders, zeker omdat ik na al die hectische jaren met Yevgueni de nood voelde om eens een paar maand niets te doen. Dat werkt verslavend, dus ik moest mezelf ook twee keer zo hard opjutten om nadien weer op te starten. Ik had al een viertal schetsen, maar toch bleef ik hangen in die leegte. Ik speelde ‘s nachts urenlang Pacman op de computer — wat uiteindelijk tot dat nummer heeft geleid en ik weer vertrokken was. Eigenlijk heb ik daar toen de sleutel gevonden om met flarden die je oppikt iets te doen dat op het einde van de rit toch niet gewoon absurd blijkt maar wel degelijk betekenis heeft. Luc De Vos is daar al langer erg handig in. Maar ‘t heeft dus veel meer trekken, sleuren en de trukendoos van de schrijver gekost om tot elf nummers te komen, wat dan weer zorgt voor die grote variatie op de plaat. Ik vrees dat Risqons Tout er eentje is voor mensen met een brede smaak.” (lacht)

Kutmeningen

“Het hele opzet was aanvankelijk nochtans veel minder ambitieus. We zouden drie à vier covers opnemen, evenveel nieuwe nummers en dan nog wat vertalingen van Yevgueni. Dat laatste was niet evident. Op één of andere manier kwamen er tijdens zo’n oefening toch altijd nieuwe ideeën tussen drijven, dus zijn we maar voor een plaat vol originelen gegaan met enkel die vertaling van “Propere ruiten”. Omdat die wel bleek te werken.”

“”Eliza” moest er ook absoluut op, zij het in een eigen, nieuwe versie, omdat dat thema me de laatste jaren heel erg bezig houdt. Al het gezwets op internet, de snelheid waarmee meningen worden gelanceerd, ik kan er echt niet tegen. Ik draai zelf mijn tong liever drie keer om voor ik iets ga poneren. Als ik kwaad ben, of aan de toog, ja, dan kun je van mij ook de meest ongenuanceerde dingen horen, maar dat is dan in de beslotenheid van dat café. Als je daar iemand kwetst, dan bel je die de volgende dag met je excuses. Op Facebook en dergelijke blijft alles staan, en dat zorgt alleen maar voor een devaluatie van de mening.”

“Natuurlijk werd er vroeger ook geroddeld of werden er ongefundeerde geruchten gelanceerd, maar via die sociale media wordt alles wel versterkt. Kranten nemen het nog eens over, het komt als een item in Reyers Laat, en dàn pas gaat iemand na of het nu eigenlijk wel waar is, en blijkt dat niet zo te zijn. Dat is dan door pakweg 300.000 man gezien, terwijl er ondertussen wel misschien twee miljoen mensen die onzin geloven. Soit, het komt er op neer dat het vaak niet de best geïnformeerde mensen zijn die het luidste roepen. Dat verdiende wel een nummer, vond ik. Al was het maar omdat je dankzij Facebook al die kutmeningen ook moet zien passeren. (lacht) En tegelijk zit je met een politiek flauwe generatie die daar erg bleek tegen af steekt. Dat is iets om over na te denken of een liedje over te schrijven.”

“”Cons Pétants” mocht dus een vlot deuntje zijn waarmee ik geen andere ambitie heb dan tegen de schenen van hen die het verdienen te schoppen. Je moet als artiest af en toe eens proberen iets over de wereld te zeggen, zelfs al zijn de meeste protestsongs oubollig. Ik ben het lang uit de weg gegaan omdat zo’n nummer in het Nederlands altijd op hoongelach wordt onthaald. Om één of andere reden werkt dat vaak niet in onze taal, misschien omdat die zich dan toch iets minder laat buigen dan het Frans of het Engels. Renaud kan dat wel, soms recht voor de raap, maar ook heel poëtisch. Een liedje waarin hij zijn dochtertje troost omdat een kat van het dak valt, kan hij tussen de lijnen nog voorzien van een sneer richting kerk. In het Nederlands probeer ik dat nu ook zo te doen. Het over iets anders hebben en in één zin dan toch ook dat andere aansnijden.”

