DIT WAS 2013: Public Service Broadcasting :: ”Ik denk dat we moeite zouden hebben om een skinheadpubliek te boeien”

De hele maand december blikt enola terug op het afgelopen jaar met de interviewreeks DIT WAS 2013. Daarin laten we artiesten aan het woord die het jaar maakten of wiens plaat onterecht onopgemerkt de vergetelheid in dook.

Een van de meest excentrieke bands van 2013 was ongetwijfeld het Britse Public Service Broadcasting. Met flarden uit oude voorlichtingsfilms knutselde het duo J. Willgoose, Esq. en Wrigglesworth iets dat net zo Brits als komkommersandwiches aanvoelt. “Hé, ribfluweel stààt ons gewoon goed!”

In de backstage van de Brusselse Beursschouwburg zit Willgoose nochtans doodnuchter in jeans. Dat is wel zo comfortabel als je voor het eerst je weg door Europa baant. En natuurlijk dient die bibliothecarisoutfit op het podium enkel om zijn muziek, een entertainend ratjetoe van kraut, rock en dance, ook een béétje inkleding te geven. Al wil hij desgewenst wel de lof zingen van oubollige kostuums.

Willgoose: “Oh man, ribfluwelen pakken zijn geweldig: houden de warmte vast als het koud is, zijn lekker fris in een bloedhete tent. En oké, ze slijten wel vrij snel, maar toch: je hebt er je plezier aan. Maar alle gekheid op een stokje, dat krijg je dus met projecten die ontstaan in een slaapkamer; ga je je pas achteraf afvragen hoe je dat live zult gaan presenteren en dan lijken dat soort outfits plots een goed idee. In het Britse collectief geheugen zijn die immers onlosmakelijk verbonden met BBC-ambtenaren uit de jaren zeventig. En het gaat ons eigenlijk best goed af, vind ik.”

enola: Laten we voor alle gemak nog eens terugspoelen naar het begin. Hoe komt een muzikant er op om plots te gaan stoeien met samples uit wat we maar zullen vertalen als “boodschappen van algemeen nut”?
Willgoose: “Muziek waarin stemsamples werden verweven, interesseerde me al langer, maar het idee om nummers te maken gebaseerd op dat soort programma’s is pas zo’n vijf jaar geleden ontstaan, toen ik naar een programma op Radio 4 luisterde waarin het beste van Public Service Broadcasting — een vrij generische term die wordt geplakt op elke informatieve spot die door de staat wordt gefinancierd — werd uitgezonden. De DJ vertelde over een aantal films uit het archief van het BFI (British Film Institute, mvs) die voor het eerst op DVD zouden uitkomen, en die heb ik me in huis gehaald. Ik schreef een nummer over een sample daaruit, en mijn vrienden vonden het geweldig, wat eerder uitzonderlijk was, want normaal vinden ze het allemaal de moeite niet wat ik schrijf. Ik interpreteerde het als een aanmoediging om op die weg verder te gaan, en besloot een plaat te maken waarop ik voor elk nummer een andere film zou gebruiken.”

enola: Wat trekt je aan in die oude films?
Wilgoose: “De klank, eerst en vooral. Daar begon het mee. Ik zocht iets dat smoel kon toevoegen aan instrumentale muziek, en het karakter dat uit die stemmen spreekt, is iets dat je niet kunt faken, en nergens anders kunt vinden. Er zit een soort van lyriek in de manier waarop men vroeger voice-overs deed, iets poëtisch.”
enola: De juiste samples vinden is een vorm van goud zoeken, vermoed ik?
Wilgoose: “Zo voelt het als je een goeie gevonden hebt. Dan weet je dat het nu aan jou is om er iets moois van te maken. Maar eigenlijk is het vinden van een geschikt fragment niet zo moeilijk. Het is geen blind zoeken; ik weet waarover ik wil schrijven, en wat voor materiaal ik wil. Meestal kies ik heel bewust voor een welbepaald tijdperk of soort film. Het vraagt geen weken snuffelen; de meeste research doe ik in het uitgebreid online-archief van het BFI, en vaak kan ik al uit de titel afleiden of er iets in zit of niet. Op die manier filter ik vrij snel voor ik effectief moet gaan kijken. Zo heb ik voor onze volgende EP al een behoorlijk vastomlijnd idee wat de thematiek moet zijn, en dan is het enkel een kwestie van mensen te vragen of zij dat soort materiaal in huis hebben.”

