Balthazar :: ”Singles zijn irritant”

Op 15 oktober laat Balthazar de langverwachte opvolger, Rats, los in heel Europa.
“Het was heerlijk om er deze keer allerlei instrumenten bij te sleuren.”, aldus Jinte Devoldere: “Zonder evenwel ‘de rockband met een orkest erachter’ uit te hangen.”

Wie Balthazar wil zien moet deze herfst op vakantie want de Kortrijkse band vertrekt in november op Europese toer met Rats. Na hun eerste plaat ‘Applause’, die na overdonderend succes in eigen land in heel Europa werd uitgebracht, passeren ze nu voor een tweede maal in de trendy clubs van ons continent. Balthazar slaat de kinderstapjes en de achterzaaltjes gewoon over.

enola: Mag ik om te beginnen zeggen dat ik Rats veel vrouwelijker vind dan Applause?
Jinte Deprez (gitaar/zang):“Dankuwel. Echt? Vrouwelijker?”

enola: Ja, subtieler. Minder nadruk op de vette baslijn.

Deprez: “Ja, Applause is ook al twee jaar geleden. Er is ondertussen al veel veranderd voor ons, en dan doe je ook iets anders. Het is niet dat we erg bewust hebben geschreven, of bewust zo’n plaat wilden maken. Het ging eerder heel gemakkelijk. Want de eerste plaat was heel strikt gemikt: dàt willen we doen. En het is er ook zo uitgekomen. En iedereen vond het resultaat ok. Maar wij hadden zoiets van: ‘Haha, deel twee moet nog komen.'”

enola: Zo van:”We kunnen nog veel meer?”
Deprez: “Nee, gewoon dat we eigenlijk voortaan voor onszelf niets meer heel principieel wilden bewijzen. Dat we ons vrijer voelden om gewoon spontaan alles eruit te laten komen. Niet te veel nadenken. Meer spontaan te werk gaan. En zo ging het gemakkelijker.”

enola: Is die coverfoto uit jullie jeugd, of van een totaal onbekende?

Maarten Devoldere ( zanger – pianist): “We hebben een vriend die fotograaf is, Titus. Een tijd geleden zeiden we tegen hem: ‘Voor deze plaat hebben we een roodharige jongen voor ogen die zijn tanden poetst. Liefst rond de twaalf jaar.’ En toen is hij op pad gegaan. Zes maanden later zag de jongen er vier jaar ouder uit en hebben we het beeld gemaakt.”
enola: Mooi beeld. Alleen tandenpoetsen heeft iets melancholisch.

Devoldere “Ja. Op de een of andere manier voelde het beeld heel goed bij de muziek. Het viel rap op zijn plooi.”

enola: Jullie zijn met vijf, maar op de plaat bulkt het van de strijkers en de blazers. Hoe doe je dat als jullie gaan toeren?
Deprez: “Eigenlijk kan iedereen van alles spelen. We zijn nooit een band geweest met een hele strakke, vaste bezetting. Nu, live proberen we wel praktisch te zijn en geen heel orkest aan instrumenten mee te zeulen. Strijkers doen we allemaal live, met twee violen of zo. Maar blazers pakken we niet mee.”

Devoldere: “Optredens moeten ook geen exacte kopie zijn.”

Deprez: “Je moet gewoon de sfeer vertalen.”

enola: Dat houdt het voor jullie ook leuk, om live kleinere arrangementen te spelen?
Deprez: “Ja, en het is ook een hele andere wereld: opnames en live. Het was gewoon heel natuurlijk om er allerlei instrumenten bij te sleuren. Zonder dat we de rockband waren met een orkest erachter. Het was meer ‘andere sferen opzoeken’.”

enola: Het klinkt niet als een band ondersteund door een orkest. Eerder zoals een jazzcombo aangevuld kan worden door bijvoorbeeld iemand in het publiek die mee op het podium springt met een hoorn. Alsof je wat extra instrumenten uit een orkest plukt en in de band opneemt.
Deprez: “Dat deden we op de eerste plaat eigenlijk ook al. Onze drummer heeft op “Fifteen Floors” bijvoorbeeld een hele mooie trompetsolo. Zo kunnen we een losse sfeer van arrangementen houden, en ons nooit beperkt voelen in iets. Zonder er een orkest te moeten bijsleuren.”

enola: Handig als je alles zelf in huis hebt…
Deprez: “Niet alles is door ons ingespeeld. Soms de demo’s wel, maar dan vragen we toch een betere trombonist bijvoorbeeld.”

