Willis Earl Beal :: “Ik probeer de boel niet in de fik te steken”

Er moesten er meer zijn zoals Willis Earl Beal; een selfmade man die niet van categorieën houdt en fulmineert tegen de personencultus van onze maatschappij. Bovendien heeft hij met Nobody knows een bijzonder sterke plaat gemaakt die het midden houdt tussen jaren 70 Stax en een door geesten op de hielen gezeten Tom Waits. Tijd dus voor een geanimeerd gesprek.

Willis Earl Beal is een icoon in wording. Op de dool en dakloos in Albuquerque, bewaker, buitengesmeten uit het leger wegens gezondheidsproblemen, een mislukte deelname aan X-Factor: Willis Earl Beal heeft het allemaal gedaan. Omdat Beal geen man is die bij de pakken blijft neerzitten, vond hij er niets anders op dan overal in Chicago briefjes met zijn telefoonnummer op te hangen: wie een van zijn nummers wou horen, mocht bellen. Platenlabel XL greep naar de telefoon. Sindsdien heeft hij zijn debuut Acousmatic Sorcery uitgebracht en een EP, Principles Of A Protagonist, de soundtrack bij een door hemzelf geanimeerde kortfilm. Daarnaast maakt hij ook nog zijn eigen hoezen en schrijft hij poëzie. Een gevoelig zieltje dus.

Zo vind je op YouTube een prachtige versie van “Evening’s kiss” in Later with Jools Holland, zijn stem breekt en hij zit bijna te janken. Tijdens ons gesprek is hij net zo intens en innemend. Hij springt van de hak op de tak, gaat moeiteloos van het ene absurde verhaal naar het andere. Beal zit languit in de stoel, heeft een hoed op, draagt bretellen en er staat een halflege fles whisky naast hem. Hij biedt ons een glas aan maar wij weigeren beleefd.

enola: We moeten nog werken. Eén van onze favoriete nummers van Nobody knows is “Wavering lines” dat klinkt alsof alles rondom je een droomwereld wordt en je gewoon vrijuit associeert.
Beal:“Dat is absoluut waar. Je zult dat waarschijnlijk nog gehoord hebben, maar die liedjes zijn zoals kinderen die ik voor mijn ogen groot zie worden. Het enige wat ik voor deze plaat moest doen was muziek componeren want ik had al de nummers de afgelopen jaren al geschreven. Ik moest ze alleen nog maar selecteren en de muziek erbij verzinnen. Ik kan wel iets op gitaar spelen, maar ik ben geen geschoold muzikant, dus als ik het zelf niet kan spelen, stuur ik het nummer naar de producer op omdat ik bijvoorbeeld een bepaalde gitaarriff wil die ik zelf niet kan spelen. Zo heb ik dit album opgenomen.”

enola: Beviel het? Het klinkt alvast wel alsof je je geamuseerd hebt, zoals op “Too Dry To Cry”.
Beal: “Min of meer, maar eigenlijk was het een pain in the ass. Ik haat het om met andere mensen samen te werken. Iedereen is zo godverdomme egocentrisch. Mensen willen altijd erkenning, ook al verdienen ze het niet. Het komt hier op neer: zonder mij zou deze plaat niet bestaan. Ik wil niet negatief doen, maar zoals jij al zei, dit zijn mijn dromen. Als je niets anders hebt, dan moet je op zijn minst je dromen beschermen. Sorry, ik ben daar heel gevoelig voor, maar ik heb dan ook zitten drinken …”

enola: Je zegt dat je liever alleen werkt, maar je hebt bijvoorbeeld voor Nobody knows wel samengewerkt met Cat Power en je hebt ook met haar getoerd.
Beal: “Sterker nog, ik ben met mijn eigen tour gestopt om met haar te kunnen toeren. Niet iedereen was daar blij mee, maar dat kan me niet schelen. Ze zingt de backing vocals op “Coming true”. Het was mooi om haar stem achter die van mij te horen, en compleet surreëel. Toen ik in Albuquerque woonde, werkte ik op een gegeven moment als bewaker van een waterzuiveringsstation. Ik zat daar in dat kleine hokje naar Cat Power te luisteren. Toen ik dat lied “Blue” (cover van Joni Mitchell, nvdn) hoorde, leek het wel alsof ze rechtstreeks tot mij sprak. Ik kreeg er kippenvel van. Ik had dat ook met andere muzikanten zoals Bob Dylan of Tom Waits. Omdat ik niet goed met andere mensen om kon gaan, waren zij mijn vrienden. Ik luisterde naar cd’s, naar studio-opnames. Ik hou niet zo van livemuziek, dat betekent niets voor mij, luisteren naar zo’n lul met een gitaar die daar op het podium staat.”

