The Master

Toen ik enkele maanden geleden ging kijken naar Andrew Dominiks Killing Them Softly, stapte er achteraf een kerel de zaal uit die duidelijk niet geweldig onder de indruk was van het kabbelende ritme, de lange dialogen en het gebrek aan actie in de film. “Voor zo’n film zouden ze mij moeten betalen,” zei hij, op een toon die vaagweg suggereerde dat hij thuis een uitgebreide collectie Steven Seagal-dvd’s had liggen. Maar dat kan ook gewoon mijn pretentie zijn die spreekt. Anyway, ik moest aan die man denken terwijl ik keek naar The Master, de nieuwe van Paul Thomas Anderson. Ik hoop dat hij niet per ongeluk die zaal binnen sukkelt, want het resultaat zou hem wel eens dik kunnen tegenvallen. The Master is een moeilijke, mysterieuze, bewust frustrerende film, die je ruim twee uur lang laat wachten op antwoorden die nooit echt komen. Het spreekt voor zich dat ik het weinig minder dan een meesterwerk vond.

Joaquin Phoenix speelt Freddie, een soldaat die getraumatiseerd, seksueel gefrustreerd en nog geen klein beetje verslingerd aan alcohol uit de Tweede Wereldoorlog tevoorschijn komt. Na een aantal omzwervingen komt hij in aanraking met Lancaster Dodd (Philip Seymour Hoffman), de charismatische leider van een sekte die zichzelf simpelweg The Cause noemt. Dodd beweert dat hij mensen bewust kan maken van hun vorige levens, om ze zo van hun trauma’s en problemen af te helpen. Tussen de twee mannen ontstaat een complexe, subtiel homo-erotische relatie van aantrekken en afstoten, van geloof en scepsis.

Om maar meteen de meest voor de hand liggende vraag te beantwoorden: ja, The Cause werd duidelijk geïnspireerd door Scientology, maar nee, het is geen kritisch exposé van L. Ron Hubbards sekte. De links zijn duidelijk: Hoffmans Lancaster Dodd noemt zichzelf een schrijver, dokter, nucleair fysicus en theoretisch filosoof, net zoals Hubbard zichzelf allerlei titels aanmat die hij op geen enkele manier verdiend had. Het feit dat hij en Freddie elkaar ontmoeten op een boot verwijst naar de Sea Org van Scientology (Hubbard spendeerde een groot deel van zijn leven op zee). En het belangrijkste: de methodes van The Cause (lange vraaggesprekken waarin dezelfde paar vragen keer op keer opnieuw gesteld worden), zijn griezelig gelijkaardig aan die van Scientology.

Maar het is duidelijk niet Andersons bedoeling om een kwakzalver te ontmaskeren. The Master gaat over veel grotere, meer algemene thema’s. Enerzijds is er de historische kwestie van soldaten die terugkeerden uit de oorlog en met een mentale en spirituele crisis achterbleven. Scientology is destijds effectief groot kunnen worden in de jaren vijftig, omdat veel mensen in de nasleep van WOII op zoek waren naar iets ànders, iets dat de antwoorden bood die ze in het “normale” geloofssysteem niet meer vonden. Tegelijk is The Master ook een analyse van machtsituaties: hebben we wel de macht over ons eigen leven? Hoe kunnen we die macht krijgen? Waarom geven we de macht – en bijgevolg ook de verantwoordelijkheid – over ons leven zo graag door aan iemand anders? Dodd zegt aan het einde van de film: “Als jij een manier vindt om te leven zonder een meester boven je, laat het me dan weten, want je zou de eerste zijn.” Het wordt gesuggereerd dat ook Dodd een meester boven zich heeft staan: zijn vrouw Peggy (Amy Adams), een stille, manipulatieve figuur, die zichzelf op de achtergrond houdt, maar best wel eens de echte drijvende kracht achter The Cause zou kunnen zijn.

En alsof dat allemaal nog niet genoeg was, creëert Anderson ook een contrast tussen enerzijds het dierlijke, lichamelijke van de mens, en anderzijds de ratio, het intellect. Freddie vertegenwoordigt het eerste – Phoenix’ acteerprestatie is een meesterstukje van sterk fysiek acteerwerk – terwijl Dodd het tweede belichaamt. Die twee clashen regelmatig, maar ze kunnen ook niet zonder elkaar. En zodoende.

Da’s een behoorlijk lappendeken aan thema’s, en om dat te kunnen construeren, kiest Anderson voor een film die niet strikt psychologisch realistisch is. In de praktijk wil dat zeggen dat al die antwoorden, al die psychologische verklaringen die je in een “normale” film zou krijgen, hier achterwege worden gelaten. Je krijgt nooit een ultieme uitleg over wat de personages nu drijft. De hoofdfiguren komen ook nooit tot een groot inzicht en aan het einde krijg je zelfs niet ontlading die je in There Will Be Blood wel kreeg met de moord op Paul Dano’s personage. Normaal gezien mag een film een beetje mysterieus zijn en de antwoorden achter de hand houden tijdens de eerste en tweede akte. Maar tegen de tijd dat de derde akte op gang komt, verwachten we wel dat we ’t allemaal gaan snappen, dat de regisseur ons netjes uitlegt wat we precies uit de film moeten meenemen, en dat hij ons liefst nog een stevige emotionele climax meegeeft aan het einde, zodat we weten dat het gedaan is. Anderson doet dat allemaal bewust niet. Hij laat het mysterie van zijn personages intact, maar hij prikkelt ons wel. Hij beantwoordt geen vragen, maar hij suggereert richtingen waarin wij als publiek kunnen gaan zoeken.

Dan kan je op twee manieren reageren: of je vindt dat fantastisch, of je ergert (en verveelt) je dood. Take your pick. Waar je sowieso niet buiten kan, is het technisch meesterschap van Anderson. The Master is duidelijk een zusterstuk voor There Will Be Blood, en de vormelijke invloeden van Kubrick en zelfs Terrence Malick zijn nog duidelijker voelbaar dan in die vorige film. Maar net zo goed zoekt The Master aansluiting bij Andersons eerste, vaak vergeten film, Hard Eight. Ook daar ging het immers over de verstoorde relatie tussen vader- en zoonfiguren, die elkaar aantrekken en afstoten. Hoe dan ook, het bevreemdende gebruik van muziek, de doorwrochten shotkeuze, het zeer bewust trage tempo en de soms intuïtief aandoende montage (het is daar dat je Malicks invloed het meest voelt), zijn ontegensprekelijk het werk van een waanzinnig groot talent.

En dan zijn er de acteurs: Phoenix maakt onconventionele keuzes als Freddie, met een zeer gestileerde vertolking, maar hij verdwijnt op indrukwekkende wijze in zijn personage. Hij heeft echt van nul af aan dat personage opgebouwd en maakt er helemaal zijn eigen creatie van. Hoffman schept dan weer een subtiel evenwicht tussen de charme die hij aan zijn publiek laat zien, en de bitterheid en twijfels achter de schermen. Zijn prestatie hangt nauw samen met die van Amy Adams, die hier mijlen, maar dan ook mijlen ver verwijderd is van haar gewoonlijke brave imago. Telkens Hoffman zwakte mag tonen, is Adams daar om Lady Macbeth-gewijs de venijnige tante te spelen. Adams toont hier een kant van zichzelf die ik in ieder geval nog niet eerder gezien had en is griezelig geloofwaardig.

The Master is niet voor iedereen, dat is duidelijk. De beste films zijn dat zelden. En dit is één van de beste films van het jaar. Zonder twijfel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 1 =