WERCHTER 2013 : Sigur Rós :: donderdag 4 juli, The Barn

Op papier is Sigur Rós de minst ideale festivalband ooit: donkere, hermetische muziek, onverstaanbare teksten, nauwelijks meezingbare refreinen. En toch zorgde de groep op Werchter al drie keer voor bijna legendarische concerten. De vierde keer, dit jaar, was misschien iets minder uitzonderlijk, maar nog altijd erg memorabel.

De IJslandse groep heeft zichzelf overigens even moeten zoeken het afgelopen jaar. Nog voor Valtari vorige zomer in de winkel lag, besliste pianist Kjartan Sveinsson om afscheid te nemen van de groep, wat de overgebleven leden dwong zichzelf opnieuw uit te vinden als trio. Het resultaat van die queeste ligt sinds vorige maand in de winkel, heet Kveikur, en laat een band horen voor wie het allemaal wat losser en steviger mag.

In een sfeervolle Barn is daar vandaag niet zoveel van te merken. Natuurlijk, dat nieuwe “Brennistein” en zeker het gloedvolle, bijna door zijn eigen noise opgeslokte “Kveikur”, zijn beide eindelijk weer onbeschaamd post-rocknummers — frontman Jónsi gaat weer heerlijk los met de strijkstok op zijn gitaar — die op kracht durven spelen. Maar toch ligt de nadruk zoals de voorbije jaren op het in een lichte gloed badend werk van popplaten Tàkk en Með suð I eyrum við spilum endalaust. Het is een langzaam opgloeiend “Glósóli” dat het concert in vierde positie echt op de rails zet, de pianoriedel van “Saeglopur” mikt op herkenningsapplaus.

Niettemin is het “Varúð” dat halverwege het donkere hart van de set mag spelen. Samen met de strijkers zingt Jónsi de sterren van de hemel; een moment van verstilling zoals je dat op festivals zelden meemaakt. Waarna het toch tijd voor feest is. Drummer Orri Páll is immers jarig, krijgt taart en een uitbundig “Happy Birthday”, en een vrolijk “Hoppípolla” zet met toeterende blazers het feest voort.

Het laatste woord is zoals vanouds aan “Popplagið”; een nummer als een afgrond, maar vandaag krijgt het dankzij de blazers bijna iets triomfantelijks, als lacht Sigur Rós alle onheil al bij voorbaat in zijn gezicht uit. Toch duurt het weer minutenlang voor de groep de lang uitgestelde climax laat losbarsten en Páll zich als een duivelse houthakker hamerend verliest in muzikaal dood en verderf. Ja, we kennen dat ondertussen al een beetje te goed, maar het wordt vandaag met genadeloze precisie afgeleverd.

Wat zeggen we dan? Sigur Rós is een vaste waarde geworden, van het soort dat altijd nog eens mag langskomen voor een portie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 + 19 =