Tape Cuts Tape :: Black Mold

Zet artiesten bij elkaar met heel uiteenlopende ervaringen, achtergronden en invloeden die reiken van Morton Felman en Bob Dylan, tot Autechre, This Heat en Ornette Coleman, en je zou al voor minder beginnen sidderen bij de vlees-noch-vis-aanpak die je te wachten staat. Niets is minder waar bij Tape Cuts Tape, dat net als Echo Beatty uitblinkt in ongewone bricolagemuziek, zij het op een heel andere manier.

Rudy Trouvé, Eric Thielemans en Lynn Cassiers. Je mag ze intussen gerust alle drie beschouwen als veteranen van de Belgische pop, jazz en experiment, met wapenfeiten die regelmatig binnen, maar soms ook ver buiten het traditionele circuit lagen. Wie hardcore avant-garde zou verwachten, die slaat de bal wel mis, want hoewel Black Mold duidelijk de sporen draagt van procedures die typisch zijn voor de marge, is dit al bij al een behoorlijk toegankelijke plaat die het terrein tussen droompop, pulserende elektronica, geluidsexperiment en krautgroove opzoekt.

Ritmes worden soms aangehouden met een verrassende directheid, galmende geluiden worden met elkaar verweven of gaan op in andere klanken, net als gitaar en elektronica en de vele attributen waar het trio zich van bedient. De algemene indruk is er dan ook eentje van eindeloze vernieuwing en evolutie. Songs kwamen al improviserend tot stand, kregen gaandeweg vorm en volgden een patroon, maar de specifieke invulling kan veranderen van moment tot moment. Er wordt gewerkt met duidelijke bouwstenen, maar de algemene indruk is er een van spontaniteit en potentiële verbouwing.

Het compacte album wordt gedomineerd door de dertien minuten durende titeltrack, die met zorg wordt opgebouwd en een kleurrijk en veelgelaagd geluid laat horen dat soms aansluit bij de droompop van Blonde Redhead en Yo La Tengo, een beetje flirt met triphop en krautrock en voortdurend heen en weer kabbelt tussen dansbaarheid, bedwelming en afstandelijkheid. Dromerige avantpop voor een generatie die het gevaar van de chaos niet afwendt, maar omarmt. Die knappe tour de force wordt niet meer herhaald, maar dat geldt eigenlijk ook voor de rest van het album: er is eenvoudigweg geen eenduidige formule.

“Deep Garden” is eigenlijk kinderlijk simpel qua aanpak: terend op een geplukte gitaarmelodie, gestuwd door een aangehouden ritme en met die verleidelijke sirenenzang van Cassiers, die zowel vertrouwd als onheilspellend kan klinken. Maar ook hier, tussen fragiliteit en verleiding, wordt er gespeeld met resonerend gevaar en dreigende instorting. In “Sludge” wordt dat nog drastischer gedaan, met zware vervormingen en een koppig stompend ritme, alsof er een optocht met slechte intenties op poten gezet werd.

In “Rundfunk” wordt twee minuten lang een donkere, verslavende mars georganiseerd die herinnert aan het donkerste van Portisheads derde, terwijl “Loose Thought” terugkeert naar de hypnotiserende verteltrant van de opener, maar dan met een kaler en gedoseerd geluid. Opnieuw moet je denken aan het waziger werk van Yo la Tengo. De korte stukjes die nog eens verspreid zijn over het album versterken enkel de indruk van een auditief laboratorium dat hier de deuren opengezet heeft. Tape Cuts Tape speelt deconstructiepop die ondanks eclectische insteek een voorbeeld van spaarzaamheid en inventiviteit is.

Tape Cuts Tape speelt op dinsdag 5 maart in de Vooruit. Daarna volgen er nog optredens. Meer info op de Facebookpagina.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien + vier =