de portables :: ”Het is heel plezant om ons geen fluit te moeten aantrekken van commercieel succes”

It’s Time To Leave This World Behind heet de nieuwste worp van de portables, al zestien jaar een Belgische band die nooit teleurstelt maar steeds een beetje op de achtergrond blijft. Hoog tijd voor dat gesprek over ruimtemannetjes, vertaalde teksten uit de Flair en kwantumfysica.

Hans Gruyaert: “Ik heb het gevoel dat we met de portables dit jaar onze focus en goesting hebben teruggevonden. Het is een fijne vaststelling dat we elkaar na zestien jaar nog steeds blijven vinden en er plezier uithalen om samen nummers te maken en op te treden.”
Jürgen De Blonde: “We hebben onze laatste crisis goed overleefd. Nu de rest van de wereld nog.” (lacht)
Gruyaert: “Deze week was er helaas ook minder goed nieuws: Wio is van zijn ladder gedonderd en heeft daardoor zijn pols gebroken. Een geluk dat het dat maar is, want het had veel erger kunnen zijn.”
Bertrand Lafontaine: “Onze najaarstournee is dus in het water gevallen. In het verleden hebben we af en toe opgetreden in driemansbezetting. Maar we hebben besloten om dat deze keer niet te doen. In onze nieuwe live-set is iedereen veel te belangrijk. Om ons live te zien, zal je dus moeten wachten tot het voorjaar.”

enola: Dat is inderdaad minder goed nieuws. Jullie nieuwe album begint met stilte. Om de luisteraar te doen checken of het geluid wel aan staat? Of zit daar een diepere boodschap achter als “er is niets meer te zeggen”?
Gruyaert: “Absoluut geen boodschap, maar — zoals zo vaak bij de portables — een toevalstreffer. Toen we dat nummer aan het opnemen waren, was er in de buurt een soort drumfanfare aan het spelen. We hebben daar toen een korte field recording van gemaakt, en het leek ons een sfeervol begin van de plaat.”

De Blonde: “Inderdaad, dat was zo’n maf moment. Ik ging even naar buiten en ik hoorde in de verte die waanzin waarmee de plaat begint, een bende drummers in de verte, ik nam dat op, en ondertussen stond Hans wat losse riffs en noten te spelen op de gitaar, en dat is het begin van de plaat geworden… Een fijne momentopname die naadloos overgaat in het eerste nummer. En het past ook wel bij dat eerste nummer.”

enola: Jullie staan algemeen bekend als een bende onnozelaars (in de goede zin van het woord welteverstaan). Toch zijn jullie lyrics vaak serieus en zwaarmoedig. Zit er bijvoorbeeld in “It’s time to leave the world behind” een politiek statement?
Gruyaert: “Een vriend van me vond destijds de tekst van “Here I Stand” heel goed. Toen ik hem vertelde dat we gewoon zinnetjes uit de Flair hadden vertaald en achter elkaar geplakt, was de magie voor hem wel een beetje weg. (lacht) We beseffen heel goed dat we ons vaak wat wegsteken achter ongein, en dat is daarmee misschien ook wel het enige statement dat we echt willen maken: we kunnen oneindig opgaan in het kleinste detail in onze muziek, maar uiteindelijk is het ook maar muziek.”
De Blonde: “We gaan niet bewust op zoek naar statements, maar onvermijdelijk steek je dingen in teksten die je bezig houden, of je dat nu wil of niet. De titel heeft betrekking op de driedelige space rock opera die verweven zit in de plaat. Het verhaal daarvan is dat van een man die de aarde verlaat met zijn raket omdat hij nergens meer welkom is. Hij gaat op zoek naar een andere planeet, maar als hij daar landt, wordt hij zo goed als meteen neergeknald door aliens. Hierdoor komt hij terecht in een parallelle dimensie waar hij zichzelf tegenkomt, en blijkt hij zichzelf een ontzettende etter te vinden. Persoonlijk vind ik wel dat de titel ook wel een beetje past bij de tijdsgeest, ja, maar het is niet echt een zwaar politiek statement en zeker geen in zwart-geel.”
Wio D’Hespeel: “Ik kan me eigenlijk niet herinneren dat we al één nummer met zwaarmoedige tekst hebben gemaakt, behalve misschien ons nog niet verschenen rapnummer “It Will Tear Your Skin Apart”.”
Lafontaine: Toch, er zijn wel een paar teksten die je mits wat goede wil zwaarmoedig zou kunnen noemen. Zoals “Bert Très Emo” van op Girls Beware!, over een door liefdesverdriet verteerde hardloopster. Of “The Final Arrangement”, op onze nieuwe plaat, over een pensioengerechtigde popster die zichzelf opblaast op het podium van the Night of the Proms.

