Chris Schlarb :: Psychic Temple II

Chris Schlarb is een rare snuiter die van moeilijk doen zijn hobby heeft gemaakt. Zo was zijn solodebuut een collage van de bijdragen van een 40-tal zeer uiteenlopende gastmuzikanten. Veel lovende recensies, dat wel, maar een groot publiek bereik je daar niet echt mee. Moest u hem dan toch kennen, dan misschien vooral als één helft van I Heart Lung waarmee hij samen met drummer Tom Steck ook al de grenzen van de muzikale conventies aftastte.

Zoals de titel al suggereert is dit een vervolg op Psychic Temple, een zweverige jazzplaat waarvoor hij zich omringde met een 25-tal muzikanten. Dit tweede deel is gebaseerd op dezelfde blauwdruk maar verwelkomt bovendien een brede waaier van de meest uiteenlopende genres: Triphop, 70’s pop, progrock, drone, … ze passeren allemaal de revue.

De drempel naar de tempel is dus hoog, maar wie hem neemt wordt meteen verleid door de frêle stem van Sarah Negahdari. Ze geeft “Seventh House” een spookachtig sfeertje mee en na een dromerige saxsolo mondt het nummer uit in een korte maar beklemmende mantra. Het mistroostige “The Starry King Hears Laughter” krijgt, met wat lome cimbaaltikjes en hier en daar een roffeltje op de snaredrum, een zacht jazzritme mee waarover trompet en gitaar een sfeervolle melodie neerzetten. Samen met het gelijkaardige en eveneens instrumentale “She is The Golden World” leunt deze song qua geluid nog het meest aan tegen dat van de eerste Psychic Temple.

De plaat begint dus verrassend toegankelijk en die lijn wordt doorgetrokken met “Solo In Place”, één van de hoogtepunten. De sfeer van het rustigere werk van The Sea And Cake waait even binnen en hoewel het een sterk nummer is blijf je toch achter met het idee dat Sam Prekop en de zijnen er wat meer mee konden doen. Vooral de onpersoonlijke zangpartij is een gemiste kans. Vervolgens zingt Sufjan Stevens “‘Till I Die” van The Beach Boys zo breekbaar en schuchter dat het lijkt alsof hij ietwat ongemakkelijk staat de debuteren voor de jury van The Voice. Het zou te verantwoorden zijn in de context van het ook al breekbare origineel, maar het blijft toch dansen op een slappe koord. Sarah Negahdari niet te na gesproken zijn de vocale prestaties dus allemaal van doorsnee kwaliteit en halen ze het niveau van de plaat hier en daar wat naar beneden.

Ook “Steppin’ Out” van Joe Jackson wordt onder handen genomen en blijkt in hetzelfde bedje ziek. Terwijl het nummer muzikaal verfrissend afwijkt van het origineel – onder andere door het tempo te halveren – blijft het door de getrouwe vocale interpretatie wat steken in de categorie “braaf en respectvol eerbetoon”. Een instrumentale bewerking van Frank Zappa’s “Sofa No. 2” sluit het rijtje covers af. Dit keer wel een geslaagde metamorfose, want ontdaan van alle typische elementen die de muziek van Zappa zo herkenbaar maken. Wat rest is gezellige kamerpop met een hoofdrol voor de viool. In de korte maar krachtige afsluiter “Hyacinth Trash Quarter” dwaalt nog de geest van Charles Mingus rond en wordt korte metten gemaakt met de muzikale dagdroom.

Chris Schlarb is een man met vele gezichten en in dit geval mist het gezicht wat karakter. Hij levert goede composities af die hij uitvoert met een straffe selectie muzikanten. Er wordt dan ook met veel plezier en wederzijds respect gemusiceerd op deze Psychic Temple II, met als jammerlijk neveneffect dat het de plaat wat aan uitschieters ontbreekt. Desalniettemin is het een genietbaar zondagochtendplaatje voor bij een warme kop koffie en de krant van gisteren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × twee =