Kraakpand :: 5 oktober 2013, Handelsbeurs

De formule van Kraakpand – steek een handvol bands bij elkaar in een zaal en laat ze, een beetje zoals dat de gewoonte is in de populaire show van Jools Holland, om de beurt een liedje spelen en iets over zichzelf vertellen – is al een seizoen of zeven hetzelfde, met dat verschil dat de genremuurtjes intussen gesneuveld zijn. Dat zorgde gisteren voor een verrassende weldaad.

Na Dirk Blanchart en de wat gecontesteerde Helmut Lotti werd alles deze keer in goede banen geleid door laatavondmuze Lies Steppe, die zorgde voor de aankondigingen en korte interviews. Deelnemende artiesten: het Belgische DAAU (dat er een jaar of drie geleden ook al bij was), de in Kopenhagen gebaseerde popband The Unusual History of Ether, het jonge Noorse pianotrio Moskus, en accordeonist Philippe Thuriot, met een greep uit de legendarische Goldbergvariaties van J.S. Bach.

Thuriot, die zowel speelde met het VRT Filharmonisch Orkest als het Ictus Ensemble, en samenwerkte met jazzkleppers Ellery Eskelin én Aka Moon, zou begonnen zijn met het spelen van de Variaties door slapeloosheid, terwijl de oorspronkelijk stukken door Bach gecomponeerd werden in opdracht van Graaf Hermann Carl von Keyserlingk, die met hetzelfde probleem kampte. De dertig variaties op de harmonie in een baslijn waren bedoeld om een bonte muzikale lappendeken te worden en zo klonk het dan ook – nu eens ingetogen en contemplatief, dan weer luchtig en optimistisch. Het was een beetje jammer dat de eerste variaties allemaal gevolgd werden door enthousiast applaus (dat wel terecht was), want dat haalde de vaart en samenhang soms uit de performance. Niettemin was het een revelatie om een van de meest befaamde klavierstukken uit de klassieke muziek, en een standaardwerk waar de meest uiteenlopende artiesten zich aan waagden en blijven wagen (amuseer u eens een avondje door de versies van Glenn Gould, Keith Jarrett en Uri Caine naast elkaar te leggen!), uitgevoerd te horen op een accordeon. Een belevenis.

Die Anarchistische Abendunterhaltung had zijn nieuwe, zevende studioalbum – Eight Definitions – meegebracht. Die heeft, o.m. door het recente vertrek van stichtend lid Simon Lenski (cello), een verschuiving ondergaan, al wijst de band zelf ook op een synthese van de voorbije twintig jaar. Wat vooral opvalt is dat het trio Roel Van Camp (accordeon), Han Stubbe (klarinet) en bassist Hannes d’Hoine, dat voor dit concert ondersteund werd door percussionist Eric Thielemans, veel sterker de kaart van het minimalisme trekt. Was het gezelschap in het verleden vaak in de weer met zeer explosieve en/of complexe constructies met allerhande zijstapjes, voluptueuze contrasten en stilistische kruisbestuivingen, dan kregen we nu een homogener verhaal te horen.

Misschien ook wat donkerder. Nog net niet verlammend, maar wel voortdurend badend in een filmische melancholie. In de opener kon die nog teren op een stevige rockbeat en zwierige melodieën, terwijl het tweede stuk, vol gemanipuleerd geluid, haast sinister klonk. ‘Feniks’ bevatte een glansrol van Van Camp, terwijl slotstuk “Dansende Mieren” een lijzige groove ontwikkelde en Thielemans zorgde voor een sobere toest door met de handen te spelen. De nieuwe muziek van DAAU is dus wat minder excentriek dan we in het verleden van hen hoorden, maar zoekt het nog steeds in een eclectische zone tussen rock, folk, klassiek en avant-garde, en klonk ook toegankelijker zonder daarom toevlucht te nemen tot goedkope tactieken. Twintig jaar na zijn eerste stappen (dat is ook voor ons confronterend) is de band nog altijd hors catégorie in deze contreien.

