Bozar Electronic Arts Festival :: 27 + 28 september 2013, Bozar

Voor al wie zijn beste maten wel eens durft te vervelen met een ellenlang cafégesprek over de gelaagdheid of inventiviteit van de laatste elektronische releases, is 2013 een niet aflatende stroom aan binnenkoppertjes geweest. Los uit de pols: Boards Of Canada, James Holden, Moderat, Atoms For Peace, Forest Swords, Jon Hopkins, Pantha Du Prince & The Bell Laboratory, Zomby — en dat zijn maar een paar hoogtepunten van het jaar. Om maar te zeggen dat elektronische muziek een opvallende hausse beleeft. Voor al wie zich al uitvoerig laafde aan de elektronicaweelde van 2013, kon afgelopen weekend niet anders dan kirren van pret in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten, dat met het tweede Bozar Electronic Arts Festival drie dagen een unieke versmelting van installatiekunst, experimentele audiovisuele performances en het beste van de hedendaagse elektronische muziek bracht. Enola’s muziekredactie stuurde een verkenner op pad, en het heeft geen haar gescheeld of hij bleef gewoon in de Bozar wonen.

Vrijdag 27 september

Kleine dienstmededeling vooraf: donderdag was niet meer dan een inloopdag waarop de installaties geopend werden, dus was onze reporter pas vanaf dag twee ter plekke te vinden. Afin, dat maakte weinig uit, want over die twee dagen waren er genoeg hoogtepunten om te bespreken — en ook genoeg overlappingen, om de helft ervan gewoon niet te kunnen zien. Excuses!
Als eersten waren Matthew Biederman — de man had met Event Horizon overigens ook een van de interessantere installaties in de Bozar neergepoot — en 4X aan de beurt, die met Physical een opener van formaat afleverden in de mooie Zaal M. Het opzet was simpel: 4X genereerde de muziek, en Biederman breidde daar, op basis van een complex algoritme, een geïmproviseerd visueel verlengstuk aan.

De symbiose van pulserende, vibrerende visuals en de gejaagde elektronica werkte wonderwel, en vormde een half uur lang een fantastische aanslag op de zintuigen. Elektronisch gemodificeerde ruis, zware beats , distortion, techno, dubritmes en een zweem electroclash: 4X zwierde het allemaal in zijn blender. Het resultaat was een dreigende mengelmoes van steeds terugkerende motieven en dansbare ondertonen, ergens in het spectrum tussen Autechre, Brian Eno’s latere werk (denk Small Craft on a Milk Sea) en Health. De visuele component sloot daar perfect bij aan, maar was met zijn evolutie van tweedimensionale cirkels en dwarslijnen naar 3D en compleet amorfe figuren ook een op zichzelf buitengewone microkosmos. Het geheel duurde net geen half uurtje, maar dat was genoeg om het publiek al even stevig wakker te schudden.

Snel naar Terarken dan, de zaal waar Emptyset en Joannie Lemercier het muzikale luik van het festival echt op gang mochten trappen. Wie na de performance van Physical nood had aan wat rust, kwam bedrogen uit: Emptyset grossiert namelijk in op noise en industrial gestoelde gierende elektronica — al was de set duidelijk minder hermetisch dan wat we Wolf Eyes een week geleden zagen brengen in het Amerikaans Theater. Minder afbraakrock, wel meer creatie op het scherpst van de snee. Dat werd bovendien gekoppeld aan een reeks indrukwekkende visuals waar Squarepusher een beetje jaloers op zou zijn.

Hapklaar werd het nooit, maar met momenten kwamen de twee wel dicht bij iets dat je dansbaar had kunnen noemen — de paar hipsters die helemaal vooraan echt de benen probeerden los te gooien, hadden evenwel meer weg van het als-een-vis-op-het-droge van een dansende Thom Yorke. Met hun mozaïek van snoeiharde patronen en Sunn O)))-bassen deden de twee vooraan Terarken niettemin harder daveren dan een obus. Het geheel was weerbarstig en tegendraads, maar kwam ook net genoeg tegemoet aan de luisteraar om die bij het nekvel te grijpen. Voortdurend spannend was het niet — daarvoor had er op momenten iets meer variatie in mogen zitten — maar we waren toch maar blij dat we erbij waren.

