Dans Dans :: “Live spelen is het doel, de plaat is het middel”

Dans Dans zijn drie talenten samengeblikt in een eclectische supergroep. Bert Dockx (Flying Horseman), Fred Jacques (Lyenn) en Steven Cassiers (Dez Mona) combineerden op hun debuut spacey rock-‘n-roll met blues, psychedelica en garagejazz en kregen daarvoor niets dan lof. Op hun tweede album I/II speelt de groep met improvisatie en worden oude nummers in een nieuw jasje gestopt, met een geheel eigen kijk op Tom Waits, Robert Wyatt, David Bowie, Morricone, Mingus, Ornette Coleman en Sun Ra tot gevolg, maar ook met eigen nummers.

enola: Begrijpen jullie de clichématige kritiek op jazz als genre, waardoor sommigen de stijl integraal ontwijken?

Dockx (gitaar): “Soms kan jazz wel eens ontaarden in iets overtechnisch en introvert, maar dat geldt ook voor andere genres. De techniek moet in functie staan van de muziek. Wij proberen zo hard mogelijk met ons instrument bezig te zijn en gevoel in elke noot te leggen. Welke noot dat dan precies is, is secundair.”

enola: Wanneer had je voor het eerst door dat je je instrument beheerste?

Dockx: “Dat heb ik eerlijk gezegd nog nooit gehad, hoewel je op een gegeven moment op het podium wel kunt surfen op een bepaalde passage, alsof je er echt bovenop zit.”
Cassiers: (drums) “Soms zijn er in een concert momenten die we als trio beheersen en kunnen sturen, maar dat heeft in de eerste plaats met onderlinge interactie te maken, niet met onze waanzinnige technische bagage ofzo.”

enola: Wat is een muzikant?

Dockx: “Mijn hoofd blijft altijd muziek maken, dus het is iets dat je altijd bent ook al wil je het soms eens even niet zijn.”
Cassiers: “Misschien is het eens tijd voor vakantie, Bert?”
Dockx: (lacht) “Misschien wel, maar ik denk dat voor mij het muzikantschap zo permanent aanvoelt omdat het te maken heeft met wie je bent als mens. Dat loopt constant in elkaar over.”

enola: Hoe kwam jullie nieuwe plaat I/II tot stand?

Dockx: “Voor ons is de agenda’s op elkaar afstemmen het moeilijkste gedeelte. Dan is het nog een kwestie van het juiste materiaal te selecteren, wat te repeteren en daarna hebben we alles in een of twee takes opgenomen. Het ging vlot en heel intuïtief.”
Cassiers: “Zo’n opnameproces houden we vrij sober, Koen Gisen, die alles heeft gemixt, kon ook heel goed van de muziek afblijven op sommige momenten.”
Jacques (bas): “Hij heeft ook puur op de klank gewerkt.”< br>
Dockx: “Ja, dat heeft te maken met compressoren waardoor hij echt een eigen klank geeft aan alle platen waaraan hij meewerkt, een soort wollen dekentje.”

enola: Vanwaar die titel ‘I/II’?

Dockx: “Het zijn twee albums in één. We hadden teveel materiaal voor een plaat dus hebben we er twee dingen van gemaakt. Een LP: tussen de A & B kant op de cd hangt 40 seconden stilte: twee korte platen na elkaar dus.”

enola: Jullie zitten in allerlei verschillende projecten naast Dans Dans, hoe sta je tegenover het klassieke bandidee, waarbij je alle energie in een project stopt?

Cassiers: “Economisch gezien is het tegenwoordig zeker niet interessant om enkel met en groep bezig te zijn.”
Dockx: (tegen de andere twee) “Zouden jullie dat willen zo’n exclusieve groep? Ik zou het niet willen, het is juist een meerwaarde om vaak dingen los van elkaar kunnen doen en daarna dan terug samen te komen. Dat houdt ons scherp, denk ik.”

enola: Wat is de rol van improvisatie wanneer jullie live spelen?

Dockx: “Waar begint improviseren eigenlijk? Als je iets wat zachter speelt dan de vorige keer is dat dan een improvisatie? Zo is er altijd wel ruimte om dingen te verzinnen.
Jacques: Er zijn een paar afspraken, maar ertussen kan er vanalles gebeuren. Soms is het interessant wanneer we ons net niet aan die afspraken houden.”

enola: Wat is in jullie ogen een ideaal publiek?

Jacques: “Voor mij is dat een receptief publiek, dat op tijd en stond ook stil kan zijn, en meegaat met wat je doet.”
Dockx: “Ik vind het ook fijn dat de mensen heel dicht kunnen komen, hoe dichter hoe liever. Ideaal spelen we zelfs zonder podium.”

enola: Wat willen jullie bereiken met de nieuwe plaat? Zijn er concrete doelen?

Dockx: “Ja we willen zoveel mogelijk mensen bereiken, maar het belangrijkste is dat we onze muziek daarvoor niet moeten aanpassen. Het zou mooi zijn als de mensen die receptief zouden kunnen zijn voor Dans Dans ook daadwerkelijk worden bereikt, maar dat is moeilijk omdat de geformatteerde media het publiek soms verkeerd inschatten. Er lopen veel mensen rond die onze muziek zouden kunnen appreciëren, maar die nooit in aanraking komen met media die hen die kans geven”
Jacques: “Ik denk dat live toch het beste middel is om een nieuw publiek te overtuigen, het is ook een veel intensere ervaring dan toevallig iets horen op de radio terwijl je met iets anders bezig bent.”
Dockx: “Ja, live spelen is het doel, de plaat is het middel.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig + 14 =