“Maar eigenlijk hoor je in “Cons Pétants” toch ook Thijs Delrue. Hij heeft iets te veel te maken gehad met dat soort holle HR-slogans, dus die outro met zijn opsomming van lege managerstermen is van hem. Ik zat dan weer met verontwaardiging over de bankencrisis. Ik ben geen communist, je mag meer verdienen dan de ander als je iets beter kunt, maar als het ontploft en je neemt je verantwoordelijkheid niet, dan klopt het niet.”

“Het is een beetje een collage van die twee visies. Ook “Pas Que Je Voulais Pas” is het resultaat van onze samenwerking. Een tijd terug heb ik een collega verloren aan longvlieskanker. Hij had nog één jaar te gaan. Vanaf het moment dat ik dat wist, ben ik hem als een zieke gaan behandelen; iets waarover ik me voor de rest van mijn leven schuldig zal blijven voelen. Dat was de aanleiding, maar een eerste versie van het nummer vond mijn broer wat missen. Hij bracht toen het verhaal aan van een palliatief verpleger die voor een terminale patiënt had geregeld dat ook de “andere vrouw” in zijn leven hem nog even kon zien, buiten het medeweten van zijn familie om. Dat tilde de song op. Het doet me wel deugd om te horen dat je met twee schrijvers toch een song kunt maken die raakt. Al zijn de beste songs vaak teamwerk.”

Onpersoonlijk persoonlijk

“‘t Zijn verhalen, ja. Zelfs al zing ik in de eerste persoon. De taal leent zich daar ook toe. “A La Gare”, dat beeld van die man die zit te staren naar die vrouw brengt me al in zijn hoofd. Dat wil ik ook kunnen bij Yevgueni; vanuit het standpunt van anderen schrijven in de eerste persoon. Vroeger was ik me er veel meer bewust van dat het publiek elk woord dat ik zong begreep, en dus was ik ook geneigd om alleen maar de waarheid te schrijven: schilderijtjes die dicht bij de realiteit stonden. Terwijl dat voor een auteur naar verluidt het slechtste is wat je kunt doen, want dan wordt het saai. In het Frans voel ik die remming niet, waardoor ik gemakkelijker naar ‘je’ grijp voor iets dat ik totaal niet heb meegemaakt. Misschien is dat dan wel de les die ik verder moet meenemen; dat je de meest persoonlijke plaat kunt maken door net een zo weinig mogelijk persoonlijke procedure te volgen. De werkelijkheid loslaten, want uiteindelijk zijn dromen de beste inspiratiebron.”

“‘t Is mijn meest fictionele plaat die ik heb geschreven, maar dat bewijst nog maar eens dat de betekenis van een song zoveel meer kan zijn dan wat je er zelf in steekt. Dat je veel meer teweeg kunt brengen dan je er bij voorbaat in legt, werkt ook motiverend. Het moedigt aan om cryptischer en poëtischer te gaan schrijven. Niet te rechtuit, want dan heb je geen bewegingsruimte in je interpretatie. Maar natuurlijk komt die zin ‘Peut-être que je nie trop facilement mon inquiétude, qu’un jour elle ne sera plus là’ — ook weer één van Thijs, overigens — uit “Avion” wel dicht bij mij. Mijn vrouw is immers half-Filippijnse, maar ik zie het nog veel meer bij mijn schoonmoeder, die een eerste generatie-inwijkelinge is.”

“De vrees dat wat ze ooit echt gehad heeft hier gewoon weg is, is er altijd. Ik heb nog de buffer dat mijn vrouw ook nog half-Vlaams is en hier een job heeft, maar iedereen die een partner heeft met een rechtstreekse band met het Zuiden zal die vrees wel kennen. Ik ben voor haar misschien het belangrijkste in haar leven, maar er is altijd die andere optie mocht het haperen. Het is een uitvergroting, maar het scenario is niet ondenkbaar. En dus ontken je dat maar, want dat is de enige manier om daar mee te leven.”

