Come :: 20 mei 2013, Bitterzoet (Amsterdam)

“COME KOMT!” Het enthousiasme dat ons overviel toen we te horen kregen dat het legendarische Amerikaanse kwartet in originele bezetting naar Europa kwam, was enkel te vergelijken met dat van vijfjarigen die hun tv-helden in levenden lijven treffen. Dat geen enkele Belgische organisator het verstand had om de band onderdak te bieden (SERIEUS KERELS?), tot daar aan toe. Dan maar naar Amsterdam. Maar dat u, de luisteraar, de gretige zelfverklaarde muziekminnaar, het volledig liet afweten, daar begrijpen we geen bal van. Zeker nadat de band met een staalkaart van zijn oude werk bewees dat zijn songs twintig jaar later nog altijd niet kapot te krijgen zijn.

Nu ja, een toegankelijke band is Come ook nooit geweest. Gebrul en uitgesproken noise kwam er nooit aan te pas, maar de vier albums bewandelden elk het scherp van de snee, de songlengtes neigden vaak naar mini-epiek, de sfeer was ongemakkelijk, de thema’s waren zwaar, de melodieën moeilijk vindbaar en dan was er nog de rauwe zang van Thalia Zedek. Die klonk toen al bezeten en oud, als iemand die te veel gezien had voor haar leeftijd, als de bluesmannen wier invloed ze in haar bezwerende songs verwerkte. Maar er was ook het fantastisch verstrengelde gitaarwerk met sidekick Chris Brokaw, een undergroundheld zoals er veel te weinig rondlopen. Eentje met de zeggingskracht van een predikant op z’n Fender Jaguar. Stadionliederen of zelfs catchy riedels zaten er amper bij, maar het deed meer dan eens denken aan de legendarische tandems Verlaine/Lloyd en Wynn/Precoda-Cutler-Victor.

De originele bezetting, met bassist Sean O’Brien en drummer Arthur Johnson, speelde maar een vijftal jaar bij elkaar, net genoeg voor een handvol singles, twee albums (11:11 uit 1992 en Don’t Ask, Don’t Tell uit 1994) en een album met Steve Wynn (Melting In The Dark), dat werd opgenomen terwijl de ritmesectie de band eigenlijk al verlaten had. Daarna volgden voor Come nog Near Life Experience (1996) en Gently Down The Stream (1998). Opnieuw twee klasseplaten, maar eigenlijk uitgebracht door het duo Zedek/Brokaw met een paar tijdelijke gasten. In 1998 werd een pauze ingelast, en die betekende uiteindelijk het einde van de band.

Een dikke twintig jaar na release wordt 11:11, nog steeds een van de meest indrukwekkende gitaarplaten van de jaren negentig en al geruime tijd zo goed als onvindbaar, heruitgebracht, en dat is meteen de reden voor deze tour. Van nieuw materiaal is geen sprake, noch tijdens dit concert, noch voor de toekomst, want Zedek en Brokaw zijn niet van plan hun respectievelijke carrières op te geven voor Come. Als je voor het concert in Bitterzoet (een klein, supergezellig zaaltje in hartje Amsterdam) eens rond je kijkt, dan maak je je meteen ook de bedenking dat dit niet voor het geld gebeurt, want het lijkt wel alsof het publiek de band anno 2013 gewoonweg vergeten is.

Nochtans maakt een selectie uit 11:11 en Don’t Ask, Don’t Tell duidelijk wat een buitenkans liefhebbers van het gitaarwerk aan zich voorbij laten gaan. Toegegeven: leg de platen van Come op en je wéét dat die uit de jaren negentig komen, maar die gortdroge sound en stijl die wars van toegevingen in de donkerste hoeken van de rock-‘n-roll dook met een alarmerende intensiteit, met een suggestie van aftakeling en geweld, zijn overeind gebleven. De setlist leek haast uit een opeenvolging van een-tweetjes te bestaan, songs die op de oorspronkelijke releases ook bij elkaar hoorden of gaandeweg onlosmakelijk verbonden werden. Met “Bell” en “William” was het alleszins meteen prijs: de gitaren werden innig rond elkaar verstrengeld in een voortdurend wringende liefde/haat-relatie, de ritmesectie voorzag de kloeke stuwing en Zedek klonk alsof de voorbij twee decennia nooit hebben plaatsgevonden.

Hier zag je helemaal geen uitgeleefde, vergane glorie die met de moed der wanhoop probeerde om die zanglijnen schor te kelen, maar intens doorleefde uitvoeringen vol grimmige zijstappen, huilende, schurende en piepende gitaren en een opmerkelijk geslaagde flow. Kreeg een stuk als “Dead Molly” een energiestoot die je ondanks het vrij ingetogen volume haast achterover raasde, dan was de tempovertraging van “Brand New Vein” al net zo effectief. De eerste 20-30 minuten waren zo straf dat een mindere band er niet meer van zou bekomen, maar Come beschikte over songs die de imposante piek eigenlijk meer dan een uur wist te rekken.

“Last Mistake”, de eerste song die Zedek en Brokaw ooit samen schreven, en waarop zij mondharmonica speelde, werd naadloos gevolgd door het klassieke “Submerge” en debuutsingle “Car”, songs die nog altijd genadeloos en overrompelend klinken. Dit spul is zo heavy dat het zowat het ganse metalpeloton achter zich laat. Het is introspectie van de soort die geen spaander heel laat van gemakzucht en flauwe gimmicks, maar diep gaat, snijdt en kerft, pijn doet, maar dan wel met een oprechtheid waar niet aan getwijfeld moet worden (is het dat wat luisteraars weg hield, schrik?). Zelfs als wordt uitgepakt met een ballade als “Let’s Get Lost”, eigenlijk ook niet meer dan blues voor de moderne ontreddering, is het effect er niet minder op. Uitspraken van de “vroeger was het beter”-soort kunnen ons doorgaans aan onze reet roesten, maar het werd nu wel snel duidelijk hoe hard we Come missen. Hoe we ooit nood hadden aan dit soort bands. Ze vulden een gat dat nu te vaak verwaarloosd wordt. Het monotone gebrul van de freak naast ons, die (tevergeefs) om “Arrive” bleef roepen, sprak boekdelen. Come heeft ooit iets betekend. Doet dat nu nog.

De eindspurt werd op gang getrokken door de instrumentale intro van “Off To One Side” en afgerond met het wat obscure “SVK”. Als bonus speelde het kwartet nog hun geweldige 7” uit 1992: “Fast Piss Blues” en een versie van The Rolling Stones’ “I Got The Blues” die demonen uit de song haalde die Jagger en Richards zelf waarschijnlijk niet meer zagen sinds de hoogdagen van de disco. Goed, alle songs waren uit de periode 1991-1994 en daardoor was het concert eigenlijk meer een tijdreis dan een hernieuwde kennismaking met een optie voor de toekomst, maar dit was een steengoed optreden van een band die zelfs op een zwakke dag kan overtuigen met dergelijke parels. Het was dan ook niet een beetje jammer dat amper een paar dozijn liefhebbers hun weg vonden naar het concert. Wat een zonde.

Glitterhouse bracht deze week het ijzersterke debuutalbum opnieuw uit, en dat als 2CD (de originele cd-versie met een liveplaat erbovenop) en als 2LP + 7” + 2cd. Die laatste is zijn geld meer dan waard.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien − zestien =