Maxïmo Park :: ”Ik ben Jan-met-de-pet geweest”

Ze kwamen op het voorplan in dezelfde golf als Arctic Monkeys, Editors en Franz Ferdinand, maar nooit wenkte het grote succes voor Maxïmo Park. Twee puike platen werden opgevolgd door evenveel halfslachtige, en het is pas met het vorige week verschenen Too Much Information dat de groep opnieuw zijn sterkte vond: uitblinken in pakkende songs en catchy hooks. Frontman Paul Smith is dan ook een tevreden man: “Onze bekendste song gaat over “Books And Boxes”, wat hadden wij ooit meer kunnen verlangen dan gematigd succes?”

enola: Eigenlijk was het niet de bedoeling dat er al een nieuwe plaat was, niet?
Smith (zang): “Niet echt. We hadden bij de opnames van The National Health, onze vorige plaat, gemerkt dat het even kan duren om opnieuw in the swing of things te raken als je even stillag, en dus wilden we de vibe van de tour nadien vasthouden door meteen weer de studio in te duiken. Het idee was om gewoon een EP’tje op te nemen, samen met onze vrienden van The Field, om bezig te blijven, maar dat bleek een stuk beter te lopen dan we hadden verwacht: in geen tijd hadden we vijf songs geschreven waar we best gek op waren, en dat gold voor iedereen die ze hoorde. Daarom hebben we dan maar besloten een volledige plaat op te nemen.”

enola: Jullie werkten vervolgens samen met Dave Okumu van The Invisible. Was het idee voor de EP om wat meer elektronisch te worden?
Smith: “Deels. Ik wilde eigenlijk een plaat maken als David Bowies Low, waarop de songs ofwel weird en grensverleggend zijn, ofwel lichtjes verwrongen pop, en die soorten zelfs elk hun eigen plaatkant hebben. We hadden met deze plaat enorme problemen om onszelf te definiëren. Er gebeurt heel veel in de nummers — één van de redenen waarom de plaat Too Much Information heet — en ze gaan alle richtingen uit: je hebt elektrosongs als “Brain Cells” naast ingetogen Blue Nile-achtige synthpop als “Leave This Island” en punky songs.”
“De vraag ‘past dit allemaal wel bij elkaar?’ werd opgeworpen, en daarom zijn we voor de mixing bij Nicolas Vernhes gaan aankloppen, nadat we zijn werk voor Monomania van Deerhunter hadden gehoord. We voelden dat hij ons kon helpen om al die nummers er apart te doen uitkomen, en toch ook een rauw en opwindend geluid over de hele plaat aan te houden. Dave moest voor het buitenstaandersperspectief zorgen, maar dat leverde hij niet echt¸ wel eerder aanvullende productie. Hij maakte mixen die helaas iets te veel remix waren om de plaat te halen, dus hebben we er alles afgehaald dat volgens ons te ver stond van het oorspronkelijke idee, dat ruwer klonk. Hoogstens behielden we wat kleine dingetjes als eighties-handclaps of een verrukkelijke synthbas die het nummer smooth maakten. Toch zou dat nummer zonder zijn input een stuk minder straf zijn geweest. Les: zelfs als je zelf de productie in handen neemt mag je niet bang zijn om anderen te vragen hoe zij de dingen zien.”

enola: Too Much Information voelt als een nieuw begin. Had je het gevoel dat dat nodig was?
Smith: “Altijd. Het is gewoon je plicht nieuwe dingen te proberen. Te veel bands blijven gewoon dezelfde plaat maken omdat dat nu eenmaal hun job is geworden, en ik schaam me voor hen. En dan heb je groepen die geforceerd andere dingen doen om toch maar risqué en trendy over te komen. Ik geloof graag dat wij een band zijn die het evenwicht tussen beide weet te bewaren, en zichzelf elke keer wat verder waagt zonder zichzelf te verliezen. Uiteindelijk zal het ons anders ook maar vervelen; iets anders proberen steekt er dan ten minste wat peper in. Maar als je daarmee verliest wat je als band goed maakte, wat is het punt dan?”
“Het is vooral belangrijk dat de eerste song de je uitbrengt van een nieuwe plaat laat horen dat er dingen veranderd zijn. Zo had “The Kids Are Sick Again” van Quicken The Heart een bijna psychedelisch trekje, iets wat we normaal niet doen. “Hips And Lips” van The National Health had dan weer een techno-achtig gevoel, wat in Groot-Brittannië toch tot enig wenkbrauwgefrons leidde.”
enola: Ik denk dat je daar nu wel het verste in bent gegaan met het nooit echt exploderende “Brain Cells” en later het introspectieve “Leave This Island”.
Smith: “Dat klopt wel, denk ik. We hebben tegenwoordig het soort vertrouwen dat ons toelaat om ons ver buiten ons vaste geluid te begeven, zonder dat we het gevoel hebben dat we niet meer als onszelf klinken. Alsof het toch een emotionele laag houdt die enkel van ons kan komen. Dus ja, we maken songs waarop geen gitaar te horen is tegenwoordig, terwijl we die vroeger in “Hips And Lips” toch wel hadden binnengesmokkeld. Nu mag iets als “Brain Cells” enkel die spanning in zich hebben, maar hoe meer je luistert hoe meer je beseft dat er wel degelijk een soort opbouw in zit.”
enola: Bij momenten lijkt Too Much Information zelfs een oefening in het schrijven van songs die zonder voor de hand liggend refreinen, toch de aandacht vast kunnen houden.
Smith: (lacht) “Ja, maar dat proberen we al lang hoor. Zelfs “Apply Some Pressure”, dat toch één van onze grootste hits was, laat je wat verward zoeken naar het refrein. Is het dat brugje (zingt dat “tududu”)? Of toch die overgang: is die een soort vreemd antirefrein? De waarheid is dat het allemaal hooks zijn; we proberen gewoon zoveel mogelijk catchy stukjes in één nummer te steken, zonder dat het onder hun gewicht in elkaar klapt. Maar ik denk dat we ons nu comfortabeler voelen bij de meer subtiele experimenten die we ondernemen. Ik twijfel niet over dat laag zingen in “Leave This Island” of “Brain Cells”; we hebben onze teen al in dat water gestoken, en weten dat we daar weg mee raken.”

