Kate Nash :: 8 juni 2010, Botanique

Wanneer ondergetekende (pn) en collega (mvm) voor het concert nog rustig een pasta eten in het café van de Botanique, duikt plots Kate Nash naast hen op. Onopvallend, zonder make-up tien jaar ouder lijkend, ietwat stijlloos met een niet flatterende zwarte legging. Ze bedankt omstandig het personeel voor het lekkere eten en slaat nog een praatje aan de bar. (mvm) en vooral (pn) lachen wat onnozel. Vriendelijk meisje, die Kate.

Niets daarvan anderhalf uur later. Geen wonder dat tweede plaat My Best Friend Is You zo’n brok venijn is. Nash is ruim een uur lang dat lief dat mokkend binnenkomt en als je vraagt wat er scheelt, “Niks!” terugbijt. En na een paar keer gissen (“Heb je iets nieuws gekocht? Heb ik m’n gedragen kleren wéér niet in de wasmand gegooid? Zal ik anders afwassen vanavond?”) barst de bom met een uitleg waar je helemaal niks mee aankunt. Dat was Kate Nash vanavond.

Had ze er gewoon geen zin in aan het einde van deze clubtour? Werkten die paar Britse zatlappen (Zuid-Afrika is nog wat verder vliegen, jongens) ook haar op de zenuwen? Heeft ze een hekel aan dit land zoals quasi elke Brit? Als het publiek stil is tijdens het verstillend mooie juweeltje “I Hate Seagulls” is het niet goed. Als dat publiek beleefd juicht wanneer ze zegt dat ze het in de kleedkamer van de Botanique heeft geschreven, volgt er een giftig “You don’t need to applause, I was just saying it”). Zo is het altijd wat. Drop the attitude, meisje. En die make-up ook: Nash lijkt op Michael Stipe die net die pot blauwe verf te weinig door de douane heeft gekregen om zijn blauwe streep over de hele breedte van zijn gezicht te schilderen.

Maar vooral: meer dan de helft van de set haspelt ze ongeïnteresseerd af — niet toevallig haar bedrieglijk onschuldige, charmante, guitige (laatste keer dat we dat adjectief gebruiken in een Nash-recensie) popliedjes waar ze de afgelopen jaren haar aanhang mee heeft zien aandikken van tienermeisjes tot diens vriendjes en papa’s. Balen voor haar dan dat ze de helft van haar tweede plaat ook daarmee bezaaid heeft. De eerste tien minuten zijn op het ontluisterende af: “Paris” en “Do-Wah-Doo” (veruit een van de fijnste, meest catchy singles van het voorjaar) worden ei zo na de vernieling in gespeeld, daarin geholpen door een wanstaltig geluid dat Nash’ piano onder een grafzerk begraaft. “Mouthwash” en vooral nieuwe single (tja) “Kiss That Grrrl” ondergaan hetzelfde lot.

Tijd voor een eerste vaststelling: live missen die poppy songs van haar tweede plaat de wat weidsere arrangementen die Bernard — Duffy — Butler erover gegoten had. Dat is nooit een goed teken. Dan heeft Nash de meeste tijd aan haar piano trouwens al gehad. Voor het gros van de avond omgordt ze de gitaar — waar ze trouwens kig mee blijft staan. Tijdens het vinnige folkrock-getinte “Take Me To A Higher Plane” lukt het plots wel: weg is de morsigheid, Nash gelooft opnieuw haar eigen song. Het fantastische portret van een break-up “Don’t You Want To Share The Guilt” overleeft ternauwernood op het podium, “I Hate Seagulls” is dan weer als een moment waarop je beseft waarom je verliefd bent geworden op je vrouw of lief.

En zo blijft het op en neer gaan. “Foundations” zet Nash in, terwijl één hand op haar knie rust, als een kind dat met de elleboog op tafel zijn soep dik tegen zijn zin oplepelt. Toch krijgt het een nieuw, weemoedig einde dat nog geen euthanasie lijkt aan te kondigen. Tot Nash plots de experimentele kant van haar tweede plaat botviert, die live wél werkt. “I’ve Got A Secret” (dat ze toch even guitig aankondigt met “I hate homophobia because… it’s bad”) neigt zelfs naar Blur en de als song vermomde schuttingtaal “Mansion Song” doet donder en bliksem neerdalen met een monoloog die een BH-verbranding lijkt aan te kondigen. Helaas monden die fantastische minuten uit in een gênante poging tot punk van b-kantje “Model Behaviour” die kleine Kevin, Mats en Laura ook in het jeugdhuis in uw buurt elk weekend spelen. “I Just Love You More”, het niet toevallig eerste vooruitgeschoven nummer van haar tweede plaat, pakt wel. Nash zoekt maar vindt te weinig.

En zoekt ook te weinig. Ze heeft overduidelijk haar hart verpand aan de riot grrrl-beweging van begin jaren 90, dat bleek ook uit de tape die voor het begin van het concert speelde. Maar dat ze dan keuzes maakt. In plaats van songs te schrijven die haar publiek verwacht — en wat ze dat publiek blijkbaar ook verwijt — moet ze maar eens een experimentele plaat à la Blurs 13 maken en haar publiek uitdagen in plaats van het dubbel te beledigen door onderschatting én ongeïnteresseerde concerten. Beschouw je eerste werk als een langgerekt “Creep”, maar doe dan ook iets anders in plaats van te mokken. Dit is een spreidstand waar CD&V spontaan een staande ovatie voor geeft.

Dat Lena, het Duitse zusje van Kate Nash, aan een verovering van Europa begonnen is die 1939 in herinnering brengt, counterde de kwatongenpraat dat de popmeisjesgolf rond Nash haar houdbaarheidsdatum al overschreden is. Lily Allen bewees met een frisse popplaat trouwens ook al dat dat niet het geval hoeft te zijn. Dat het origineel Nash de kopie Lena al evenaart qua bedenkelijke live-performance waarbij de ogen de oren moeten sussen, zou ook al een alarmbelprocedure moeten inluiden. Als Kate Nash op dit elan doorgaat, horen we er over vijf jaar niets meer van. Zullen wij eens even het nukkige lief uithangen. Kan ze daar wat liedjes over schrijven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × 4 =