Andy Burrows :: ”In een band zitten is een onnatuurlijke situatie”

Ooit was hij drummer in Razorlight en in die hoedanigheid Johnny Borrells beste vriend en medesongschrijver. De kruik gaat echter maar zolang te water tot ze barst, en ook voor Andy Burrows waren de streken van de frontman op een dag genoeg. Na veel zijwegen, waaronder kerstplaat Funny Looking Angels met Editorsfrontman Tom Smith, bracht de ex-drummer dit najaar het intieme Company uit, waarmee hij zich definitief ook vestigt als songschrijver.

Het is een koude winterdag in Groningen wanneer we in de marge van het Eurosonicfestival met Burrows een warm hoekje zoeken. Dat wordt uiteindelijk de 3voor12-keet waar hij net een sessie heeft gespeeld. We installeren ons op twee drumkrukjes op de plek waar hij net een paar nummers de lucht instuurde, en doen alsof we knus en gezellig op café zitten. Burrows blijkt een man van weinig woorden, maar wel één die zich zonder problemen in ‘t hart laat kijken.

enola: Ergens vond ik een citaatje van je terug: “Ik ben niet helemaal zeker dat ik solo gelukkig ben. Als puntje bij paaltje komt, ben ik toch nog altijd een drummer.”
Burrows: (lachje) “Dat heb ik ongetwijfeld ooit gezegd; ik zie mezelf absoluut in de eerste plaats als drummer. Maar kijk, een mens voelt zich elke dag anders. Nu, er zijn zeker dingen die ik mezelf solo niet zie doen. Ik voel nog altijd niet de nood om de grote showman uit te hangen of zo; dat heb ik niet in me. Maar ik vind er wel plezier in om daar vooraan te staan en te zingen en gitaar of piano te spelen, hoor. ‘t Is alleen anders.”
enola: Was het moeilijk om achter je drums vandaan te komen?
Burrows: “Dat niet, maar het was zeker anders. Daarom heb ik het ook in fases gedaan: eerst een kleine plaat onder de radar, dan die plaat met Tom die een goede oefening was, en nu sta ik eindelijk op eigen benen.It’s good fun. Ik ben er een beetje in gegroeid, op een natuurlijke manier. Drums waren altijd mijn eerste liefde, van toen ik zeven was. Enfin, ik had ooit ook nog een kleine trompet, maar daar was ik heel slecht op.”
enola: Weet je nog waarom je drummer wilde worden?
Burrows: “Ik was klein en niet echt sportief, dus koos ik het luidste instrument dat er was, zodat ik toch gehoord zou worden.”

enola: Wanneer ontdekte je dat je ook een songschrijver was?
Burrows: “Geen idee eigenlijk. Ik had al wel wat pogingen gedaan toen ik tiener was, hier en daar, maar het interesseerde me niet echt tot ik in Razorlight zat. Maar ook daar was ik in de eerste plaats toch de drummer, dus: ergens in mijn twenties. Johnny heeft me daar eigenlijk altijd in aangemoedigd. Hij heeft me vrij vroeg bij het songschrijven betrokken.”

enola: Waarom ben je eigenlijk vertrokken bij Razorlight?
Burrows: “‘t Was een moeilijke band om deel van uit te maken. We hadden geen gezonde relatie onderling, zeker Johnny en ik niet. ‘t Was niet echt een aangename situatie. Het waren vijf intense jaren, maar de vriendschap is er aan teloor gegaan. Jammer, want het was echt voorbij mijn stoutste dromen wat ons overkwam. Maar ik had het gevoel dat ik geen andere keus had dan te vertrekken. Het ging niet anders.”
enola: Heb je ooit de documentaire No Distance Left To Run gezien over Blur? Ook dat is zo’n verhaal over hoe een groep de vriendschap kan kapotmaken.
Burrows: “Ja, en het was zeker herkenbaar, al is het verschil dat zij in de grond allemaal heel erg close waren. Het was hen gewoon wat te veel geworden, waar wij in Razorlight niet helemaal juist zijn vertrokken. Het is soms hard om in een band te zitten. Mensen zien alleen de leuke kanten, maar het kan ook enorm veel druk op de onderlinge verhoudingen zetten: je brengt onnatuurlijk veel tijd met mensen door.”
enola: Nu heb je je eigen begeleidingsband en ben jij de baas. Hoe voelt dat?
Burrows: “Ik ben niet echt een baas hoor. ‘t Is fijn om mijn eigen ding te hebben, maar ik ben eerder een diplomaat. Ik heb een echte band, niet gewoon een begeleidingsgroep. Ja, Andy Burrows is een groep; zo kun je ‘t zeggen als je wil. Ik ken ze al lang. Ze waren mijn roadies bij Razorlight.”

