Maan :: Manifold

Nee, de jongens en meisjes bij Kraak hebben er niet om gedaan maar hun enige tijd verschenen tachtigste release (K080), beter gekend als Manifold van Maan is wel zozeer in de jaren tachtig gedrenkt dat het niet had mogen verbazen indien het album ook echt een re-issue zou geweest zijn van een verloren en/of vergeten plaat uit die illustere jaren.

De jaren tachtig zijn in, in het bijzonder wie de periode niet (bewust) heeft meegemaakt, omarmt de periode als nooit tevoren en laat invloeden ervan in zijn productie, songs of zelfs imago doorschemeren. Pastisches en onbedoelde parodieën schuilen steevast om de hoek maar blijven vooralsnog netjes op de rand van het aanvaardbare bundelen (of zijn zozeer aanwezig in tussentijd dat het een neogrungebeweging zal vergen om het schaamtelijke van de periode in te zien). Weinig bands durven het echter zo ver door te drijven als Maan doet op Manifold. De twee ingenieurs(tudenten) hebben met een maniakale en mathematische precisie het decennium ontleed en vertaald naar hun eigen muziek.

Cold- en new wave primeren de plaat die vooral een afstandelijke kilte uitwasemt en ondanks de menselijke inbreng een robotachtige klank voortbrengt. Het voorbeeld bij uitstek blijft uiteraard het doodse “Love Lost” dat een metaalachtige stem zijn deprimerende tekst laat declameren op koude keyboard/orgelklanken en een occasionele, ingehouden baslijn. In opener “Starships” valt overigens niet zoveel meer vreugde te rapen. De ijsgitaren en droge, korte baslijnen vormen samen met van alle emotie ontdane stem het soort desolate vlakte dat zwartvlerken uit de jaren tachtig gretig tot zich namen. De computergestuurde bliepjes vormen niet meer dan een coda bij wat de eindeloze desperaatheid van de ruimte wenst te evoceren.

Het groezeligere “This Is Closure” laat enkele (post)punkideeën in gemuteerde vorm toe en laat een schijn van licht toe in de duisternis, al blijft het hier bij een aandachtigere blik op een weerkaatsing op een ijsvlak te gaan eerder dan om een warme zonnestraal. Geen wonder dus dat zelfs het tussen wave en postpunk in schipperende “Accept Defeat” nergens enige strijdvaardigheid toont en zich naar het einde sleept ondanks de vlijmscherpe gitaren en dreunende bas. Nu pas valt ook op dat op het album geen drums te horen zijn en de bas in de eerste plaats de rol van harteloze ritmemeester p zich neemt.

Vergeet overigens het halfslachtige “Damocles” dat de b-kant opent en zich in poëtische spielereien verliest (ondanks enkele interessante muzikale ideeën, in het bijzonder de dromerige bas). Interessanter is het eveneens door een stuwende bas voortgedreven “Please Stay” dat de strijd aangaat met een hol gedeclameerde zang en een verstopte blazer (trompet?) die zich meesterlijk toont in zijn onkunde (of is het een handig vermomde virtuositeit?). De semiherhalingsoefening van “Define My Day” stoort niet omdat het nummer perfect de sfeer van de plaat samenvat en in zijn dialoog tussen bas en gitaar (beiden opmerkelijk ingetogen maar toch dwingend) samen met (opnieuw) een snuifje keyboard/orgel een decennium en gevoel treffend weet te vatten.

Het afsluitende “Foor” is een mooie verrassing door zijn melancholische inslag waarbij gitaar en bas ingeruild worden voor een meanderende orgel en ijl dromende trompet die samen een bevreemdende kermissfeer oproepen die evenzeer past binnen de wereld die Maan wenst op te roepen. Dat die wereld overigens voornamelijk in koude kleuren baadt, hoeft niet tot uitentreuren herhaald te worden, een beluistering volstaat daarvoor. Dat laatste is bovendien de sterkte en zwakte van de band. Door consequent voor een bepaald geluid, visie en sfeer te opteren, is Manifold een plaat geworden die te eenduidig is om onder alle omstandigheden te werken. De steriliteit van de plaat is een hommage en evocatie van de kille jaren tachtig, een tijdsdocument dat slechts een deel van het verhaal vertelt en geen nuance kent.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien + 4 =