enola: Hadden jullie bij dat nummer eigenlijk iemand in gedachten?
De Blonde: ” Niemand specifiek. Een imaginaire wereldster die zich ondanks zijn succes toch onbegrepen en ongehoord voelt en daarom zichzelf opblaast als een soort ultiem afscheidsmoment. Wie zich aangesproken voelt, mag het nummer gerust aan zichzelf opdragen.”
D’Hespeel: “Het zou eigenlijk wel grappig zijn om er een videoclip voor te maken met een Vlaams artiest in de hoofdrol. Suggesties welkom!”
Gruyaert: “We hebben in het verleden zélf wel eens met dat idee gespeeld, om ons op te blazen na onze laatste noot op ons laatste optreden. Een soort ultieme Spinal Tap-act.” (lacht)

enola: Wat maakt jullie nieuwe plaat anders dan de vorige eigenlijk?
Gruyaert: “De aanpak was alleszins nog spontaner en meer lo-fi. Na Topless Is More hadden we het een beetje gehad met te blijven werken en schaven aan nummers. Op dit moment voelen we ons het meest comfortabel bij een meer ongedwongen aanpak.”
De Blonde: “Inderdaad, de hang naar spontaniteit en lo-fi zat er al in bij John Terra, onze vorige plaat, en die lijn is gewoon doorgetrokken.”
D’Hespeel: “Ik vind ook dat hij muzikaal nog meer alle kanten uitgaat dan de vorige platen, maar tegelijk toch als een organisch geheel aanvoelt.”
Lafontaine: “En er staan dertien nummers op, wat een record moet zijn voor een portables-album.”

enola: Hoe zijn jullie bij het Italiaanse Almost Halloween Time terechtgekomen?
De Blonde: “Luigi Falagario van Almost Halloween Time Records volgt al jaren de Belgische lo-fi scene en is al lang fan van Morc, Studiomuscle, Kraak, de portables, Wio, Köhn… Sinds een jaar of twee brengt hij zelf platen uit, met prachtig artwork en in beperkte oplage. We vroegen hem of hij interesse had om de nieuwe portables uit te brengen. Et voilà!”

enola: Bij jullie titels, ook op vorige platen, heb je vaak een Mogwai-effect: hoe komen ze er toch op? Dus: hoe komen jullie er toch op? Alcohol?
Gruyaert: “Champagne! Nee, dat komt eigenlijk altijd vanzelf. Het zit in het DNA van de portables.”
De Blonde: “Een combinatie van dezelfde humor, dezelfde golflengte, dezelfde zever en dezelfde hoeveelheid pinten… Oh ja, en dezelfde inspiratie.”
D’Hespeel: “Vaak ontstaan die titels ook op het moment dat we de eerste take moeten opslaan op John Terra, onze harde schijf van 1 Terabyte. Dan moet het kind plots een naam krijgen, vaak zonder dat er al een tekst is of dat we weten waar de opname naartoe zal gaan. Die werktitel, vrije inspiratie van het moment, wordt dan wel eens de finale titel.”
Lafontaine: “Maar als een plaat af is, gebeurt het ook wel eens dat er over sommige titels nog druk over en weer wordt gemaild. Zo hebben we bijvoorbeeld bediscussieerd of het laatste nummer “The Space Between You And Me Is A Matter Of Time” zou moeten heten, dan wel “The Space Between You And Me Is The Matter of Time”. Eén lidwoord verschil, en voor de onoplettende lezer waarschijnlijk twee keer hetzelfde. Maar een kwantumfysicus zal dat met klem tegenspreken.”

