TIPS VOOR 2013: Palma Violets :: ”Met dank aan Snatch & The Pootangs”

De hele maand januari blikt enola.be vooruit op het jaar dat komt. In Tips voor 2013 laten we enkele van de meest belovende artiesten aan het woord. Hou ze in de gaten en onthou waar u voor het eerst over hen las.

Nauwelijks anderhalf jaar geleden richtten Sam Fryer en Chilli Jesson Palma Violets op en sindsdien gaat het hard voor de band. De jonge Londenaars waren immers in de running voor de prestigieuze BBC’s sound 2013 en NME verkoos single “Best Friends” tot beste song van 2012. De hoge verwachtingen worden moeiteloos ingelost door het eind februari te verschijnen debuut 180. Bassist/gitarist Jesson en drummer Will Doyle blijven echter nuchter bij al die heisa, zo bleek in het AB Café.

enola: Het begon voor jullie allemaal ongeveer een jaar geleden in Studio 180. Kunnen jullie iets meer vertellen over die plek?
Chilli Jesson: “Het is een kraakpand in Lambeth, een buurt vlakbij het district Waterloo. Het is een duistere en zweterige duiventil; kunstenaars en muzikanten komen en gaan er voortdurend. Iedereen is er ook erg space en tijdens concerten gaan de bands gewoon tot zes uur ’s ochtends door.” (lachje)
Will Doyle: “We hebben er een tijdje gewoond en repeteerden er, maar op een gegeven moment moesten we er weg. We brachten er te veel tijd door en kregen echt behoefte aan iets anders. Nu logeren we, indien mogelijk, bij vrienden in South Londen. Ook Lambeth maakt daar deel van uit en is een van die zeldzame buurten die nog niet door de commercie zijn aangetast; omwille van de lage huurprijzen wonen er heel wat artistiekelingen, veel opkomende bands repeteren er en er hangt een relaxte, punky sfeer.
Jesson: “Het draait er bij de inwoners absoluut niet om hip zijn, wel om de kwaliteit van wat je doet. In de underground gebeuren dan ook erg interessante dingen en hoewel we onszelf bij geen enkele scène vinden passen, voelen we ons het meest verwant met andere bands uit South Londen.”

enola: In Engeland worden jullie al flink gehypet. Hoe gaan jullie daarmee om?
Doyle: ”Het is beter om daar niet te veel over na te denken want als je dat wel doet, ga je rare dingen doen. Maar we zijn wel dankbaar voor de kansen die we krijgen; we spelen er alleen maar beter door.
Jesson: “We hebben sowieso te veel aan ons hoofd om voortdurend over prijzen en nominaties te piekeren. En laat ons eerlijk zijn; dat zijn commerciële hypemachines die uiteindelijk onze koude kleren niet raken. We worden gehypet ja, maar niet omwille van onze kapsels of liefjes, enkel omwille van onze concerten. It’s part of the game ; als je niet met die druk om kan gaan moet je een andere job zoeken.”

enola: Door veel op het internet te posten vergaarde The Arctic Monkeys destijds al een fanbase voor ze veel gespeeld of een album gemaakt hadden. Wat vinden jullie van die strategie?

Doyle: “We zijn in het begin niet online gegaan omdat we niet wilden dat de luisteraars onze nummers voor het eerst in crappy digitale versies door slechte computerspeakers zouden beluisteren. Wij probeerden mensen naar onze oefenruimte te lokken want daar klinken onze songs veel beter. En het werkte: de buzz rond Palma Violets is er gekomen door net niet online te gaan.”

enola: In Engeland worden jij, Chilli, en Sam Fryer al de nieuwe Pete Doherty en Carl Barat genoemd. Hoe voelen jullie je bij zulke vergelijkingen?

Jesson: “We zijn wel vereerd want Pete en Carl zijn enorm getalenteerd, maar muzikaal voelen we ons niet verwant met The Libertines. Op het podium zijn Sam en ik ook de enige twee die staan; Will zit achter zijn drumstel en Pete achter de keyboards. Het is dus ergens vanzelfsprekend dat wij de twee frontmannen zijn maar meer gelijkenissen zijn er niet. Palma Violets is een democratie; het songschrijven doen we echt met z’n vieren. Bij The Libertines daarentegen leverden Pete en Carl alle nummers.

enola: Zijn The Libertines de reden dat jullie bij Rough Trade tekenden?