Devoldere: “We spelen wel veel, maar niet alles echt goed.”

Deprez:“Daarom doen we ook niets te virtuoos, dan blijven we to the point.”

enola: In “Any Suggestion” heb je het nog eens over een carnavalsband, op de vorige plaat dook dat ook op in de teksten. Heb je zelf in een carnavalsband gezeten, of houd je van het concept?
Devoldere: “Nee, dat woord is een metafoor voor de muziekindustrie en het circus dat er mee gepaard gaat. De spanningen ook: tussen alles geven wat het publiek wil, of toch trouw blijven aan je eigen waarden. Voor de … (vragend) hoerderij – hoe zeg je dat?- van de muziekindustrie.”

enola: Jullie hebben getoerd met dEUS. Was die ervaring voor herhaling vatbaar?
Devoldere: “Ja. Toen was dat nodig om support te kunnen doen door Europa, voor onze eerste plaat uitkwam. Het was een opstapje dat we heel goed konden gebruiken. En we kwamen ook heel goed overeen.”
Deprez:Maar we gaan het niet nog eens doen, denk ik, want de bedoeling van een support is natuurlijk doorgroeien naar een eigen toer. Wat dus nu al gelukt is. Maar toeren met dEUS was wel de max. Het was ook interessant omdat hun publiek ook voor ons perfect was. Ook in het buitenland, allez, vooral in het buitenland. Maar in België ook. We zijn geen band die teveel bakvissen gaat behagen. Het publiek van dEUS was ook een beetje ouder, en dat klikte heel erg goed.”

enola: Belgische bands hebben heel veel succes nu in Nederland. Merken jullie dat echt nog meer in andere landen dan hier, of is het vergelijkbaar?
Deprez:“Ik denk dat Belgische bands nu wel meer en meer als een exotische scene worden gezien. Meer dan dat Nederlandse bands ergens als exotisch worden gezien.” (lacht)
enola: Een beetje zoals Belgische mode?
Devoldere : “Ja, al weet ik niet of er een lijn in zit.”
enola: Meer als een kwaliteitslabel…
Deprez: “Ja. Maar het is niet vanzelfsprekend om het in Nederland goed te doen. We hebben wel chance gehad dat we opgepikt zijn door de juiste magazines en shows. (trots en vrolijk) Eergisteren hebben we nog een festival gespeeld in Nederland. Into The Great Wide Open. Dat is op een Waddeneiland. Een van de leukste festivals van Nederland. Een goed bewaard geheim, dat je misschien best stilhoudt. (gniffelt) Het is altijd direct uitverkocht, want er zijn maar een beperkt aantal plaatsen. Maar je voelt dus wel dat ons territorium aan het uitbreiden is, en dat is de max. Er is niets leukers dan ergens aan te komen en geïnteresseerde mensen te zien.

enola: “The Oldest of Sisters” is de eerste single. Is het niet moeilijk om er eentje te kiezen?

Devoldere:“Voor ons zijn alle nummers evenwaardig. En we vinden het feit dat een single wat hoger in de belangstelling wordt getild eigenlijk eerder irritant, maar zo zit het systeem nu eenmaal in elkaar.”
enola: Naar mijn mening zijn er te weinig radioprogramma’s die aandacht besteden aan albumtracks.
Deprez:“Bij Radio 1 doen ze dat wel een beetje.”
Devoldere: Maar ik denk dat het ook voor het publiek alleen maar werkt als er veel herhaling is, als er een select clubje aan liedjes is om uit te kiezen.”
Deprez:“Kijk, het is simpel: het is niet zo dat we het zien als ‘we hebben één superhit en die gaan we boosten’. Voor de Europese release, wat wij toch speciaal vinden, hadden er veel mensen hun zeg over welk nummer de eerste single zou zijn. Het maakt voor ons ook niet zoveel uit. Wij zien een single ook echt als een promo-teaser voor het album, niet meer dan dat.”

