Green Day :: ¡Dos! & ¡Tré!

Hardleers, dat zijn we hier bij enola. Nadat onze vriendelijke, goedlachse collega (jvdb) ¡Uno! met de grond gelijk had gemaakt, konden wij het toch niet laten om de andere twee worpen van deze Green Day-trilogie te beluisteren. Hadden we beter niet gedaan …

Laat ons hier even beginnen met een (klein) lans(je) te breken voor Green Day. Toen ons wereldbeeld niet verder reikte dan een knoert van een identiteitscrisis, het enigma genaamd ‘meisjes’ en de oneindige stroom etter die uit ons voorhoofd gutste, was een band als Green Day zo’n beetje onze redder in nood. Toen in 1994 Dookie verscheen, konden wij ons méér dan vinden in die opgefokte, springerige punkpop met teksten over oeverloze verveling, vervreemding, jaloezie en het gevoel dat iedereen je een volslagen idioot vindt. Meer zelfs: “Who Wrote Holden Caulfield” op het uitstekende Kerplunk! bracht ons in contact met The Catcher In The Rye van J.D. Salinger, wat het begin was van onze liefde voor Engelstalige literatuur. Kortom, we hebben onze apenjaren deels overleefd dankzij dat schreeuwerige punktrio met hun onnozele haarkleur.

Ondertussen zien wij er wat beter uit dan toen, hebben we onze slobbertruien en All Stars ingewisseld voor wat meer stylish exemplaren, en liggen die poppunkplaten ergens onderaan onze schuif stof te vergaren. En Green Day is ook niet meer wat ze geweest zijn: dat sympathieke groepje dat bijna stoemelings een miljoenenhit had, is sinds American Idiot uit 2004 een echte supergroep. Zo’n status moet je kunnen houden, en dat gebeurt nu met het uitbrengen van een trilogie platen: ¡Uno!, ¡Dos! en ¡Tré!.

Twee platen tegelijk uitbrengen, dat is al eerder gedaan (Use Your Illusion I & II van Guns ‘n’ Roses, bijvoorbeeld), maar drie? Drie platen lang een aanvaardbaar niveau aanhouden, dat is zeer weinig bands gegeven, en aan ¡Uno! te merken, bleek het zelfs al moeilijk om één plaat met deftig materiaal te vullen. We waren dus gewaarschuwd, maar dat het zo erg zou zijn, dat hadden we eerlijk gezegd niet verwacht.

Bij het eerste noemenswaardige nummer op ¡Dos! is het al prijs: het poëtisch getitelde “Fuck Time” is een opeenstapeling van muzikale en tekstuele banaliteit. “Makeout Party” is een al even platvloers onding, en de single “Stray Heart” kan je nog het best omschrijven als een ongeïnspireerd niemendalletje. Is het al oninteressante middelmaat wat de klok slaat? Neen hoor, er staat op ¡Dos! ook een echte, onvervalste stinker! “Nightlife” is een rottend vehikel dat aan elkaar hangt van de lijzige zang van Billie-Joe Armstrong, drums uit de computer en een rappend vrouwmens. De horror, de horror …

¡Tré! grasduint vrolijk verder in het muzikale kerkhof dat Green Day voor zichzelf heeft aangelegd. Het ene inwisselbare nummer volgt op het andere, en bij tenenkrullende halfbakken rockballads als “Drama Queen” kunnen we een licht gevoel van onpasselijkheid niet onderdrukken (Daddy’s little drama queen, is old enough to bleed now: méén je dat nou écht??). Met het zes minuten durende “Dirty Rotten Bastards” wordt er nog een poging gedaan om een stevig nummer in de aard van “Jesus Of Suburbia” van op American Idiot in elkaar te flansen, maar het nummer raakt niet verder dan een matig doorslagje hiervan. Het is niettemin het beste nummer op beide albums, maar dat zegt ook genoeg. Afsluiten doet ¡Tré! met “The Forgotten”: een aberratie van cliché pianogetokkel, corpulent aanzwellende strijkers en een ronduit debiele tekst (don’t look away from the arms of love, bweurk!). Het is een grotesk einde van twee platen die balanceren tussen oninteressant, lachwekkend en gewoonweg vreselijk.

Het is één ding om te constateren dat één van je favoriete bands van vroeger niet meer in staat is om goeie platen te maken. De inspiratie is opgedroogd, de magic touch verdwenen. Het kan ieder van ons overkomen. Maar ronduit verzanden in luiheid en gemakzucht, dat kan er gewoon niet in. Tekenend hiervoor is het rampzalig ondermaatse drumwerk van Tré Cool: als je drie keer dezelfde intro speelt, en op twee platen amper een handvol fills kan verzinnen, dan heb je er gewoon géén zin in. De gelamineerde, platte productie van Rob Cavallo maakt het alleen nog maar erger.

Green Day is erin geslaagd zich op ¡Uno!, ¡Dos! en ¡Tré! te verlagen tot een niveau van zielloze prefab, die in de verste verte niks meer te maken heeft met de frisse, energieke punkrock die ze ooit gemaakt hebben. Deze platen zijn drie beschamende gedrochten die het verdienen om in de duistere krochten van de muziekvergetelheid te verdwijnen. Om het met één van hun oudere teksten te zeggen: Do or die, no reply , don’t deny that you’re synthetic. You’re pathetic.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeven + 11 =