Snoop Dogg :: 29 december 2012, AB

Tijdens de donkerste weken van het jaar houden de concertzalen traditioneel een korte winterslaap. Het moet al een wereldster van formaat zijn die dan aan de deur klopt, vooraleer ze opendoen. Snoop Dogg, al twintig jaar lang dé Amerikaanse Westcoastrapper bij uitstek, slaagde erin, en liet de AB vervolgens vlotjes vollopen.

Al moeten we tegenwoordig Snoop Lion zeggen. Sinds het jammerlijke heengaan van collega Nate Dogg gelooft de Doggmeister er immers in dat hij geen rapper meer is, maar wel de reïncarnatie van Bob Marley. Met de hulp van het productieduo Major Lazer stak hij zelfs een aantal — tenenkrullende — reggaenummers in elkaar. Die hebben de setlist vanavond niet gehaald, al lijkt niemand daar rouwig om. Voorprogramma Coely steekt meteen het vuur aan de lont met haar bevlogen rapstijl. De achttienjarige brengt een kort, maar overtuigend optreden waarin hitje “Ain’t Chasing Pavements” het hoogtepunt vormt. Temidden de set horen we de Antwerps-Congolese “I don’t rap, I spit classics” rappen, maar dàt is toch nog wat voorbarig.

Wie wel klassiekers te over heeft, is Snoop Dogg. Amper een half uur te laat — eerder deze week liet hij het publiek in Nederland nog 2,5 uur wachten — betreedt de boomlange rapper het podium op de tonen van Carl Orff’s “O Fortuna”. Zonder liveband, maar met een dj, een “Nasty Dog”-pop, drie danseressen, drie sidekicks en twee casio’s waarvan men zich kan afvragen of ze wel aangesloten zijn, zet hij het recente “I Wanna Rock” in. “P.I.M.P.”, oorspronkelijk van 50 Cent, maar sinds jaar en dag een vaste waarde op de setlist, volgt al snel, net als “Signs” en “The Next Episode”, waarop Snoop zich nog steeds een begenadigd rapper toont.

Snoop straalt vertrouwen uit en hij heeft er zin in. Al jarenlang brengt de rapper geen goed album meer uit, maar intussen rijgt hij wel de succesvolle samenwerkingen aan elkaar. Tijdens die recente hits met Akon (“I Wanna Fuck You”), Katy Perry (“California Gurls”) en Wiz Khalifa (“Young, Wild & Free”) bekijkt Snoop het spektakel en de personencultus die hij rond zichzelf optrekt van op een afstand, als een hedendaagse George Clinton. Met dat verschil dat bij Clinton op zulke momenten een schare topmuzikanten de funk uit hun lijf speelt, en bij Snoop het bandje loopt en we hooguit wat danseressen te zien krijgen die suggestief met hun kont tegen Snoops kerstballen aanschurken.

Onovertroffen blijft Snoop als hij zijn malafide verhalen debiteert over oude g-funkbeats.
Tijdens nummers als “Nothing But A G Thang”, “Gin & Juice” en “Who Am I (What’s My Name)?” komen de fans van het eerste uur aan hun trekken. Maar jammer genoeg schalt voor elk van hen ook een plat nummer als “Wet” door de boksen. Niks tegen de suggestieve teksten en de scabreuze danstaferelen — schunnigheid is nog steeds Snoops handelsmerk –, ware het niet dat het nummer volledig op plaat staat, inclusief vocoderstem. “Jump Around” eraan breien is makkelijk, maar het werkt wel, en “Drop It Like It’s Hot” blijft Snoop Dogg’s beste nummer van de laatste vijftien jaar. Met de oerschreeuw “Ay Rastafari” neemt de man na een uur al afscheid van het publiek, op de tonen van Bob Marley’s “Jammin'”. Zou er dan toch nog iets worden van die Snoop Lion?

Wie een hond wil slaan, vindt altijd wel een stok. En vanavond vallen inderdaad een aantal minpunten te noteren, zoals de korte set en het gebrek aan creativiteit. Bij het verlaten van de zaal stoten we op een poster van Kendrick Lamar — de hoop van hiphop in bange dagen, van wie Snoop al verkondigde dat hij de fakkel aan hem wil doorgeven — die hier op 2 februari het beste van zichzelf zal geven. Slaagt hij er dan wel in om het publiek meer te bieden dan een doorsnee feestje?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier + zeventien =