Manuel Hermia Trio + Platform 1 :: 25 oktober 2012, Vooruit

Veel double bills maken hun titel niet echt waar, omdat zowel publiek als opener beseffen dat het eerste luik voor velen eigenlijk vooral een opwarmertje is voor het tweede en een manier om de eigen kweek in de kijker te zetten. Met de komst van het internationale kwintet Platform 1 leek het opnieuw te gaan uitdraaien op zo’n scenario, maar het verliep enigszins anders, want het lokale trio overtuigde en imponeerde, terwijl de buitenlandse gasten deden wat ze moesten doen, maar zelden verrasten.

We hebben in het Nederlandstalige landsgedeelte aardig wat prima jazzvolk rondlopen, al is de verhouding met onze Franstalige tegenhangers nog niet zo mank gelopen dat we hen kunnen afschrijven. Integendeel. Het voorbije jaar pikten we zo goede tot uitstekende sets mee van het Igor Gehenot Trio, het Ivan Paduart Quintet, Aka Moon en Fabrice Allemans New QuarTet, maar geen van die bands maakte zo’n indruk als het Manuel Hermia Trio, dat naast de geëngageerde saxofonist/fluitspeler Hermia bestaat uit de Italiaanse bassist Manolo Cabras en de Portugese drummer João Lobo. Wie regelmatig in Gent of daarbuiten een jazzconcert meepikt, heeft die twee laatste zeker al gezien.

Als iets de leidraad is bij Hermia & co., dan is het wel soul. De drie spelen voortdurend erg gedreven en passionele muziek die ongedwongen vloeit en, ondanks een spirituele insteek, heel erg aards blijft klinken. Veel heeft daarbij te maken met de potig dwingende baslijnen van Cabras, die gesteund werd door een warme, houterige sound die het geheel een sterke stuwing gaf. Lobo leek aanvankelijk de ingetogen route te kiezen, een beetje zoals in de band van Carlos Bica onlangs, maar wanneer erom gevraagd werd, kwam hij ook opmerkelijk snedig en strak uit de hoek. Stukken als “Illegal Mess” en “The Color Under The Skin” deden meer dan eens denken aan het expansieve werk van Alice én John Coltrane en wijlen David S. Ware.

Helemaal kwam het trio echter pas op dreef in “Rajazz #5” en “Crazy Motherfucker”, waarin de ritmesectie regelmatig domineerde en vooral Cabras als een bezetene tekeerging. Het moet geleden zijn van een concert met Barry Guy dat we een bassist nog eens zo heftig over de rooie zagen gaan. Indrukwekkend om te zien en te horen, want zijn percussieve grooves deden de complete Domzaal daveren. Zo hard zelfs, dat Hermia, nochtans een muzikant die krachtig kan uithalen, ei zo na omver gespeeld werd. Al was hij degene die het vuur helemaal aan de lont stak in “Crazy Motherfucker”.

Met afsluiter “Austerity” werd terug iets bopgerichter terrein opgezocht, vooral door Lobo, maar de vurigheid bleef intact en piekte met een schreeuwerige tenorsolo. Zo was de lat meteen gelegd. Het Manuel Hermia Trio kwam, zag, speelde zich de ziel uit het lijf en behoort tot ongetwijfeld tot het opwindendste wat de Belgische jazz momenteel te bieden heeft.

Er ligt vaak een jaar of meer tussen de datum waarop Ken Vandermark zijn albums opneemt en het moment waarop je die bands zelf te zien krijgt. Enerzijds is dat een nadeel – de band die voor je staat is immers al geëvolueerd naar iets anders en speelt misschien weinig tot niets uit het album dat je net kocht -, maar anderzijds kan dat ook zorgen voor een gevoel van ontdekking. Het is een beetje zoals bij rockband Hüsker Dü, die tijdens de tour die volgde op een albumrelease altijd songs voorstelde die op het volgende zouden terechtkomen. Ook deze keer lag de nadruk dus niet op composities uit Takes Off, het recent verschenen debuutalbum van Platform 1.

Nu en dan kon je dat ook wel eraan voelen. Vandermark, die erom bekend staat dat hij net voor of tijdens tournees aan het componeren en arrangeren slaat voor zijn bands, dwingt zijn collega’s regelmatig tot het aanleren van nieuwe stukken in zeer krappe periodes, en dat was merkbaar. Opener “Odessa’s Steps” had een aanstekelijk thema, maar de voortdurend tikkende voet en handsignalen van de de factor leider gaven aan dat er nu en dan een plannetje voor nodig was. Nochtans hebben deze vijf individuele kwaliteiten die zo’n gevaren kunnen omzeilen. Een trombonist als Steve Swell, die zal altijd zijn plan trekken en zorgen voor het kleurrijke geschetter dat een band van dit kaliber nodig heeft.

Het kwintet dook meer dan eens in de late jaren zestig en zocht het terrein op waar volk als Don Cherry en Roscoe Mitchell zich ook regelmatig ophielden, met mooie melodieën, die verstopt zaten tussen soms merkwaardige wendingen. Zo was een nieuw stuk van trompettist Magnus Broo verrassend poppy en zorgde het vooral een mooie drie-eenheid bij de blazers. Wie dacht hier vooral getrakteerd te worden op een potje swingende freejazz, die werd echter ook verplicht om wat moeite te doen. Er was een stuk dat evolueerde uit een drumsolo van Michael Vatcher en via zachte pruttel- en strijkeffecten van bassist Joe Williamson belandde bij knappe deelsecties, een stuk drone-achtige vibe en plotse lyriek. Je werd gedwongen om het referentiekader voortdurend aan te passen.

Een eigenzinnige versie van Georg Graewe’s “Lookin’ For Work” groeide uit tot een opeenstapeling van harmonische verrassingen en toenemende complexiteit, maar albumkleppers “Compromising Emanations” en “In Better Chairs” zorgden ook nu voor bruisende brokken samenspel en intensiteit. Dit was niet het beste concert van/met Vandermark dat we recent zagen – het Resonance Ensemble en Made To Break zorgden, mede door meer concerten en opwarmtijd, voor net iets sterkere performances -, daarvoor voelde de muziek soms wat te stijf aan, maar met muzikanten van dit niveau zal je zelden teleurgesteld worden. Zelfs als ze zo goed als meteen van de trein op het podium belanden.

Het Manuel Hermia Trio werkt momenteel een reeks concerten af. Meer info op de website van JazzLab Series.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 2 =