A Touch of Sin

In The Third Man van Carol Reed stelt het personage van Orson Welles op een gegeven moment dat Italië misschien wel geplaagd werd door het terreurbewind van de Borgias, maar niettemin Da Vinci, Michelangelo en de Renaissanse heeft voortgebracht. Zwitserland, waar 500 jaar vrede en democratie was, kwam dan weer niet verder dan de koekoeksklok. Alhoewel dit natuurlijk een uitspraak is van een amorele opportunist die machtsmisbruik probeert goed te praten, zit er wel een kern van waarheid in: politieke instabiliteit kan soms wonderbaarlijke kunstuitingen teweeg brengen. Kijk maar naar Zhang Ke Jia: één van de meest prominente figuren in de wereldcinema die de socio-economische malaise in China vaak als uitgangspunt neemt in zijn films.

Zia, geïnspireerd door berichten op sociale media, vertelt vier afzonderlijke verhalen over individuen uit de onderklasse die door allerlei mistoestanden tot het uiterste gedreven worden: een iets te impulsieve arbeider besluit na een publieke vernedering om zich te wreken op zijn oversten, een afgestompte jongeman pleegt overvallen voor de kick, een vrouw wordt het slachtoffer van een aanranding en een tiener denkt zijn droomjob gevonden te hebben in een veredeld bordeel, tot hij verliefd wordt op één van de meisjes van plezier.

Je zou A Touch of Sin enigszins met Gomorra kunnen vergelijken: beide sociaal geëngageerde mozaïekfilms over de onrechtvaardige dog-eat-dog wereld in de hedendaagse sloppenwijken, afstandelijk in beeld gebracht, genadeloos van toon en volledig gefocust op het individuele om het typische gevoel van vervreemding in de grootstad te simuleren. Een belangrijk verschil is dat de afzonderlijke verhalen in Touch of Sin nauwelijks verweven zijn met elkaar, al creëert Zia wel op subtiele wijze een symbolische verbondenheid: vaak refereert hij met beelden aan fragmenten die we al eerder zagen. Zo koppelt hij een scène waarin een vrouw door een gluiperige misdadiger wordt afgeranseld met een rol bankbiljetten terug aan een scène uit een ander verhaal, waarin een paard van de roede krijgt. Een tweede verschil met Gomorra is de deadpan humor, vooral in het eerste halfuur van de film. Hoewel de toon natuurlijk overwegend serieus is, bevatten abrupte momenten zoals de explosie helemaal in het begin van de film een zekere ironie. Ik zou haast stellen dat Zia met het personage van de onstuimige Dahia een gelijkaardig gevoel voor humor als Leone en Kurosawa gebruikt, al zal die verwijzing voor sommigen een brug te ver zijn.

Daarnaast is het een film die ons veel leert over de moderne industriële Chinese samenleving, met name de kloof tussen rijk en arm. We zien het contrast tussen de arbeiders die hun leven volledig invullen met werk (een man die spaart om met nieuwjaar zijn vrouw te kunnen gaan bezoeken wordt een hopeloze romanticus genoemd) en de nouveaux riches bovenklasse, gewapend met hippe foulards en dure horloges, hun dagen slijtend in decadente bordelen waar ze onverschillig larger-than-life shows aanschouwen (denk Sovjet Unie pakjes en militaristische muziek). Twee groepen totaal onthecht van elke vorm van traditie. Zia alludeert ook voortdurend aan de Chinese cultuur: er is veel symboliek met dieren, de geweldscènes, hoe brutaal ze ook mogen zijn, hebben de elegantie en visuele flair van het wuxia genre en Zia hanteert traditionele straatopera als zelf-reflexief middel: tijdens korte intermezzo’s worden de verhalen van de ‘zondaars’ naverteld.

De titel lijkt immers te impliceren dat alle personages in de film zondigen. De machthebbers worden dan wel als smerige ploerten voorgesteld en Zia kiest overduidelijk de kant van de onderdrukten, maar ze zijn ook niet altijd zuiver op de graat: de arbeider uit het eerste segment begint een ware killing spree tegen corruptie, zonder er echt rekening mee te houden wie er al dan niet schuldig was. De jongeman uit het tweede fragment is haast een soort psychopaat en enkel de oprechte liefde voor zijn gezin kan zijn daden enigszins vergoelijken. De tiener uit het laatste fragment neemt dan weer ontslag terwijl hij eigenlijk zijn loon moest afstaan aan een arbeidsongeschikte collega. Enkel de aangerande vrouw lijkt volledig in haar onschuld, maar de zonde wordt haar als het ware opgelegd doordat ze haar agressor vermoordt. In een wereld van moreel verval kan niemand aan de zonde ontsnappen. De laatste scène maant de kijker dan ook uitdrukkelijk aan om niet de ogen te sluiten en actie te ondernemen. Of Zia’s boodschap op veel bijval kan rekenen in zijn thuisland, valt nog af te wachten: verrassend genoeg was er oorspronkelijk een release gepland in China, maar de regering lijkt ondertussen al op haar beslissing te zijn teruggekomen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

tien + 14 =