enola: En nu ben je zelf een lul met een gitaar op het podium.
Beal: “Ja, en dat is vreemd. Op een keer was ik in Frankrijk en toen ik na mijn optreden van het podium afstapte, wierp een erg mooie vrouw zich op mij en begon ze me te kussen. Ze wilde met mij meekomen naar de kleedkamer terwijl ik daar eigenlijk weg wilde. Schreeuwt haar vriend plots: ‘Hey, heeft ze jou gekust?’ dus ik zeg ‘Ja’. Hij keek zo verdrietig naar mij. Ik dacht, ik moet hier weg, hier doe ik het niet voor. Live optreden is niets anders dan seks. Dat heeft niets met mijn muziek te maken. Je voelt de kwetsbaarheid niet meer, je voelt je machtig en dat is niet waar het om draait. Het gevoel van macht komt net uit het feit dat je je kwetsbaar opstelt. Live optreden is eigenlijk je lul op tafel leggen en ik doe het want het betaalt goed, maar zodra ik genoeg verdiend heb, stop ik en dan ga ik enkel nog maar platen opnemen.”

enola: Ga je deze herfst alleen de hort op of met een band?
Beal: “Met een band, enkele kerels: Jaleel Bunton, de drummer van TV On The Radio, Mel Honore van een punkband Cerebral Ballzy en nog een andere gitarist. Ik weet dat die kerels heel tof zijn en ze zullen een extra dimensie aan mijn muziek geven. Hopelijk zijn het geen klootzakken op reis, anders stop ik ermee.”

enola: Begrijpelijk. Je hebt je tour The church of nobody genoemd, je album heet Nobody knows en op je debuut Automatic Sorcery zeg je “Nothing is everything”. Is dat nihilisme? Vind je van jezelf dat je een underdog bent?
Beal: “Ik denk dat muziek tegenwoordig heel erg snobistisch is. Mensen denken dat je muzikaal onderlegd of geschoold moet zijn om goede muziek te spelen maar je instrument is niet meer dan een gereedschap om lawaai mee te maken. Het probleem is dat er een vorm is en iedereen zegt dat je die moet volgen, maar pas als je de vorm weggooit, dan kan je vrij zijn en ontdekken wie je bent. Ik kan geen orders of advies volgen en dat kan soms ook goed zijn.

enola: Is dat ook waarom de hoes van Nobody knows het prototype van een gezicht is? We zijn allemaal gelijk, niemand hoeft zich beter te voelen dan de ander?
Beal:Zie je deze tatoeage? (toont de binnenkant van zijn arm, nvdn) Dit symbool zat in mijn hoofd (het gezicht zoals op de hoes van Nobody Knows, nvdn). Het is het beeld van een stervende man en hij heeft zijn tanden dichtgeklemd. Zijn ogen, de plussen, stellen inzicht voor. Hij begrijpt alles net voor hij sterft. Ik denk dat elke man, vrouw en kind inzicht krijgt in het leven net voor ze sterven. Iedereen.”

enola: Je hebt ook ooit meegedaan aan de Amerikaanse versie van X-Factor. Dat lijkt me compleet haaks te staan op alles wat je doet en alles wat je tot nu toe hebt gezegd. Waarom, in godsnaam?
Beal: “Mijn grootmoeder en ik keken altijd naar American Idol op tv. Zij vond dat ik moest meedoen: ‘Je bent een goede zanger, je bent knap, doe het!’ Na mijn auditie voor X-Factor had ik vier ‘ja’s’ van de jury en ik weet nog dat Paula Abduhl mij vroeg: ‘Kunnen wij jou trainen?’ en ik zei (hijgt als een hond, nvdn) ‘Ja, ja, je kunt me trainen.’ Daarna moesten we voor de volgende ronde naar Pasadena, Californië. Het zat er vol van die halvegaren die niets anders deden dan dansen en zingen. Ze oefenden hun danspasjes, ze hadden een backing track, ze waren tot in de puntjes voorbereid. Ik stond daar op het podium zonder iets. Toen het mijn beurt was, had ik al de hele dag stevig gedronken en ik kon me niet eens meer de tekst herinneren van “Goodnight Irene”, het nummer dat ik zou brengen.

enola: Van Leadbelly.
Beal: “Wel, ja, maar ik wilde de versie van Tom Waits brengen.”

