Polly Scattergood :: Arrows

Bezige bij Polly Scattergood produceerde in haar jaren aan de Brit School naar eigen zeggen niet minder dan 800 nummers. Dergelijke hypermodus is vaak een kenteken van een artieste die de gave van selecteren mist, wat op Arrows pijnlijk bevestigd wordt.

Met “Cocoon” steekt ze op deze tweede plaat nochtans best interessant van wal. Vanuit een intimistisch naakt refrein bouwt ze laag per laag een zonnige melodie op waarop ze zachtjesaan ook vocaal ontpopt door van zwaar geaspireerde voorzichtigheid naar een hoge kopstem toe te werken. Het etherische kantje van het nummer lonkt naar Kate Bush en Enya, maar tegelijkertijd beschikt het over een hitgevoeligheid die de hits van Natalie Imbruglia in herinnering brengt.

Na een sterke start zakt Arrows echter als een pudding in elkaar. Tegenover de zware beat van “Falling” klinkt haar ijle stemmetje al een pak magerder dan in een zachtere instrumentatie. Het nummer zelf balanceert ook op een slappe koord: de aanstekelijke terugkeer naar de wavepop van de tachtiger jaren van het refrein verbleekt in de ongeïnspireerd holle klank van de strofes, die rijkelijk put uit de goedkope geluidseffecten die destijds een eendagsvlieg als Republica de put der vergetelheid lieten insukkelen.

Datzelfde gebrek aan evenwicht toont zich ook op een hoger niveau: Scattergood lijkt op deze plaat niet goed te weten welke kant ze nu eigenlijk uit wil. Zoekt ze een etherisch antwoord op Kerli te geven of wil ze de nieuwe Kate Bush worden? Speelt ze haar snoezeligheid ten volle uit of waagt ze zich ook aan stoerdoenerij — beter niet, als we naar “Silver Lining” luisteren? Waagt ze zich op de dansvloer of wil ze de ultieme indieballade neerpennen? Net wanneer de leden losgewrikt lijken, valt het tempo namelijk abrupt stil voor een van alle subtiliteit gespeende ballade die zichzelf veel te serieus neemt om goed te zijn. Scattergood wil maar al te graag dat “Machines” als episch door het leven gaat. De zware zanglijnen, diepe drums en aanzwellende strijkers blazen echter enkel meer lucht in een platitude als “We are not machines, there is blood beneath our skin”. De song zou zich beter van zijn taak kwijten als popparodie in Smack The Pony dan in iTunes.

Van alle maskers past dat van alternatieve disco diva Scattergood uiteindelijk nog het best. Met het verrukkelijk verleidelijke “Wonderlust” maakte ze een snee pop met weerhaken die een uitblinker had kunnen vormen op Kylie’s Impossible Princess. Ook “Subsequently Lost” profileert zich als een doordachte oorwurm die in de wisselwerking tussen de zware, dwingende beat en spacy synths een frisse originaliteit vindt. Het zijn enkele lucky shots van een zangeresje dat nog moet uitzoeken van welk hout haar pijlen te maken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien − 5 =