Kate Nash :: Girl Talk

Als “speciaal” een eufemisme is voor een gerecht dat in feite niet door te slikken is, is “moedig” dan een eufemisme voor onbeluisterbare platen? Het is een van de vragen die Girl Talk tijdens een van z’n dieptepunten oproept. Samen met: “Dus zo ben je als je klink bezopen bent, Kate?” En vooral: “Zo’n vaart moest het toch allemaal niet lopen, Kate?”

Geen enkel popmeisje wist zo te vertederen als de onbeholpen assertieve Kate Nash zes jaar geleden. Op haar debuut Made Of Bricks (met de parelende pianopop à la “Foundations” en “Mouthwash”) maakte ze van haar eigen emoties een hinkelpad waar haar songs met een ontwapenende flair en eerlijkheid op huppelden. Ze was een grote zus voor talloze meisjes die door hun ontluikend oestrogeen alle hoeken van het puberleven zagen, in hun ogen althans.

Maar dat werd Nash al gauw beu. Er waren nog stuiptrekkingen van die klaterende pop op de opvolger My Best Friend Is You, maar vooral in de daaropvolgende tour was ze als de nukkige puber die wel hard met de deuren sloeg thuis maar de echte ballen niet had om de deur achter zich definitief dicht te slaan. Dat doet Girl Talk wel. Dit klinkt als de plaat die ze al vijf jaar wilt maken, maar de vraag rijst of velen daar echt op zitten te wachten. Het antwoord laat zich helaas raden. Hiermee jaagt ze haar halve publiek weg, en verleidt ze waarschijnlijk weinige nieuwe zieltjes. Daarvoor is het ruigere punkgeluid van een te armtierig niveau.

Girl Talk bezegelt een lange overgangsperiode van pop- naar punkmeisje die weliswaar erger had doen vrezen. De eerste songs die Nash de wereld had ingestuurd waren een morsig zootje, meer pose dan song, alsof ze haar hele fanbase wilde wegjagen. Het equivalent van een lieftallige ex die je plots verwilderd katten naar mensen ziet gooien op straat. Dat Nash dweepte met de Riot Grrrl van de jaren negentig en punk in het algemeen was al duidelijk geworden, maar dat ze zelfs de middelmaat niet wist te bereiken met haar interpretatie ervan, deed alarmbellen afgaan – als het al iemand kon schelen.

Gelukkig zagen we in de Muziekodroom vorig jaar dat het allemaal nog wel leek mee te vallen. Met haar vrouwelijke punkband speelde ze toen al 2/3 van Girl Talk, en vooral door het bevrijde spelplezier klonken de beste songs als potige stiefzussen van oudere nummers. In die categorie past bijvoorbeeld de puike single 3 am, over de kleine kantjes die een relatie nodeloos om zeep kunnen helpen. Vervang de gitaar door piano en je hebt een tweede “Foundations” – een nummer dat trouwens sterk reïncarneert in dit nieuwe geluid. Ook de in Hasselt opvallende singlekandidaat “OmyGod”, het breekbare “Are You There Sweetheart” en het potige “Conventional Girl” zijn vintage Nash, maar dan in een gerafeld jasje.

De piano is immers de studio uit geduwd, en dat van een zo hoog mogelijke verdieping. De meeste songs schreef Nash op bas, wat duidelijk z’n invloed had op “Fri-End” en “Deathproof”, die de transformatie naar de puntigere, vuilere Nash bezegelen zonder dat het pijn aan de oren doet. Het zijn songs die vooral live een meerwaarde halen en die doen bedenken dat het niet verder dan dit hoefde te gaan. Op voorganger My Best friend Is You stond misschien wel de beste song die Nash ooit had geschreven (“Don’t You Wanna Share The Guilt”), en die samen met de beste nummers van Girl Talk heus wel borg stonden voor nog enkele jaren relevantie.

Maar helaas verliest Nash in haar enthousiasme bijna een halve plaat de trappers, waardoor Girl Talk als geheel een rommeltje wordt. Dat ze, bevrijd van haar platenfirma (deze plaat is voornamelijk ontstaan uit crowd funding), zich in haar sas voelt, is duidelijk, maar aan de uitspattingen daarvan hebben weinigen een boodschap. Nash krijst en wauwelt “Sister”, “Oh” en “Cherry Pickin’” bedenkelijk de overbodigheid in, en zijn songs waar u door een irritante middelmaat na één luisterbeurt klaar mee bent. “All Talk” en “Rap For Rejection” flirten ook met de irritatie, maar daarin snijdt Nash nog wel hout met haar nieuwe stokpaardje, feminisme, dat tot een sterke tekst lijdt in “Rap For Rejection”, maar bij “All Talk” tot een slechts gemompeld “nou, ja” leidt met geschreeuwde quotes als “I’m a feminist, and if that offends you, than fuck you!” Ach, ach.

Wanneer Girl Talk dan ook nog eens eindigt met een orkestrale uitbarsting in “Lullaby For An Insomniac” – camp die z’n doel compleet mist – blijft vooral de onrustwekkende richtingloosheid van de plaat nasmaken. Moedig, dat is het alleszins: het is zeldzaam hoe een artiest zich uit een PowerPoint van perfecte mainstreampop de marge in katapulteert. Maar met Girl Talk schiet Nash te hard door in dat opzet terwijl het aan een uitstekende helft te horen zo’n vaart niet had moeten lopen. Nash duikt met Girl Talk onder de radar en daar lijkt ze zich in haar sas te voelen. Maar met nog een plaat van dit wisselvallige allooi en ze duikt de anonimiteit in. En dat zou zonde zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie − een =