enola: Werkt het BFI vlot samen met jullie?
Wilgoose: “Absoluut. Ze zijn geweldig behulpzaam geweest tot nu toe. Aanvankelijk begrepen ze niet zo goed wat de bedoeling was toen ik hen belde met de vraag of ze materiaal konden leveren, en uitlegde wat ik deed. Eenmaal dat was opgehelderd, kreeg ik echter alle groene lichten die ik nodig had. Het vroeg zelfs niet eens zoveel overtuigen; ik liet hen een song horen, en die vonden ze wel goed, en op die manier was het meteen beklonken. Ze werken met meerdere bands, overigens. We zijn niet de enige die met hun materiaal aan de slag gaan, of dat van een nieuwe soundtrack voorzien. De medewerkers zijn er behoorlijk open en vooruitstrevend in hun denken. Af en toe komen ze eens kijken op een concert. Ik zie ze nooit, maar ik weet dat ze op de guestlist stonden en achteraf krijg ik dan de mededeling dat ze het goed vonden.” (lacht)

enola: Wat maakt een bepaald stemfragment geschikt?
Wilgoose: “Geen idee, maar als ik er één vind, springt het er meteen uit. Er is iets dat je aandacht trekt. Rare vraag eigenlijk, ‘t is alsof je me zou vragen uit te leggen wanneer een muziekstuk juist klinkt. Soms is het het onderwerp, soms iets dat gezegd wordt, of de manier waarop, hoe het klinkt,… “

enola: Kunnen recente films ook ooit zo’n kwaliteiten worden toegedicht, denk je?
Wilgoose: “Misschien. Na verloop van tijd, wie weet. Soms wordt ons gevraagd om iets te doen met dingen uit recentere dagen, en ik zie geen reden waarom we dat niet zouden kunnen doen. Maar ik benader onze tijden liever stukje bij beetje, door steeds een stapje dichter te schuiven naar de moderne tijden. Het zou een te grote schok zijn als we van de sixties meteen naar vandaag zouden springen. Ik denk dat we momenteel klankmateriaal gebruiken dat ten laatste uit 1969 afkomstig is. De beelden bij de concerten zijn al eens uit de jaren zeventig, maar verder gaan we voorlopig niet.”
enola: Zolang het zwart-wit is, is het goed?
Wilgoose: “Ach, en als het in kleur is, zetten we het gewoon om.” (lacht)

enola: Muzikaal maken jullie een gezellige mix van krautrock, elektronica en bluegrassbanjo; Hoe kom je op zo’n combinatie?
Wilgoose: “Geen idee. Zo ontstaat het gewoon. Het begon zoals dat gaat, op mijn zestiende met een gitaar, en wat schoolkameraden met wie ik een groepje oprichtte. En toen dat uit elkaar viel, ging ik op mijn eentje prullen met elektronica, werd ik verliefd op bluegrass, en leerde ik fingerpicking op de banjo,.. ‘t Is een happy instrument, en vrij ongewoon.”
“Ik zie eigenlijk geen enkele reden waarom ik niet al die dingen zou combineren. Rond mijn 25ste vielen alle muren weg, en heb ik naar om het even wat geluisterd. Ik wilde alles gehoord hebben. Waarom zou ik mezelf grenzen opleggen? Er is zoveel muziek toegankelijk vandaag, dus dat is ook wat ik hoor. Waarom zou zich dat niet weerspiegelen in wat ik maak? Altijd maar hetzelfde zou ook maar vervelen.”