Flirten met de burn-out

“Yevgueni moest er even uit, dat wisten we al een tijdje. Vier platen om de twee jaar was sowieso veel. Ja, The Beatles maakten er twee per jaar, maar die hadden dan ook een grotere markt. Wij merkten dat we onszelf bijna voor de voeten liepen en dat veel festivals gewoon nog niet klaar waren om ons opnieuw te boeken. Met ons theaterprogramma tourden we ook meestal twee seizoenen en namen we nadien een nieuwe plaat op, waardoor we er het volgende seizoen alweer stonden met onze volgende show. We botsten daar op onze limiet. Dan sta je daar met — vind je zelf — je beste plaat, krijg je te horen dat het te snel is. Voeg daar nog aan toe dat we de laatste maanden voor de break nog eens een poging deden om iets in Nederland te forceren. Uren rijden naar Leeuwarden, Groningen, zelf alles opbouwen en afbreken om kosten te besparen. Het tourleven waar je al jaren van droomt, ja, maar als je net dan aan het einde van je Latijn bent, dan flirt je met de burn-out. We hebben net op tijd aan de rem getrokken, waardoor we zoals die gek uit dat verhaal – ‘omdat het zoveel deugd doet als ik er mee stop’ — straks weer enthousiast met ons hoofd tegen diezelfde muur zullen willen aanlopen.” (lacht)

“Met Delrue wil ik ook verder kijken dan Vlaanderen. Frankrijk? Dat wil ik zeker proberen, met het lef en het realisme om er desnoods ook keihard mee op mijn gezicht te knallen. Nochtans ben ik de grote realist daarin. Terwijl Wouter zoals gewoonlijk van internationale markten droomt, beredeneer ik de dingen bijna als een wiskundige. Ik ga me er dus niet halsoverkop op storten, maar eerst het water testen en zoeken naar de juiste mensen die kunnen vertellen of er überhaupt kans is dat het iets wordt. Nu, zelfs al is die maar twee procent, dan nog wil ik daar alles op inzetten, maar het zal niet in het wilde weg zijn. Ik wil eerst alles in stelling brengen voor ik me daar aan waag. Ach, ik zal al heel tevreden zijn als ik al eens naar Canada mag voor een festivalletje of zo. Zoals we met Yevgueni al jaren eens naar Zuid-Afrika zouden willen gaan. Veel groter kun je immers niet dromen in het Nederlands, terwijl het potentieel publiek voor Franse muziek zo veel groter is. Alleen al dat geeft je meer ambitie, weet je.”

Het leven in handen genomen

“‘Risquons tout, on n’a jamais rien eu quand même’ zing ik. Het zou kunnen dat daarmee een nieuwe Klaas is opgestaan. Het is leuk geweest dat we met Yevgueni in het openbaar zijn opgegroeid, van studenten tot volwassenen, en in elke fase heb ik geschreven over wat me dan aan het hart lag, telkens anders. In die zin vind ik het ook gezond om veel platen te maken. Dan kunnen je fans ook volgen hoe je van a naar b raakt. Je mag dus niet vergeten dat ik ondertussen weer drie jaar verder sta dan op Welkenraedt.”

“Maar in “Pacman” zing ik inderdaad ook ‘Je prends ma vie en main’. Daar ben ik sinds een paar jaar veel harder mee bezig. Ik ben me veel bewuster van wat me gelukkig maakt en wat niet. Uiteindelijk besef je met ouder te worden dat je het gewoon zelf moet doen als je hier lang genoeg wil kunnen blijven. Het blijft niet als in je jeugd waarin alles je min of meer wordt aangereikt; als je job problemen geeft zul je er zelf iets aan moeten doen. Hetzelfde met een relatie: als een vrouw je niet gelukkig maakt, moet je opstappen. ‘Ligt het aan mij of ligt het aan jou’, dat zijn de hardste liefdesliedjes om te schrijven.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeven + vijf =