Tindersticks :: 22 oktober 2013, Koninklijk Circus

Twintig jaar is dat nu al dat Tindersticks in het muzieklandschap zijn eigen kleine hoekje bewoont, waar kamermuziek, pop, soul en glorieus chanson een innemende hybride vormen. Dat moest gevierd, en wel met een plaat waarop een aantal songs in nieuwe arrangementen werden hernomen, en een gelijknamige tour, Across Six Leap Years, die ook in het Cirque Royale halt hield.

Dat van die zes jaar waarover moet gesprongen worden, slaat natuurlijk op die ietwat lange winterslaap die de groep halverwege vorige decennium nam, om aan de andere kant in een half-nieuwe bezetting — zonder gitarist-componist Dicon Hinchliffe die steevast voor weelderige arrangementen zorgde — opnieuw op te duiken. Sindsdien werden drie nieuwe platen ingeblikt, en lijkt de groep vertrokken voor een tweede leven. Maar voor één keer mocht nog stilgestaan worden bij het verleden, en dat gebeurt in stijl.

Vooraleer diep in de eigen geschiedenis te duiken, opent de groep met een korte set vol intieme nummers, waarvoor een blootsvoetse frontman Stuart Staples gaat neerzitten. Geen evidente manier om een concert te openen, op zo’n noot en sourdine, maar Tindersticks legt de lat meteen hoog met spaarzame, maar bloedmooie versies van “A Night So Still”, waarin het orgeltje van Dave Boulter dominant aanwezig is, en vooral “Come Feel The Sun”. Ook “She’s Gone” passeert meesterlijk ingehouden. Opmerkelijk: van op de kindvriendelijke plaat Songs For The Young At Heart wordt Staples bijdrage “Hushabye Mountain”, een klassieker van Robert en Richard Sherman, nog eens opgevist.

Een carrière van twee decennia bereik je niet door telkenmale een pas op de plaats te maken, maar door te blijven zoeken en een nieuwe muzikale taal te ontwikkelen. Van die tocht was het tweede concertdeel in Brussel een niet-chronologische dwarsdoorsnede; als een staalkaart van de kleuren waarin de groep allemaal heeft geschilderd, met als opvallende afwezige: album The Hungry Saw, waarmee Tindersticks in 2008 een eind maakte aan die zelf opgelegde stilte, alsof het te veel herhalingsoefening was. Liever put de groep uit de meest recente, meer op ritme drijvende plaat The Something Rain, waarvan hier een erg potig “Show Me Everything” volgt. “This Fire Of Autumn” gaat verder die weg op.

Maar dat is voor straks. Na de korte pauze opent de groep, vanavond een achtkoppig gezelschap met ook nog twee strijkers en een parttime marimba/trompetspeler, immers eerst een blik publieksfavorieten. In “Sometimes It Hurts” — een van de prachtige duetten waarop Tindersticks een patent heeft — is dan wel een zangeres aanwezig, Staples staat haar niet toe om de rol van de betreurde Lhasa de Sela op zich te nemen; ze mag enkel voor achtergrond zorgen, terwijl hij de volledige tekst voor zijn rekening neemt. Sommige mensen vervang je immers niet.

Veel covers heeft Tindersticks in zijn carrière niet gemaakt, maar in de zeldzame gevallen dat het gezelschap zich eens aan het werk van iemand anders waagt, is het resultaat meestal verbluffend. Ook vanavond is “If You’re Looking For A Way Out”, van het vergeten disco-ensemble Odyssey, een hoogtepunt. Nergens klinkt Staples zo soulvol als in dit nummer; hij gaat er de emotie in het daaropvolgende “Another Night In” van de weeromstuit wat dikker van aanzetten. Kan ook niet anders, want ook enkele sierlijke strijkers eisen het spotlicht op.

Na een “City Sickness” dat een tikje te krachtig wordt gespeeld om echt in de originele tristesse te baden, kan het niet anders dan dat de set wat gaat slabakken. “My Oblivion” en “Say Goodbye To The City” passeren nadien te ingehouden, en hadden beter gepast in de eerste set. “Sleepy Song” dreigt ook in dat straatje te sukkelen, maar wordt uiteindelijk knap opengebroken door een krachtige trompet. Toch kun je je niet van de indruk ontdoen dat de groep hier iets te hard leunt op het treurwilgendeel uit zijn carrière begin jaren negentig, toen de strijkerswolk van “A Night In” een bijzondere outcast was in een wereld vol Britpop.

Met een krachtige bisronde slaagt Tindersticks er toch in dat wegdeemsteren om te keren. In “Travelling Light” mag de achtergrondzangeres de rol van Carla Torgerson van Walkabouts uit het origineel opnemen; ze klinkt romiger, maar past net zo goed bij Staples’ stem als zijn vele andere duetpartners. Uitstekend is ook het lichte “Can We Start Again?” uit de periode dat de groep zocht naar een meer soulvol geluid: vol speels handgeklap is het een zeldzame zonnestraal in de catalogus van de band. Het moeilijkere “My Sister”, met een Staples in parlandomodus, is daarna niet meer dan een nagedachte bij wat misschien wel het beste concert van Tindersticks in lang was. We heffen het glas op de groep, en wensen ze nog eens tien mooie jaren toe.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × 2 =