enola: Ik vermoed dat er live een hoop geprogrammeerd staat?
Wilgoose: “Tuurlijk. Dat kan niet anders, want ‘t is een hoop gepruts. Ooit hoop ik dat we een derde bandlid kunnen aannemen, maar voorlopig ziet het er niet naar uit; kwestie van budget, ja. Nu past alles nog in een stevige auto, wat de kosten relatief laag houdt. Maar ook tijdens een concert proberen we het aandeel van wat op tape staat zo klein mogelijk te houden. De ethos is dat het zo live mogelijk moet zijn. De meeste bassen zijn vooraf opgenomen, een stuk van de elektronica, maar eigenlijk zou je opkijken hoe weinig het allemaal nog is als je alleen die backing tracks zou horen. Het meeste is trouwens geloopt, en krijg ik vaak niet meer gestopt, dus als ik een foutje maak blijf je dat maar horen, rondje na rondje. En dan zie je Wrigglesworth (drummer/pianist/elektronicaman, mvs) lachen.”

enola: Mag ik het erg Brits noemen wat jullie doen?
Wilgoose: “Ja hoor. We horen dat wel vaker en ik vind dat geen verwijt, maar ook geen compliment. We hebben daar nooit bewust op gemikt, maar ‘t klopt wel dat wat wij doen een beetje een excentrieke opzet heeft. Nu, als er één ding is waar wij Britten goed in zijn, dan wel in muziek, en zelfs onze pop heeft dan al eens een hoek af. Neem nu The KLF. Ik vind die conceptueel fantastisch, maar muzikaal bij momenten hilarisch, of David Bowie, met al zijn personages. Er is daar iets aan… waarvan ik hoop dat wij toch een beetje de voetsporen drukken.”
enola: Toen jullie “Spitfire” hadden geschreven, waren jullie wel bang dat nationalistische partijen jullie zouden aanhalen, niet?
Wilgoose: “Ja, dat kon ook niet anders met een song over dat jachtvliegtuig. Niet dat er iets mis mee is om een toestel te bezingen dat ons zo hard heeft beschermd tegen het absolute kwaad van de Nazi’s. Het technisch hoogstandje dat het was bezingen was OK, maar het mocht niets worden dat ook maar een beetje “Britain’s the best” uitstraalde. Dan ga je van patriottisme naar nationalisme. Trots zijn op je land is nu niet bepaald iets dat hoeft, maar in kleine dosissen is het toelaatbaar. Nationalisme is echter compleet fout. Maar goed, ik denk dat we ons lichtjes intellectueel aan de wereld tonen, dus ik denk dat we moeite zouden hebben om een skinheadpubliek te boeien. En als er ooit een politieke partij onze muziek gebruikt, dan lappen we ze een proces aan de broek. Klaar.”

enola: Kun je dit nog verder drijven? Is het mogelijk om nog een plaat maken als Inform – Educate – Entertain, of zou dat per definitie een herhalingsoefening zijn?
Wilgoose: “Ik zou niet willen hetzelfde doen. Vandaar dat ik het ook interessant vind om nu die twee Nederlandstalige tracks te hebben gemaakt: “Elfstedentocht” 1 & 2. Op die manier houden we het fris. We hoeven ook niet altijd dezelfde instrumenten te gebruiken, of de samples op dezelfde manier te gebruiken. Voor mij is Public Service Broadcasting een heel brede en vage term, waar we veel richtingen mee uit kunnen. Het is veel minder eng dan mensen het soms afschilderen. Ik heb al ideeën voor de volgende drie of vier EP’s of platen die we kunnen opnemen.”

