Rachel Zeffira :: The Deserters

Er zijn zo van die namen die geen introductie meer behoeven. Rachel Zeffira, een klassiek opgeleide sopraan en organiste, behoort helaas niet tot die categorie. Na uren speurwerk op het internet kunnen we bovendien formeel zijn: deze van oorsprong Canadese dame beschikt zelfs niet over een officiële webstek. Ronduit onthutsend.

Haar belangrijkste wapenfeit tot op heden kon nochtans rekenen op heel wat bijval. Als vrouwelijke helft van het duo Cat’s Eyes vormde ze in 2011 een dreamteam met Faris Badwan, frontman van The Horrors. Hun titelloze debuut werd geïnjecteerd met een flinke dosis tienderdramatiek, het geluid van girlgroups uit de jaren zestig en de ietwat zonderlinge sfeer die doorgaans bij The Horrors aanwezig is.

Net zoals dat het geval was bij Cat’s Eyes, kwam het soloalbum The Deserters quasi ongepland tot stand. Na de samenwerking met Badwan, vatte Zeffira het plan op om een eigen akoestische versie te creëren van de My Bloody Valentine-klassieker “To Here Knows When”. Een moedige keuze, zeker wanneer je er donder kan op zeggen dat een legioen fans met getrokken messen klaar staat om je neer te maaien en vervolgens vakkundig te fileren. Drone, gitaarnoise en wazige zangpartijen werden vervangen door piano, cello, hoorn en de heldere engelenstem van Zeffira. Haar vederlichte aanpak resulteert in een ijzingwekkend mooie cover, zonder dat de essentiële dromerigheid van het origineel in gevaar komt. Faut le faire.

Diezelfde controle en ingehoudenheid van de subtiele orkestratie vormen de kern van Zeffira’s debuutplaat, waarin ze haar klassieke roots tracht te verweven met pop. Doorheen titelsong “The Deserters” en “Silver City Days” baant een pianogolf zich een weg die evengoed van Ludovico Einaudi of Michael Nyman had kunnen zijn, terwijl de verleidelijke sfeer en het stemgeluid eerder doen denken aan Emily Jane White of Julee Cruise in een Lynchiaanse film. “Front Door” en “Letters From Tokyo (Sayonara)” zetten die transcendentale en serene geluidstrend voort, waardoor de nummers haast thuis lijken te horen in een kerk. Een hoogtepunt op The Deserters is echter het sprookjesachtig mooie “Star”, waarin Zeffira moeiteloos moegetergde zieltjes balsemt, begeleid door zachte drums en een perfect geplaatste hobo.

In “Here On In” kunnen we ons niet van de indruk ontdoen dat Faris Badwan aan de knoppen heeft liggen draaien om er met behulp van koorgezang, warme noise en een zachte drumsectie een wazige, psychedelische twist aan te geven. Vreemd genoeg valt de song net daardoor licht uit de toon. Hetzelfde geldt voor “Break The Spell”. Even zouden we gezworen hebben dat hier een cover van Donna Summers “I Feel Love” werd ingezet, maar al bij al werkt het melancholische discoritme eerder bezwerend dan storend.

Het grootste pijnpunt is echter dat al die zachtaardigheid niet steeds weet te prikkelen. Rachel Zeffira is ontegensprekelijk een begaafde artieste die perfect uitgebalanceerde composities weet voort te brengen.Het ontbreekt vele nummers echter aan de nodige weerhaken, zodat ze nooit echt aan je vel blijven kleven. Zo kabbelen “Waiting For Sylvia” en “Goodbye Divine” rustig voort zonder ooit echt ergens heen te gaan. Nog voor de laatste noot weerklinkt, lijken de songs alweer bijna vergeten.

Hoe mooi en lieflijk een groot deel van de nummers ook mogen klinken, ze dienen geen genadeloze emotionele uppercut toe die je dagenlang duizelend van hartzeer achterlaat. Zeffira biedt een uiterst mooie soundtrack om in je hoofd te verdwalen, maar meer ook niet.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × vier =