enola: Company voelt heel los; alsof iemand het quasi-achteloos in zijn tuinhuis voor zichzelf heeft opgenomen.
Burrows: “‘t Was op zolder, maar voor de rest klopt het wel min of meer. ‘t Heeft een erg huiselijk gevoel, zelfs al zijn er wat momenten dat het wat meer breedbeeld en filmisch wordt. Live spelen we ‘t wat steviger. We rock it up a little bit. Dat is leuker als je optreedt.”
Company is inderdaad weer een winterplaat, net als Funny Looking Angels. Ik hou nochtans van de zon, maar ik heb een weke plek voor gezellige momenten binnenshuis. ‘t Is een emotionele tijd hé, de winter: een moment van reflectie. Andy Burrows: de meest emotionele drummer die je ooit kende. Haha.”

enola: Het was platenfirma PIAS die je overtuigde dit album te maken, niet?
Burrows: “Klopt. Nadat ik met Tom Funny Looking Angels had opgenomen was ik nergens meer mee bezig. Ik ben verhuisd naar New York en toen boden ze me een contract aan. Dat maakte me weer wakker. Niet dat ik dat per se nodig had, maar ik had een duwtje nodig om mijn richting te vinden. Dat moest wel.”
enola: Maar ondertussen was je wel beginnen drummen bij We Are Scientists.
Burrows: “Yup. Het zijn fijne gasten, maar nu is het wel wat moeilijk om dat en Company in evenwicht te houden, want ik wil mijn plaat alle kansen geven. Ik ben er trots op. De kans bestaat dus dat ik op een bepaald moment een keuze zal moeten maken. Ik kan moeilijk voorspellen wat er zal gebeuren, maar ik heb het gevoel dat er rond Company langzamerhand wel iets groeit… We zien wel.”
enola: Hoe ambitieus ben je?
Burrows: “Toch wel behoorlijk, hoor. Maar zou ik het drummen ooit opgeven? Neen, dat niet; daarvoor is het teveel mijn meest favoriete bezigheid ter wereld.”

enola: “Hometown” vind ik een bijzonder pakkend nummer. Het ligt je nauw aan het hart, vermoed ik aan de tekst te zien.
Burrows: “In de strofes gaat het over een moeilijke relatie, het refrein vat dan weer het gevoel om weg van huis te zijn en je geliefden te missen. Ik heb het geschreven toen ik bij mijn vader was en we naar de vliegtuigjes keken die over zijn huis scheerden. Hij vertelde me dat hij vaak aan mij dacht als dat gebeurde, omdat ik zoveel reisde. Vond ik zo lief dat ik er een nummer over schreef. Maar ja, het grootste deel van de tekst gaat inderdaad erg over Johnny. ‘t Is ook geschreven toen ik nog in Razorlight zat.”
enola: Die breuk met Johnny heeft echt wel zijn sporen nagelaten, hé?
Burrows: “Absoluut. Massively. Very much so. Er zijn dingen aan hem die ik mis. Niet het hele pakket, want er is veel aan hem dat ik met plezier kwijt ben, maar ik mis hem soms. Ik geef nog steeds om hem. We hebben samen veel beleefd. Ik heb hem nog verschillende keren gemaild, maar hij heeft nooit een antwoord gestuurd.”
“Hij is nog kwaad, denk ik, al vermoed ik dat hij gewoon zal zeggen dat ik hem niets kan schelen. Nu, zijn woede is niet zonder grond natuurlijk: ik heb de band midden in een toer laten zitten. Ik had het gevoel dat ik geen andere keuze had, maar hij ziet dat ongetwijfeld anders. Hij dacht dat het eeuwig zou blijven duren. Hij heeft me niet meer gesproken sinds ik uit de band ben gestapt. Ik zou nog wel eens met ons vier samen willen spelen, maar ik zie het niet gebeuren. ‘t Zou nochtans goed zijn. We hebben ons succes nooit echt samen gevierd.”
enola: Huh? Jullie hadden hits, speelden zalen plat, maar vonden het niet de moeite daar eens op te klinken?
Burrows: “Neen. We waren een vreemde band. Een beetje knorrig, eigenlijk. ‘t Was ons nooit goed genoeg. Niet echt een fijne sfeer.”

enola: Tot slot: hebben jij en Tom nog plannen voor een nieuw Smith & Burrowsalbum?
Burows: “Ja. Dat zullen we zeker nog doen. We zijn hele goeie vrienden en dat was een erg mooie plaat. Dus het mag zeker. ‘t Is alleen een kwestie van tijd. Ooit komt het er van.”

Andy Burrows speelt op zaterdag 16 februari op de PiaS-Nites in Turn & Taxis in Brussel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

tien + twintig =