enola: Mijn favoriet is “Listen Up”. Daarin valt op dat jullie selectief zijn geweest in de arrangementen, want je kan het nog helemaal volbouwen met cello’s en trompetten. Hoeveel er ook te horen is, het klinkt nog heel open.
Deprez:“Ja, er is nog veel witruimte in.”
enola: Ja, en dat is bijzonder, want er zit heel veel in. Maar het zijn precies fijnere draden, met hier en daar een beetje kant. Terwijl het vorige album alleen maar vette, dikke lijnen had, waardoor er ondanks de eenvoud toch minder ruimte overbleef?

Deprez:“Het is waar dat we net zoals in de eerste plaat veel ruimte lieten in het arrangement. Maar daar stond de diepe bas inderdaad centraal.”

enola: Wanneer mag Patricia eens solo zingen?
Deprez: (lacht breed en zegt al grappend heel beslist) : “Op de vierde plaat. Nee, dat zie ik zo echt heel toevallig een keer gebeuren… op de vierde plaat.”
Devoldere: (serieus) “Dat is niet iets wat je moet opzoeken, want dan mislukt het.”

enola: Dus het komt er pas van als je een keer denkt: “Hier ontbreekt iets en zij mag het opvullen”? Doen jullie dat trouwens ooit? Tegen de rest zeggen: “Doe maar iets”? Of neurie je voor wat je in je hoofd hebt?
Deprez:“Nee, eigenlijk leggen we het niet echt uit. Meestal nemen we het direct op. Hoe meer je samen speelt, hoe vrijer het kan worden. Op het eerste album ging het nog van: ‘Die noot moet daar en niet daar.’ Toen was er ook geen ruimte buiten de visie. Maar nu was het al niet meer zo. Dat was ook leuker, op een bepaalde manier. Maar het is niet zo dat we aankomen in het repetitiekot met een akoestische gitaar en tegen de rest zeggen; ‘Ik heb een liedje geschreven.’ En dat iedereen dan begint te arrangeren. Zo werkt het niet. Meestal zit het al in een vergevorderd stadium, zit er al een zekere sfeer in.

enola: In jullie bio staat dat jullie vinden dat de meeste popproducties te ‘noughties/jaren 2000’ klinken. Wat bedoelen jullie daarmee?
Devoldere:“Wat we deden op Applause was toen fris, maar was ook snel weer gedateerd.

Deprez:“Dat ligt aan die ‘dikke draden’, waar je het daarnet over had.

Devoldere:Nu hebben we geprobeerd om het iets tijdlozer in elkaar te steken.
Deprez:“Maar eigenlijk is het gewoon tijdlozer omdat het veel eerlijker is. Er is niet geprobeerd om er een dikke brei van te maken. Weet je, met jaren 2000 bedoelen we van die perfecte, vette, gladde producties. De drum is ook heel klein gehouden, en links gepand. Daardoor is alles gemakkelijker detecteerbaar en vrij eerlijk. En daardoor misschien, hopelijk, tijdlozer.”

enola: “The Man Who Owns the Place” klinkt heel Italiaanse maffia-achtig, dreigend met trillende strijkers en op het einde erg Gainsbourg met de trom. Ik zie jullie lachen. Zien jullie ook verhaaltjes bij jullie muziek als jullie die maken?
Devoldere: “Nee, ik denk dat het er bij ons gewoon uitkomt. En dat we niet denken; we gaan eens iets dreigends, Italiaans maken.”
Deprez:“Het is gewoon… wij zitten nog erg dicht op de plaat. Wij kunnen er nog niet van op een afstand naar kijken. Jij wel. En om dan zulke dingen te horen…” (lacht giechelend)

Balthazar staat op 2 december in Trix in Antwerpen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee − twee =