SILENCE IS SEXY: Nils Frahm + Lubomyr Melnyk :: 19 mei 2013, AB

Terwijl elders in Brussel de Koningin Elisabeth Wedstrijd voor piano op volle toeren draait, kiest ook de AB voor een klein tweedaags festival in het kader van de reeks Silence Is Sexy met een centrale rol voor de piano. Op de eerste dag werden met Lubomyr Melnyk en Nils Frahm zelfs twee figuren opgevoerd die zich enkel met piano en aanverwanten onledig hielden, al legden ze daarbij elk verschillende nadrukken.

De baardige Oekraïen Melnyk deed dat met zijn typerende continuous music. Dat continu kan op verschillende manieren geïnterpreteerd worden. Enerzijds raast Melnyk als een wervelwind van arpeggio’s en akkoordengolven over zijn toetsenbord aan een snelheid die hem al een vermelding in het Guiness Book of World Records heeft opgeleverd, maar anderzijds is dat continue ook een kenmerk van zijn compositorische aanpak. Melnyk laat zijn epische muziekstukken immers alsmaar verder evolueren van akkoordenreeks naar akkoordenreeks en kijkt daarbij slechts in beperkte mate terug naar eerder aangehaalde thema’s. In veel van zijn composities is zelfs hoegenaamd nauwelijks een thema of melodie als dusdanig terug te vinden, en draait het om de trance, het zich laten overweldigen door de kolkende notenzee die Melnyk oproept.

Daar slaagt hij live nog beter in dan op plaat, en dan zeker in het indrukwekkende tweede stuk “Windmills”, een stuk voor twee piano’s waarvan de eerste partij echter vooraf was opgenomen, dat van lieflijk naar stormachtig naar contemplatief evolueerde doorheen meer dan twintig minuten zonder dat je er als luisteraar acht in had wanneer die verschuivingen juist plaatsvonden. Daarbij speelt ongetwijfeld mee dat Gregory Euclide, de kunstenaar die de hoes van Melnyks recente Corrolaries ontwierp alsook die van de tweede Bon Iver, tegelijkertijd een zwart-wit schilderij improviseerde in zijn typerende waterverftechniek waarin uitlopende verf en vegen quasi even essentieel zijn als de tekening zelf. Bijzonder fascinerend om een schilder zo live aan het werk te zien, en het werk steeds te zien veranderen van schets naar landschap, naar ogenschijnlijke chaos die dan al snel weer tot een cohesie geboetseerd werd waarin je als toeschouwer steeds opnieuw dingen kon ontdekken.

Als afsluiter speelde Melnyk een jam met Nils Frahm, als het ware om een brug te leggen naar diens set. Van de drie stukken die hij speelde viel dit het magerste uit, gezien het de evolutie miste die zo belangrijk is voor zijn andere werken, maar als overgangsstuk vervulde het zijn functie wel goed. Frahm zelf ging nadrukkelijk voor een diverse set, waarin hij de vier verschillende toetseninstrumenten (een vleugel, een rhodes, een synth en een compacte piano) die tot zijn beschikking stonden ook uitvoerig gebruikte. Openen deed hij zo met een nieuw titelloos nummer dat van rondcirkelende synths op z’n krautrocks traag evolueerde naar een typische Frahm-compositie waarin dat repetitieve gecounterd werd met akkoorden die alle ruimte laten voor nazinderende noten en natuurlijke ruis.

Op plaat heeft Frahm soms moeite om met die aanpak te boeien (zeker op zijn recentste, het bijzonder slaapverwekkende Screws), maar live weet hij zijn vaak redelijk doorzichtige composities met zo’n overtuigende inspiratie en zo’n bevlogenheid te brengen dat hij er toch in slaagt om zelfs de scepticus mee te voeren in zijn verhaal. Bovendien durft hij al eens wat exuberanter uit te pakken met wervelende arpeggio’s die soms zo uit het werk van Melnyk lijken weggelopen, en improvisatiejams op z’n Keith Jarretts die de songs fameus rekken voorbij hun opgenomen lengtes. Zo is “Familiar” uit Felt op plaat een miniatuurtje van een drietal minuten, maar wordt dat hier als laatste bis over meer dan tien minuten in een veel tragere versie uitgespreid met veel aandacht voor galm en resonantie.

Verrassingen bij de vleet ook. Zo haalde Frahm voor het tweede stuk de Belgische drummer/percussionist/manusje-van-alles Eric Thielemans op het podium voor een potje drummen op de piano en werd later in de set een lange improvisatiemedley ingezet met een naar M83 neigend synthfestijn waarbij drones door de zaal denderden als was het een melodische variant van SUNN 0))), om vervolgens in een gevarieerde, met delay beladen, versie van “More” te belanden. Het korte experiment met zang was minder geslaagd, maar werd wel ruimschoots gecompenseerd door Frahms subtiele, maar vingervlugge pianocapriolen, om nog te zwijgen van zijn sympathieke voorkomen.

Of we, zoals Melnyk aankondigde, de echte stem van de piano te horen kregen in de AB, laten we in het midden, maar het valt niet te ontkennen dat hier mooie dingen gebeurden met die basispianosound. Beide artiesten wisten ook vaker wel dan niet te ontroeren en op bepaalde momenten zelfs de luisteraar verweesd achter te laten. En dat schilderen on stage, dat is een concept dat we graag vaker zouden zien opduiken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × een =