Minder dwingend bracht Pye Corner Audio het ervan af. Waren de twee vorige acts nog interessante zoektochten naar structuur en gelaagdheid in een dreigend geluidswoud, dan riep Pye Corner Audio hun tempo’s een bruuske halt toe. Traag opgebouwde drones waren de eerste tien minuten al wat de klok sloeg, en dat was eigenlijk iets te lang om goed te zijn. Dat Martin Jenkins — de Brit laat zichzelf ook wel de Head Technician noemen — beter kan, bewees het feit dat hij daarna toch vaker naar beats greep, meer dan eens gekoppeld aan intrigerende soundscapes. Goeie keuze, al bleef de set nog steeds iets te veel in hetzelfde ritme hangen, en als toeschouwer was het moeilijk aandachtig te blijven. Het publiek achteraan de zaal werd naar het einde toe steeds rumoeriger, en dat had Jenkins vooral aan zichzelf te danken. Dommage.

Dat u die laatste 10 minuten van Pye Corner Audio massaal aan het praten sloeg, kan natuurlijk ook gewoon te maken hebben met een te begrijpen enthousiasme naar wat nog komen moest: techno-pioniers Juan Atkins en Moritz Von Oswald samen op het podium van de Henry Le Boeufzaal — overigens een zaal met uitsluitend zitplaatsen, maar dat heeft u niet lang tegengehouden om toch maar recht te veren en uw beste danspasjes boven te halen. Dat zegt bovendien heel wat over hoe Atkins en Von Oswald hun gezamenlijke project Borderland naar de bühne wisten te vertalen.

De twee mogen dan wel elk in hun eigen territorium — de ene in Detroit, zijn spitsbroeder in Berlijn — grondleggers van de techno zijn, en ook al hadden ze al met succes samengewerkt vóór Borderland, toch is er bijzonder weinig aan die plaat waar we echt op zaten te wachten. Borderland is in de eerste plaats een amalgaam van met jazz geïnjecteerde dub en ingehouden techno geworden, en zit globaal gezien een stuk onder het niveau van de twee grootheden. Tot daar het pruilen, want in de Bozar deden Atkins en Von Oswald het wel beter. ’t Was niet voortdurend van wereldniveau — in het begin werd er nog iets te veel gefrunnikt met natuurgeluiden à la Nicolas Jaar — maar het deed wel deugd dat zelfs een sof als “Electric Garden (Jazz in The Garden)”, live overgoten met een brij kolkende technobeats, kon overtuigen.

Drums en loden beats werden duidelijk beter uitgespeeld dan op plaat. Dat maakte dat Borderland live wel het kunnen van Atkins en Von Oswald alle eer aandeed. Hoogtepunten in de ietwat korte set — ook deze twee heren kregen niet meer dan een uur — waren “Treehouse” en “Footprints”, die iedereen definitief uit de stoelen deed opwippen, en ook het broeierige “Digital Forest” hield de luisteraar attent. Wie niet tevreden naar huis terugkeerde, was simpelweg met de verkeerde verwachtingen naar Brussel gekomen. Juan Atkins en Moritz Von Oswald waren perfect gecast op deze tweede BEAF-dag.

Zaterdag 28 september

We gaan er niet om liegen: we hadden reikhalzend uitgekeken naar de tweede dag van het festival; maar wat de organisatoren de laatste dag in petto hadden, was toch nog andere koek. Mochten hun opwachting maken in de grote zaal: Jon Hopkins, die vooralsnog de beste technoplaat van het jaar in mekaar wist te boksen, en Modeselektor, wiens unieke Berlijnse ghettotech-glitch-breakbeat-crunk-IDM altijd garant staat voor spektakel. Dat heet dan een affiche.

Als eerste dus Jon Hopkins. De Brit kon voor dit jaar al aanzienlijk wat adelbrieven voorleggen, met onder andere zijn aandeel in Eno’s Small Craft On A Milk Sea en succesvolle platen als Insides, maar het is pas met zijn vierde album Immunity dat Hopkins dit jaar echt de doorbraak forceerde. Tijdens zijn set in de Bozar putte hij dan ook vooral uit die laatste plaat, en daar vonden wij niks mis mee. Immunity is namelijk een redelijk bruuske beweging weg van Hopkins’ vertrouwde IDM en ambient, in de richting van de dansvloer. Dat hij daarmee de techno in één ruk klaarstoomt voor een nieuw decennium, is des te indrukwekkender.

