Mutual Benefit :: Love’s Crushing Diamond

Een beetje rust, een klein eilandje waar het prettig naartoe vluchten is, dat is wat Mutual Benefit met zijn debuut wil bieden. Met bliepjes en belletjes de boze buitenwereld op een afstand houden: het hoeft immers niet altijd zwart cynisme te zijn.

Niet dat Jordan Lee (de man achter Mutual Benefit) zijn portie ellende niet heeft gezien. In de voorbije jaren, waarin hij vooral veel door Amerika rondzwierf, zag hij meer en meer mensen om zich heen instorten en leerde hij de leegheid van het moderne bestaan van dichtbij kennen. Hij noemt zijn plaat dan ook onomwonden “therapeutisch”. Dat woord doet meestal vooral alarmbellen afgaan. Dit is bovendien niet de eerste alarmbel die rinkelt.

Het was immers in eerste instantie helemaal niet de bedoeling dat Love’s Crushing Diamond het levenslicht zag. De plaat is het resultaat van die jaren zonder thuis, waarbij Lee overal waar hij kwam wat instrumenten en muzikanten bij elkaar scharrelde en stukje bij beetje zijn nummers componeerde. Bovendien sleepte hij ook een koffer vol met field recordings mee, die hij onderweg verzameld had. Daarvoor had de muzikant al wel wat cassettes uitgebracht, maar veel deining hadden deze niet veroorzaakt. Love’s Crushing Diamond was veroordeeld tot hetzelfde lot, ware het niet dat enkele enthousiaste vrienden hem aanboden de plaat in zeer beperkte oplage op vinyl te verspreiden via hun pas opgerichte label. Daar had het moeten eindigen, maar dat deed het niet, met dank aan blogs en uiteraard Pitchfork, die voor de eerste keer een Bandcamprelease tot Best New Music bombardeerde. Een nieuw gehypet blogkindje dat geboren wordt: alarmbel nummer twee.

Gelukkig hebben de hippe internetsurfers het deze keer wel bij het rechte eind: Love’s Crushing Diamond is een mooie plaat geworden, die wel een aantal gevoelige zieltjes kan redden. Je zou Jordan Lee een singer-songwriter kunnen noemen, maar wie een blokhutplaat of een nieuwe Pink Moon verwacht, is eraan voor de moeite. Mutual Benefit sluit eerder aan bij Youth Lagoon, Grizzly Bear, Devendra Banhart of zelfs Mercury Rev. Vaak ligt er wel een folkriedel aan de basis van een song, en een enkele keer zelfs een banjo, maar deze zijn altijd bedolven onder dikke lagen verfijnde arrangementen, en het zijn die tierlantijntjes die de plaat maken. Aan zijn zwerftochten hield Lee immers een stevig gevuld adresboek over, en elke muzikant of willekeurige rare vogel mocht een bijdrage komen leveren aan zijn plaat. Openingsnummer “Strong River”, met zijn bizarre geluidjes die over elkaar heen duikelen, geeft daarbij al een goed beeld van wat volgen zal.

Een viool mag daarbij, zoals in “Advanced Falconry” of “That Light That’s Blinding”, vaak de hoofdrol opeisen. In dat laatste nummer krijg je het gevoel dat iemand maar een verkeerde beweging moet maken en de zorgvuldig opgebouwde wereld valt in stukken uit elkaar. Ondertussen gaat een niet te redden vriend beetje bij beetje meer onderuit: “I couldn’t give you a reason/ I couldn’t stop it from washing over you”. Een zoektocht naar een weg om te ontsnappen, een eindeloos vluchten naar een plek waar het beter is dan hier, naar een plek waar het beter moet zijn: “Oh to stare into the void/ and see a friendly face/ and find meaning in a word/ in a moment of rare grace”. In “Golden Wake” beslist Lee zijn grijze bestaan en job vaarwel te zeggen, aangezien “We weren’t made to be this way/ We weren’t made to be afraid”. Een dromerig orgeltje waarbij het aangenaam wegsoezen is, helpt daarbij het leven weer wat in te kleuren. De lyrics durven al wel eens de zweverige kant opgaan (“Strong River” bezingt bijvoorbeeld de kracht van een, verrassing, rivier), maar helpen wel om te ontglippen aan de harde vuistslag die de realiteit is. En voor een keer mag dat wel eens.

In ”C.L. Rosarian” vormt een klokkenspel de ideale begeleiding voor het verhaal van de perfecte liefde, die Lee hier bezingt. De stembuiging tijdens het gefluisterd “Careless love” zorgt voor rillingen, maar tegelijk onthult de melancholische viool dat de liefde toch eerder een droombeeld is geweest, en ten slotte blaast die liefde haar laatste adem uit. Het nummer eindigt zoals het begon: in een wolk van klokkenspel en andere snuisterijen uit het rariteitenkabinet van instrumenten die de zanger onderweg heeft meegeplukt. In “Let’s Play” vloeien een banjo en een orgeltje mooi in elkaar over, en probeert Lee ons te overtuigen dat “There’s always love/ When you think there’s none to give”. Alles komt uiteindelijk toch goed, nietwaar?

Love’s Crushing Diamond bevat zeker een grote portie somberheid, maar tegelijk vormt ze ook een soort schouderklopje. Finaal is er altijd dat streepje licht: aangenaam is het leven niet, maar pijn en verderf hebben uiteindelijk toch nog niet alle schoonheid verdreven. Een plaat als een reddingsboei tegen de somberheid die iedereen in zwarte en wrange tijden wel eens overvalt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × 1 =