enola: Die geschifte versie van Orphans. Waanzinnig en heel griezelig.
Beal: “Fantastisch nummer. Op dat podium van X-Factor voelde het alsof ik dat lied verpersoonlijkte, ik was dat lied geworden. Ergens was het heel poëtisch maar de jury vond van niet. Ze hebben me van het podium gestuurd. Ook heel vreemd was dat er in de coulissen een man naast mij stond en hij bleef me maar Woody Guthrie noemen.”

enola: (lacht)
Beal: Ik zweer het je. Toen de jury naar ons toekwam om te zeggen dat we naar huis moesten, werd zijn gezicht helemaal rood. Hij zei: ‘We zullen blijven doorgaan met zingen! Je kan ons niet tegenhouden!’ en iedereen gaf hem een applaus. Ik dacht: ‘Dat klonk behoorlijk wanhopig, vriend’. We wandelden naar buiten en hij bleef me maar Woody Guthrie noemen, geen idee waarom. ‘Woody Guthrie, ik blijf zingen, ik ga door,’ zei hij, totdat we buiten kwamen. We werden gefilmd en plots zie ik hem op de grond liggen: ‘Ik ga het niet halen Woody Guthrie, ik ga zelfmoord plegen.’ Het was triest, weet je. Dat programma pretendeerde erg eclectisch te zijn, alsof ze allerlei soorten mensen zouden aanvaarden, maar dat was echt niet zo. Ach ja …”

enola: Je vermeldde daarnet Tom Waits. Ik hoorde in bepaalde liedjes van je plaat zijn geweldige album Mule Variations terug.
Beal: “Ik imiteerde Tom Waits! Ik weet eigenlijk niet in hoeverre ik echt nummers creëer of gewoon anderen kopieer. “Too Dry To Cry” is eigenlijk zoals dat lied van Swordfishtrombones, “16 Shells From A Thirty-Ought Six”. Dat was mijn poging om dat lied over te doen en uiteindelijk werd het iets anders. Misschien is dat uiteindelijk wel creativiteit. Ik luister voornamelijk heel veel naar mezelf. Dat klinkt misschien onnozel, maar ik maak veel muziek en ik ben heel kritisch.

enola: Dus je hebt genoeg materiaal over om nog een album te maken?
Beal: Sterker nog, ik heb ondertussen al een ander album afgewerkt, Who knows, en het zal gratis bij de novemberversie van Nobody knows zitten. Het is een totaal ander album. Het was oorspronkelijk de bedoeling dat dat album voor Nobody knows zou uitkomen, weet je wel, “Who knows?” “Nobody knows!”

enola: Je zei eerder al dat je er een hekel aan hebt om met anderen samen te werken. Kan je je voorstellen dat je ooit nog met andere mensen dan bijvoorbeeld Cat Power dingen zal doen, in de naam van creativiteit?
Beal: “Ik denk dat alle mensen voornamelijk door zichzelf worden afgeleid. Het is heel ambitieus en bijna onmogelijk om te geloven dat je ooit ook maar iets kan overbrengen aan iemand anders zonder dat je verkeerd begrepen wordt. Cat Power was de uitzondering door omstandigheden.”

enola: Maar je probeert het wel, je probeert wel iets over te brengen en te communiceren, anders zou je toch geen muziek maken?
Beal: “Weet je wat ik probeer? Ik zweer het je, ik probeer de boel niet in de fik te steken. Als ik geen uitlaatklep had, zou ik waarschijnlijk iemand vermoorden. Creatief zijn kan je helpen. Het is therapie zodat je niet van een gebouw afspringt. Ik ben niet gek, ik ben de normaalste persoon die ik ken. Iedereen zit zo in elkaar, maar niemand wil dat inzien.”

enola: Je schrijft manifesten, je hebt een geanimeerde kortfilm gemaakt, je maakt tekeningen en schetsen. Wil je nog andere kunstvormen verkennen? Zijn er nog andere dingen naast muziek die je wilt doen of bereiken?
Beal: “Ik wil ooit een opera schrijven. Ik hou van klassieke muziek. Iemand vertelde me net een verhaal over een houtsnijder die dacht dat zijn vrouw een stapel blokhout was. Dus hakte hij haar in stukken. Ik wil daar wel iets mee doen en dat verhaal uitbreiden en bewerken.”

enola: We kijken ernaar uit. Veel succes daarmee!

Willis Earl Beal speelt op 8 oktober in de AB Club.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 + een =