enola: Wat kan het in je wildste dromen zijn?
Wilgoose: “Ik zou doodgraag eens iets doen met de natuurdocumentaires van de BBC. Alles met David Attenborough zou eigenlijk geweldig zijn. Maar laat ons eerlijk zijn, het is niet realistisch. Die vragen tonnen geld voor een sample van vijf seconden. En verder zou ik graag eens een optreden kunnen geven waar werkelijk alles live wordt gebracht, ook de commentaarstemmen, door een paar acteurs. En voorts wil ik op onze volgende platen graag een stukje complexere instrumentatie gaan gebruiken. Het zal nog als ons klinken, maar dan ambitieuzer en breder.”

enola: Vertel me eens over dat “Elfstedentocht”, twee nummers die je opnam op vraag van het Nederlandse Explore The Northfestival?
Wilgoose: “Dat is begonnen toen twee gasten ons na ons optreden op het Incubatefestival in Tilburg stalkten met die opnames uit 1963 die ze hadden van een schaatswedstrijd. Of we daar iets mee wilden doen voor hun festival. We hebben ja gezegd,want het leek ons wel interessant om eens met een film in een andere taal te werken. Ze hebben ons de tekst vertaald, dat was wel nodig om te weten wat de belangrijke stukken tekst was. Ik heb hen de demo gestuurd om even te checken of ik niet per ongeluk een woord had weggeknipt of dingen onlogisch had verknipt, maar gelukkig heb ik een vrij goed oor voor talen, dus ik had het meteen juist.”
enola: Kende je de Elfstedentocht?
Wilgoose: “Ja hoor, en nu vooral die van 1963. (lacht) Neen, ik had er nog nooit van gehoord. Maar veel vriendinnen van mijn lief hebben Hollandse vriendjes, en telkens ik vermeld dat ik iets doe over de (spreekt het perfect uit) Elfstedentocht weten ze me enthousiast te melden hoe belangrijk het is.”
enola: De uitspraak heb je alvast goed beet.
Wilgoose: “Tja, ik heb ondertussen wel wat oefening gehad. (schatert) Als je me het een paar maand geleden had gevraagd, was het vreselijker geweest.”

enola: Jullie brachten de plaat ook uit op jullie eigen label. Was het belangrijk om alles in eigen handen te houden?
Wilgoose: “De omstandigheden hebben ons dat wat opgedrongen. We hadden de EP The War Room in eigen beheer uitgebracht, en die had het best goed gedaan, zodat er wel wat interesse van labels was om met ons in zee te gaan. Uiteindelijk kwam het er echter op neer dat we net te groot waren voor de kleinere, onafhankelijke labels, en te klein voor de grote majors. Het had gewoon geen zin om al op voorhand vijftig procent van de inkomsten aan een label af te staan, als we ‘t net zo goed zelf konden doen. En dus hebben we een deal gesloten voor de verdeling van Inform – Educate – Entertain en met het voorschot daarvoor hebben we de studio bekostigd. Ondertussen is dat terugbetaald, en schrijven we de cijfers in ‘t zwart. Het is dus goed uitgedraaid, zelfs al moet ik toegeven dat we daardoor internationaal een beetje inboeten aan bekendheid.”

enola: Het is nu eind 2013. Wat zijn de plannen voor volgend jaar?
Wilgoose: “Nu willen we Inform – Educate – Entertain vooral verder promoten. Eerst Amerika, en dan weer Europa. Festivals ook. We hebben al een paar uitnodigingen binnen, waarvan een paar op het vasteland, dus wie weet zie je ons nog eens. Ik wil er ook niet cynisch over doen, maar misschien kan het helpen dat we nu een nummer in het Nederlands hebben opgenomen.”
enola: ‘t Kan een goed verkopend concept zijn: een plaat waarvan elk nummer in een andere taal is.
Wilgoose: “Yeah: leer Nederlands/Frans/Hongaars met Public Service Broadcasting. Goed plan, bedankt!”

enola: Geen zorg, de factuur volgt!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen + 16 =