Opvallendste figuur binnen The Unusual History of Ether is ongetwijfeld de nogal theatrale zangeres met Ierse roots, Rebecca Collins, al is gitarist Mikkel Ploug in deze contreien het bekendste gezicht. Zo speelt hij o.m. met Joachim Badenhorst in Equilibrium en was hij al regelmatig in onze concertzalen te horen. Ervan uitgaan dat deze sterke muzikant een popband zou oprichten om zijn technische virtuositeit eens te botvieren in een andere context zou echter een misvatting zijn. Ploug speelde opvallend functioneel en nam zelden het voortouw binnen de compacte songs van de band, die vaak teerden op minimalistische baslijnen en de exuberante zang en toetsenpartijen van Collins.

Een eenduidig label viel er dan weer moeilijk op te kleven. Opener “A Guide To Providing Affection” werd aanvankelijk bijna op losse schroeven gezet door de wat ongelijke backing vocals, maar dat probleem was snel van de baan en je aandacht ging vervolgens naar de lentefrisse sprong in de pas van de muziek. Collins, die nu en dan klonk als een jeugdige, meer sensuele Kate Pierson, zwaaide met de armen, dansend op de zwierige, met funky gitaarpartijen volgestouwde songs. In een wat tragere song klonk het kwartet even wat drammerig en werd de scherpte van ervoor gemist, maar de broeierige afsluiter was dan weer een troef. De muzikanten kunnen spelen, Collins kan zingen, en er zijn knappe melodieën bij de vleet. Rest enkel nog de vraag of ze zich voldoende kunnen onderscheiden tussen legers vergelijkbare bands in de wereld van de indie pop.

De drie van Moskus – pianiste Anja Lauvdal, bassist Fredrik Luhr Dietrichson en drummer Hans Hulbækmo – leerden elkaar kennen tijdens de jazzopleiding aan het conservatorium van Trondheim en behoren tot de aanstormende garde jazzmuzikanten in Noorwegen. Hun in 2012 verschenen debuutalbum Salmesykkel bevat het geluid van een trio dat geen radicale komaf wil maken met de Noorse traditie van verfijnde jazz – er wordt hier en daar aangeleund bij die etherische variant en de introverte kamermuziek -, maar vond er z’n eigen hoekje in. Live was het echter nog andere koek, klonk het trio gewaagder en kreeg je vooral ook verschillende gezichten te zien die allemaal klopten.

Teert een stuk als “Salmesykkel” eigenlijk vooral op eenvoud (een dwingende baslijn waar de rest van het stuk knap rond geboetseerd werd), dan kreeg je snel door waarom Lauval alom lof ontvangt omwille van haar melodische improvisaties. Maar gaandeweg werd duidelijk dat de ritmesectie ook z’n mannetje stond. Zowel Hulbækmo’s intuïtieve controle over ongebruikelijke klanken en ritmische variatie, als Luhr Dietrichsons afwisseling van subtiele accenten en kloeke sound, was indrukwekkend. Het ene moment klonk het allemaal fris en franjeloos, iets later ingetogen en impressionistisch, terwijl het drietal in zijn laatste beurt uitpakte met een brokje knetterende vrije improvisatie. Moskus is een trio waar we nog van gaan horen. Het tweede album verschijnt in januari. En als het optreden dat we voor de zomer zagen van Skadedyr – een twaalfkoppige band waar deze drie ook deel van uitmaken – een indicatie is, dan wordt hun debuut album Kongekrabbe, dat nu ongeveer verschijnt op het Hubro-label, een tip voor het najaar.

Kortom: de eerste Kraakpandeditie van het nieuwe concertseizoen was een succes. Bovendien was het betrekken van de live tekenende Geert Clarisse, wiens werk op een groot scherm getoond werd, een mooie bonus. De volgende editie vindt plaats op 22 november.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

8 + dertien =