Angèle David-Guillou :: Kourouma

Met London als uitvalsbasis en een perfecte beheersing van het Engels, lijkt het alsof er nog weinig Angèle David-Guillou met haar thuisland Frankrijk verbindt. De eerste noten op haar pianoalbum Kourouma spreken echter boekdelen: « la patte française » is nooit helemaal uit haar werk verdwenen.

Met haar vroegere pseudoniem Klima hadden we nog durven twijfelen over het land waar Guillou is geboren en getogen. Een Britse in hart en nieren? Wat haar tongval nagenoeg volledig ontbeert, wordt nu nadrukkelijker door haar familienaam verraden. Zelfs de artistieke keuzes op Kourouma zijn door een vorm van harmonieus impressionisme ingegeven, een tweede indicator die naar onze zuiderburen wijst. Op het einde bereikt Angèle David-Guillou een soort van Brits-Franse spreidstand, of beter gezegd: een ongewone muziekcombinatie die best aanstekelijk werkt.

Kourouma is geen rechte lijn van begin tot eind, maar een bochtig parcours waarbij een groot kleurenpalet aan de luisteraar ter beschikking wordt gesteld. De ouverture “Anti Atlas” is een uitgeklede pianomelodie die met een handvol toetsaanslagen en wederkerende motieven een melancholische stemming weet te bevatten. “Hesperides” brengt daarentegen meer dynamiek en snellere omwentelingen. Guillou wendt meerdere gemoedsstemmingen ter variatie aan, al blijft haar pianostijl gedurende het volledige album licht en elegant doorklinken.

Om een eerste maal haar stem te horen, is het wachten tot “But Now I Am Joyful”. Vaak wordt aangenomen dat het voor een Franse artiest geen sinecure is om zich een tweede taal helemaal meester te maken, maar Guillou bewijst dat ze zich van dat stereotiep weet los te maken. Met titelnummer “Kourouma” weet ze zelfs voor een bescheiden vocaal hoogtepunt te zorgen, door troosteloze noten die zich meesterlijk met haar naturalistische poëzie weten te verweven.

Voor het merendeel van de tijd is het echter de instrumentale kant van Kourouma die ons weet te raken. Bij “But Now I Am Joyful” wordt alles wat rigide is, per emotioneel beladen pianotoon verder losgeweekt. Voor “Ubari Sand Sea” is het geen klavier maar een strijker die voor de intense golfbewegingen zorgt. Guillou’s muziek is geen spel van rechte, aritmetische lijnen maar veelal van krullen, kronkels en bogen voorzien. Alles staat daarbij in het teken van flora.

Verderop blijft Kourouma het bochtige parcours aanhouden. “Kuril” suggereert zin voor avontuur — zonde dat het nummer wat te stil lijkt te beginnen — terwijl “Dream of Leonor Fini” in het buitenaardse lijkt plaats te vinden. Voor een soloalbum weet Guillou nogal wat instrumentale afwisseling in haar composities aan te brengen. Kourouma blijft daardoor boeien, al is het geen album dat z’n luisteraar met grote vernieuwingen weet te verrassen. De Brits-Franse blijft ondanks de variatie nauwkeurig binnen de lijnen van het genre kleuren, waardoor er af en toe een déjà-vugevoel in het geheel lijkt te sluipen.

Over Kourouma valt tot slot geen kwaad woord te vertellen. Het is fris klinkende kamermuziek die op ieder moment van het jaar tot zijn recht komt, hoewel de kans bestaat dat de composities van Angèle David-Guillou net wat te conventioneel zijn om potten te breken. Onderhoudend, maar de volgende keer mag het nog wat meer zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − 16 =