Willis Earl Beal & band :: 8 oktober 2013, AB Club

Gewapend met slechts een ouderwetse bandopnemer en een laken om zich heen, trok Willis Earl Beal vorig jaar de wereld rond. De struise Amerikaan kwam, zag en won talloze zieltjes. Een jaar later zakt Beal af naar de AB Club, niet alleen met een nieuwe plaat onder de arm, maar voor het eerst ook met een heuse band die hem begeleidt.

Welbeschouwd is Willis Earl Beal een verhalenverteller, een oude blueszanger in het lichaam van een jonge kerel. De man is een vat vol strijdigheden. Zo hekelt hij de personencultus, titelde hij zijn nieuwe plaat Nobody Knows en stelt hij zichzelf vanavond voor als Nobody. Langs de andere kant deed hij wel mee aan de Amerikaanse X-Factor en werkt hij hard aan zijn imago; ook vanavond is zijn haar perfect getrimd, heeft hij een masker voor de ogen, glimmen de leren handschoenen en rust een zwarte cape over zijn schouders. Ook met optreden heeft Beal een ambigue verhouding. Zo is hij constant op tour, maar vertrouwde hij onze collega (nvdn) onlangs nog toe dat optreden voor hem gelijk staat aan “je lul op tafel leggen. Ik doe het want het betaalt goed.” Nog volgens Beal zou je dan “de kwetsbaarheid niet meer voelen”.

Sta ons toe dat laatste in twijfel te trekken. Want ook al vormen wanhoop en pessimisme de leidraad in ’s mans teksten, vanavond voelt hij zich niet te beroerd om ook zijn gevoelige kant te laten zien. Zo brengt Beal zijn nieuwe plaat haast integraal, maar laat hij “Ain’t Got No Love” — met voorsprong het wreedste nummer — onaangeroerd. Het ingetogen trio “Disintegrating”, “Burning Bridges” en “White Noise” vormt het hart van de set, de nummers worden gebracht met een zeldzame intensiteit. Een eenzame traan rolt over het masker. Wanneer het publiek de man na een puik “Everything Unwinds”op een open doekje trakteert, reageert hij aangeslagen; “I’m temporarily happy”.

Waarmee we niet gezegd hebben dat Willis Earl Beal een doetje is geworden. Temidden de set breekt hij een spontaan slaaplied af en roept hij zichzelf tot de orde: “Back to the show. Capitalism!”
Tijdens “Nobody Knows” plet hij zijn kruk tussen zijn benen, zwiert hij zijn cape over zijn hoofd en haalt hij vocaal geweldig uit. Beal wordt één met het nummer. Het sterk verhalende “Hole In The Roof” brengt hij met dezelfde bevlogenheid waarmee Nick Cave begin jaren tachtig de songs van The Birthday Party bracht. De drummer (Jaleel Bunton van TV On The Radio) en de toetsenist gaan volledig mee in het enthousiasme.

Want dat Willis Earl Beal een prima band om zich heen heeft geschaard, zal niemand ontkennen. Veel nummers krijgen op het podium een meerwaarde. Zoals “Wavering Lines”, waarop een epische gitaar en een stuwende bas het originele a-capellalied kracht bijzetten. “Coming Through” krijgt een retestrakke drum aangemeten, dit is haast klassieke soul uit de Stax-school. Net voor afsluiter “The Flow”, misschien wel het meest intieme nummer dat de Amerikaan ooit schreef, gaat het masker af.
“Het is tijd om te tonen wie we echt zijn”, vertelt Beal vooraleer hij een weergaloze versie van het nummer brengt. “There’s no church. There’s only the church of nobody, and that’s in your heart”, geeft hij ons nog mee voor hij in de coulissen verdwijnt.

Verenigde dit optreden de tegenstellingen die Willis Earl Beal in hun macht hebben? Verschafte het duidelijkheid over het mysterie dat de man is? Niet helemaal. Maar na de uitstekende, ontroerende prestatie van vanavond zijn we er wel van overtuigd dat achter dat gitzwarte masker niet alleen ruwheid en razernij, maar vooral een schreeuw naar hoop en geborgenheid schuilt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien + zes =