enola: Tekstueel blijf je bij je stokpaardje: de jacht en de eventuele vangst. Heimwee naar de tijd dat je vogelvrij was?
Smith: (lacht uitbundig) “Ik moet zeggen dat ik inderdaad nogal inspiratie put uit herinneringen aan die periode. Ik ben meer gesetteld dan ooit, maar mijn hoofd en mijn notitieboekje blijven die momenten naar boven brengen. Sommige songs zijn dan weer minder persoonlijk en eerder opgevat als kortverhalen. Neem nu “Leave This Island”, waarvan ik aanvankelijk enkel die zin “Let me know if you want to leave this island / Let me know your point of view” had opgeschreven als een kleine psychologische observatie: we leven allemaal op een klein eiland, waar je zo van kunt vertrekken, maar je doet het niet omwille van een job, verantwoordelijkheden, angsten,… Het voelde als een sleutelzinnetje, en de rest van de song is pas gekomen toen ik These Demented Lands van Alan Warner las, dat zich ook afspeelt op en rond het bezoekersterras van een luchthaven op een Schots eiland.”
“Hetzelfde gaat ook op voor “Midnight On The Hill” trouwens: elke strofe is daar een hoofdstukje in een groter verhaal. “What happens next? / I don’t know”; het soort geheugenverlies dat je al eens overhoudt aan overmatig drankgebruik, maar net zo goed gaat die song over een nachtelijke autorit waarvan je niet weet waar het heen gaat. En dan is er natuurlijk nog “I Recognise The Light”.”
enola: Een vreemde song.
Smith: “Yup. Een tekst die ik ooit eens had neergeschreven, en toen ik ze ooit aan Duncan (Lloyd,gitarist, mvs) reciteerde kwam die even later met het nummer terug. Paste perfect bij de tekst, maar de rest van de jongens was niet zo overtuigd. Ach, ‘t is weer een andere kleur op de plaat. Het tegendeel van “Where We’re Going”, een redelijk eenvoudig nummer over hoe moeilijk het is om te durven vertrouwen, een gevoel dat me niet vreemd is. Zelfs in de meest stabiele relatie blijft je hoofd vragen stellen. “Did I learn anything today / If I didn’t will my brain cells wear away”, uit “Brain Cells”, dat houdt me écht bezig ja. (lacht) En tegelijk vond ik het dan weer leuk om die tekst in een nummer over een nachtenlange rave te steken.”
“Dat is waar ik goed in ben, denk ik: die romantiek van het alledaagse portretteren. Andere artiesten hebben andere onderwerpen. Kate Bush mag het over dromen en magie hebben, ze doet dat goed, mijn sterkte ligt ergens anders. De opwinding aan het einde van de werkweek vastpinnen, dat soort dingen. Hebben we ook gekend. Nadat we van universiteit afzwaaiden, voor de band goed ging draaien, hebben we twee, drie jaar lang rondgekomen door losse jobs aan te nemen. Dat is een sleutelperiode geweest voor me. I am or have been the everyman.”

