Hooverphonic :: Reflection

Na een veilige Best-Of met nieuwe nummers (The Night Before uit 2010) en de orkestrale heropnames van de oude nummers, is Noémie Wolfs helemaal gerodeerd en Geike Arnaert “vergeten”. De blik vooruit nu. Maar ondanks de klasseflits “Amalfi” is die blik wat troebel.

Na die overdaad aan strijkers, mocht er geen enkele meer op de nieuwe plaat staan. Een wijze beslissing, maar geen evidente: want sinds Blue wonder power milk horen zwierige arrangementen bij het DNA van Hooverphonic als brillantine in het haar van Callier. Maar eerlijk, de keuzes van Hooverphonic zijn niet altijd evident geweest. Meesters op het dunne koord tussen breed geluid en eigenzinnigheid: na doorbraakplaat The Magnificent Tree volgden een conceptplaat (Jackie Cane), een donkere dubbelaar ((No) More Sweet Music) en een al even donker, psychedelisch album (The Presidents Of The LSD Golf Club). Naar die laatste plaat met Arnaert lijkt Reflection terug te keren, maar met die vergelijking heeft ze helaas weinig te winnen.

Het opzet was helder: op zoek naar een analoge, authentieke, organische sound tijdens opnames in vier huizen van Boom tot de Champagnestreek. Callier ging daar op zijn gekende maniakale manier op zoek naar klankmatige diepgang in tijden waarin alles al snel oppervlakkig en gecompresseerd klinkt. Het aantal keren dat het woord ‘galm’ wordt gebruikt in de bijhorende reclamefilm “Hooverdomestic” doen de vijzen in elk telraam loskomen. De zorg die besteed wordt aan de klank van deze plaat is aandoenlijk, bewonderenswaardig zelfs, maar de vrees dat dit parels voor de zwijnen zijn, is gegrond. Bovenal bevestigt ze de dodelijke perceptie dat de vorm primeert op de inhoud. Teveel songs zijn gewoon niet sterk of pakkend genoeg.

En dat doet pijn. Want wat een pareltje, die single “Amalfi”: een nekschot van een melodie, een héérlijk gelaagde opbouw met een Wolfs die met haar stem een onberispelijke warmte aan Hooverphonic toevoegt. Op muziek gezette zomernostalgie tijdens een Indian summer. Helaas wordt dat, weliswaar torenhoge, niveau niet meer gehaald op Reflection. Wel benaderd: “Ether” is een geheide volgende single, die voor grootse arrangementen geschreven lijkt maar net zo krachtig zonder klinkt. Het is ook het nummer waarop de klankspielerei met onder andere galm het duidelijkst hoorbaar is.

Door dat gebrek aan grandeur ontstaat meer ruimte voor de piano van Remko Kühne, die zijn stempel stevig op deze plaat drukt. Zo ook in het meeslepende “Wait For A While”, het klatergouden “Bad Weather” – Wolfs klinkt na drie jaar Hooverphonic dertien jaar ouder, en dat is een compliment – en het dartel-weemoedige “Erased”. Klampt ook nog aan bij dat niveau: “Single Malt”, dat prachtig openbloeit door vocale harmonieën. Want Reflection is ook een vocale plaat, met drie prille twintigers die voor een close harmony moeten zorgen. Al zal hun rol live nog een pak beter uitgespeeld kunnen worden. Het is ook hun slim getimede inbreng die “Radio Silence” van de banaliteit redt. Een van de vele vonkjes die veel songs op deze plaat echter niet in de fik krijgen.

Reflection ademt een liefde voor de klaterende pop van de sixties, maar die fun straalt te weinig vanuit de songs zelf. In die pop van de beste traditie is lichtheid geen synoniem van leegte. Nog voorbeelden: aanstekelijke surferkoortjes redden een kinds “ABC Of Apology” nog ternauwernood, “Boomerang” heeft nog de onschuldige sensualiteit van pakweg The Ronettes, het Farfisaorgel van Kühne (weer hij) doet de banden van “Roadblock” een paar keer piepen. Maar dan is Reflection al aan het rechtkrabbelen van een flauw middenstuk met de stuurloze middelmaat van “Plasticine”, de belegen rockabilly van “Devil Kind Of Girl” en het dreinerige “Gravity”.

Wat bijna de helft van deze songs missen, hadden pakweg “Gentle Storm”, “50 Watt” en vooral “Circles” van op de donkere zus The Presidents wel: een eigenheid (los van de klank), een verhaal, een melodie als ellenbogen om zich in hoofd en/of hart te wrikken. Reflection klinkt vooral als een beginpunt: live zullen de beste songs nog rijpen, de extra vocalisten beloven wel vocaal vuurwerk in het nieuwe én oude materiaal, en met Wolfs kan deze band nog een hele tijd verder. En Hooverphonic kan het heus ook zonder strijkers. Dat bewijst weliswaar alleen “Amalfi” met grote onderscheiding, maar een nummer zo straf kan nooit een toevalstreffer zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 5 =