Op voorhand was zijn passage overigens aangekondigd als een exclusive audiovisual grand piano show, maar dat was goeddeels overdreven. Er stond weliswaar een piano op het podium, maar over het uurtje verspreid bediende Hopkins zich amper tweemaal van het instrument, en dat dikte aan tot niet meer dan vijf minuutjes. We gokken dat de aanwezigen daar ook niet veel erg in hadden, want de overgang tussen piano en elektronica was tweemaal moeilijk te verteren. Daarvoor was de techno van Hopkins te zwaar beladen, te broeierig. Soit, tot daar de kritiek. Voor het overige was de set een indrukwekkende stroom beats en elektronica die vooral bewees dat Immunity nu al een tijdloze plaat is, en dat Hopkins wel eens de nieuwe Poolster van de techno voor de komende jaren kan zijn.

Achter zijn mengtafel ging de Brit hyperkinetisch maar wel als een fileermes zo precies de knopjes te lijf. Minutieus bouwde Hopkins zijn ritmes en motieven op, al vanaf eerste nummer “Breathe This Air”, waarin hij meteen ook het spectrum van zijn set afbakende: dreigend en bezwerend enerzijds, maar evengoed emotievol en gebalanceerd. Hopkins overrompelde met krakers als “We Disappear”, “Insides”, “Collider” en “Open Eye Signal”, en bracht de zaal een uur lang in vervoering — dat er zitjes in de zaal stonden, leek iedereen welhaast vergeten. Jon Hopkins toonde zich een Messias van de elektronische muziek, wij gingen gewillig overstag. Dit was meer dan vakmanschap, dit was verlichting.

Geen makkelijke taak om na zo’n act op te treden, maar gelukkig zijn de kornuiten van Modeselektor gerodeerde rotten in het vak. Aanvankelijk zouden de twee overigens als Moderat bijgestaan worden door Sascha Ring (Apparat), maar dat bleek onmogelijk toen Ring enkele weken terug in een motorongeluk verzeild raakte. Bronsert en Szary brachten dan maar het beste uit hun eigen oeuvre, het is ondertussen een publiek geheim dat zoiets nooit verveelt. De zaal stond dan ook goed gevuld voor het Duitse duo, zelfs zonder Sascha Ring.

Met “Blue Clouds” en “Shipwreck” helemaal vooraan in de set werd aanvankelijk meer de kaart van de IDM getrokken dan die van de ghettotech en bassbeat, maar dat werd snel goedgemaakt wanneer de verwoestende bassen van “Black Block” — essentiële track in hun back catalogue — werden opgediept. Van dan af ging Modeselektor resoluut in partymodus met tracks als “Sucker Pin”, net als “Black Block” vanop tweede plaat Happy Birthday, en “Evil Twin”. Halverwege haalden de twee ook nog even hun eeuwige gimmick boven: wat champagneflessen leegspuiten over de frontstage, en zo het publiek helemaal gek krijgen. Simpel trucje, maar het lijkt elke keer weer te werken.

Naar het einde toe gaven Bronsert en Szary het publiek met “Versions” ook nog een stukje van het oorspronkelijk aangekondigde Moderat. Daarna was er nog ruimte voor meer van waar ze goed in zijn, uitlopend op een soulvol maar niet minder straf “Berlin”. Modeselektor mocht als enige band van het weekend anderhalf uur vol maken, maar dat was uiteindelijk sneller voorbij dan gedacht. Als er één ding kan gezegd worden van de BEAF-organisatie, is het wel dat ze hun headliners perfect gekozen hadden.

In de Terarkenzaal was er aansluitend nog een feestje voor de echte nachtbrakers voorzien, onder curatele van de AB: onder meer Bill Kouligas en Burnt Friedman kwamen er een deel uit de concertreeks ‘Dub Be Good To Me’ headlinen. Wij bleven nog plakken voor Kouligas, maar bleven jammer genoeg een beetje op onze honger zitten. Zeker, de Duitser weet wat ie doet, en slaagt erin geweldig interessante en subtiel variërende geluidstapijten te creëren. Alleen: na Jon Hopkins en Modeselektor hadden we weinig behoefte aan hermetische kastelen van muzikale gelaagdheid. Niettemin: het Bozar Electronic Arts Festival was twee dagen het epicentrum van de elektronische muziek, en lijkt na twee edities nog allesbehalve aan het plafond te zitten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 + 2 =