enola: In “Her Name Was Audre” eer je voormalig stadsdichteres van New York Audre Lorde.
Smith: “Fascinerende dame. Ze was activiste, feministe en een erg inspirerende speecher, maar ondertussen bleef ze wel gewoon bibliothecaresse. Ik vind dat van een geweldige nederigheid getuigen. Mensen zetten hen vaak op een voetstuk, of verwijten hen pretentieus te zijn, maar ook kunstenaars moeten gewoon in hun levensonderhoud voorzien. Dat wilde ik in die song vertellen,wat een uitdaging was. Ik hoop dat ik haar recht doe.”
enola: Het nummer eindigt nogal abrupt. Wat gebeurt er?
Smith: “Ach, weet je (lacht). We hebben deze plaat zelf geproduced, dus we hebben ons wat pret gegund. En in dat nummer wil dat zeggen dat we het op het einde gewoon wilden aftrappen. Het stelt uiteindelijk allemaal niets voor. Als je platen opneemt durf je al eens te gewichtig gaan doen, want het zou weleens je laatste kunnen zijn. Maar ach, dat is het waarschijnlijk niet, dus het moet zo ernstig niet. Uiteindelijk zal de wereld ons niet herinneren als één van de grote legendarische bands. Laat ons eerlijk zijn: de pers schrijft ons niet de lucht in, en we verkopen ook geen miljoenen. Maar we kunnen wel ons ding doen, en dat betekent gigantisch veel voor ons, en ook voor de mensen die ons wel goed vinden. Meer is het echter niet, dus laat ons dat ook niet opblazen; het is ok zo voor mij.”
“De carrière van The Go Betweens is wat mij betreft een mooi voorbeeld. Elk van hun platen verschilt niet van de vorige, op wat meer glossy productie op de latere na, maar de songs zijn super; plezierig, melancholisch, melodieus,… en dát is mijn ambitie. We mogen de band zover pushen als we willen, het zal altijd draaien om de vraag of het goeie songs zijn die me raken. Dat is het enige waarop je moet focussen, dus een beetje pret is toegestaan.”

enola: Je zegt het zelf: de grote doorbraak zal er niet meer komen. Jullie blijven hangen op de status van wat Will Sheff van Okkervil River zo mooi “a midlevel band” heeft genoemd. Ik vraag me al eens af of dat niet de beste positie is die je kunt hebben als je niet op een miljonairsvilla mikt: je kunt platen opnemen, touren,… en van je muziek leven, maar niet hele miserie die bij bekendheid komt kijken.
Smith: “Helemaal waar. We maken platen die iets beteken voor mensen als ze zich slecht voelen, of waar ze op kunnen dansen; dat lijkt me niet echt iets slechts om te doen in je leven, dus ik kan ‘s avonds met een gerust hart in bed kruipen. Beroemd zijn is daarentegen redelijk vervelend en ronduit ongemakkelijk. Ik heb het niet nodig dat onbekenden me aanspreken op straat om mezelf te kunnen appreciëren, daar heb ik vrienden en familie voor. Maar je mag ook niet te hard achterover leunen. Je moet je fans wat uitdagen met je platen. Je wil niet dat ze enkel komen voor het oude werk en het nieuwe hoogstens tolereren. Ik wil dat onze nieuwste songs even goed zijn als de oude. Enkel dan heeft het zin om door te gaan.”

enola: Heeft het je ooit gefrustreerd dat de status van Arctic Monkeys buiten bereik bleef?
Smith: (proest het uit) “Not really. Enfin, natuurlijk speelt dat al eens een beetje op maar nooit écht. Elke gedachte in die richting kan ik de kop indrukken met het besef dat ik gewoon muziek mag maken als bestaansreden; dat is op zich overweldigend genoeg. Alleen al de reizen die ik mag maken! Mijn vader zegt me constant hoe jaloers hij is dat ik al die plekken zie, omdat hij dat nooit heeft gekund.”
“Heel die muziekindustrie die eist dat je almaar groter moet worden moet je vooral negeren. Het is gênant dat die redenering bestaat, maar ik weet dat ons management en onze platenfirma zo denken. Het draait om zaken, er is geld mee gemoeid, en ze willen de top bereiken, zelfs al is de realiteit dat er maar een handvol bands daar geraken: Coldplay, Arcade Fire, Arctic Monkeys. Er zijn maar zoveel headline slots op de festivals. Er zijn maar twintig plekjes in het eindejaarslijstje. De kans dat wij mee kunnen spelen in dat spelletje is klein. Maar het zeurt wel degelijk af en toe in het achterhoofd: we hebben een goeie plaat uit, dus waarom staan wij niet op nummer één en zijn wij niet top of the bill? Maar we zijn een alternatieve band, zien er niet uit als filmsterren,… hoe zouden wij ooit een publiek kunnen vermaken dat elke vijf minuten wil verteld worden dat de handen moeten getoond worden? Ik ga mezelf daar niet toe verlagen om een groter publiek te verleiden. Onze grootste song gaat over “Books And Boxes”; da’s geen refrein. Michael Jackson had het woord “velocity” niet in een nummer gestoken.” (schatert)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien − twaalf =