Doyle: “Zij zijn maar één van de vele redenen; andere zijn The Smiths, Alabama Shakes, British Sea Power …”
Jesson: “We houden van Geoff Travis en Jeanette Lee (de bazen bij Rough Trade); ze geloven echt in ons. Na al die tijd kunnen ze nog kinderlijk enthousiast zijn over beginnende bands, ze houden de vinger aan de pols.”
Doyle: “Artistieke vrijheid is de reden dat we bij hen tekenden en ze pushen ons niet. Rough Trade wilde niet al te snel een album uitbrengen maar liet ons de tijd om te groeien. Jeanette en Geoff beslisten wel dat de eerste single “Best Friends“ zou worden. Zij wilden dat we meteen een visitekaartje afleverden terwijl wij dat nummer wilden sparen voor later.”
Jesson: “Bang dat ze zich met het songschrijven of de creatieve kant van de zaak gaan bemoeien zijn we echter niet. Wij hebben een overeenkomst getekend waar beide partijen zich volledig in konden vinden en creatieve vrijheid was daarin één van onze voorwaarden. Rough Trade is zowat ons dreamlabel; we zijn lid geworden van een hele hechte familie met een rijk verleden.”

enola: Jullie zijn duidelijk beïnvloed door garagerock en psychedelische bands zoals The Godfathers, The Smithereens en Electric Prunes. Wat trekt jullie zo aan in die muziek? Beschouwen jullie je als de voortzetters van een muzikale traditie?

Doyle: ”Zo klinkt onze muziek nu eenmaal als we met z’n vieren nummers schrijven. We proberen gewoon goede muziek te maken en zien ons zeker niet als een onderdeel van een genre.”
Jesson: “De Engelse pers vergelijkt ons voortdurend met Wu Lyf, The Doors en Echo & The Bunnymen. Dat is ok, maar de bands die ons het meest beïnvloed hebben zijn The Gun Club en The Clash. En ook de Nuggets-compilaties, het Red Bird-label en The Shangri La’s hebben indruk op ons gemaakt. Maar hopelijk klinken we vooral als Palma Violets.”

enola: Producer Martin Hannett was heel belangrijk voor Joy Divisions studiosound. Sommige critici beweren dat Palma Violets ook zo iemand kan gebruiken; was Steve Mackey (ex-Pulp) dat voor jullie tijdens de opnamen van 180?
Jesson: “Wij hebben geen Martin Hannett nodig; Joy Divisions studiowerk verschilde erg met hun livesound terwijl wij net willen dat onze albums een weergave zijn van de optredens. Maar we hadden wel iemand nodig die de livesound op cd vastlegde en dat was dus Steve. Werken met hem was erg leuk maar misschien doen we volgende keer alles zelf.”

enola: Zien jullie jezelf r&b of witch house maken?

Doyle: “Muziek maken moet vooral spontaan en natuurlijk verlopen. We zijn pas anderhalf jaar samen, het is dus wat te vroeg om daarover iets te zeggen. Misschien zullen sommigen onder ons wel de neiging hebben om wat weirdere stuff te gaan maken maar we moeten in de eerste plaats onszelf blijven. We houden wel van sciencefiction-soundtracks; de score maken voor een horrorfilm lijkt ons leuk.”

enola: Is het waar dat de gemeenschappelijke liefde voor de muziek van Snatch & The Pootangs (obscuur project van de Amerikaanse singer-songwriter Shuggie Otis) jullie samenbracht of is dat een grap?
Doyle: “Nee, echt elke maand spreken we af om die plaat nog eens samen te beluisteren. Het is een album zoals wij er een willen maken; zonder poespas of commerciële doeleinden en dus alleen maar voor het plezier.”
Jesson: “Die muziek is puur en draait enkel om het plezier van het maken ervan. Als de druk te groot dreigt te worden, beseffen we bij het horen van die plaat dat het allemaal om fun hoort te gaan en dat het maar om wat deuntjes gaat. Die zijn weliswaar heel belangrijk voor ons, maar als puntje bij paaltje komt: it’s only music.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × 3 =