enola: Al reactie gehad van The XX na de vergelijking tussen hun “Sunset” en jullie “Anal Intruder”?
De Blonde: “Neen, onze advocaten zijn de aangetekende brief nog aan het opstellen.” (lacht demonisch)

enola: Jullie staan aan de wieg van postrock en alternative rock in Vlaanderen. Hoe voelt dat? Hebben jullie het gevoel dat jullie voldoende waardering krijgen want jullie blijven precies die band die altijd wat een goed bewaard geheim van de ‘kenners’ en ‘incrowd’ blijft…?
De Blonde: “Tja, postrock was al een belegen begrip toen het werd bedacht. Kijk, waardering is één ding, en ik krijg die liefst als die vanzelf komt, niet wanneer je ze moet gaan afdwingen. Het blijft vooral leuk om nummers te maken en creatief bezig te blijven, en te zoeken naar nieuwe dingen met ons vieren. En het is overigens ook heel plezant om ons geen fluit te moeten aantrekken van commercieel succes, scoren in het buitenland, het bevredigen van A&R managers, te moeten betalen om op showcasefestivals te mogen spelen enzovoorts… Dus ja, wie een beetje zelf op zoek gaat naar zijn of haar muziek komt ons wel tegen, ja.”
D’Hespeel: “Het is super dat er mensen zijn die onze muziek willen uitbrengen, spelen, recenseren, ons willen doen en zien optreden, en qua waardering is dat meer dan voldoende.”

enola: Jullie zijn al bezig van 1996. Hoe heb je de muziekindustrie in Vlaanderen zien evolueren? Heb je het gevoel dat het makkelijker is voor startende bands vandaag dan voor jullie destijds? Is er meer ondersteuning?
Lafontaine: “In die 16 jaar is die zogenaamde ‘muziekindustrie’ voor de portables altijd een ver-van-mijn-bed show geweest. Ik zou hoegenaamd niet weten welke ondersteuning er allemaal is, toen niet en nu niet. Je zou je ook de vraag kunnen stellen of pop, rock en aanverwanten überhaupt ondersteuning nodig hebben. De bands die veel subsidies krijgen, of met grote onderscheiding afgestudeerd zijn aan de rockacademie, zijn niet perse degene die mij het meest inspireren. Ik kan verkeerd zijn, maar ik geloof nogal in het cliché dat écht talent altijd komt bovendrijven, mét of zonder staatssteun.”
Gruyaert: “Het valt mij vooral op dat er weinig groepen zijn die risico’s durven nemen. Er wordt precies vooral binnen de lijntjes gekleurd, optredens zijn een kopie van de plaat, het moet professioneel klinken, de productie radiovriendelijk, het haar moet goed liggen, enzoverder. Dat maakt het soms een beetje saai, vind ik. Ik denk ook niet dat het nu makkelijker is want er zijn nu zo veel bandjes die om een stukje van de aandacht knokken. Ondersteuning is misschien wel beter nu, ik heb daar feitelijk geen zicht op, maar ik kan me inbeelden dat dat ook z’n keerzijde heeft: het knabbelt misschien ook wat af van de eigenheid van een groep.”
De Blonde: “We zien iedereen alleen maar ambitieuzer en ‘professioneler’ doen. Meer groepen richten zich op het buitenland, er zijn tal van opleidingen bijgekomen waar ze muzikanten klaarstomen en iedereen begint meer en meer te klinken als elkaar.”

enola: Zijn jullie eigenlijk allen full time met muziek bezig of lukt dat jammer genoeg niet?
Lafontaine: “Je vraag impliceert dat dat onze ambitie zou zijn, wat absoluut niet het geval is.”
De Blonde: “Ik ben de enige die zot genoeg is om dat enigszins te proberen, op mijn eigen manier dan wel. Het is zeker geen kwestie van ‘jammer genoeg niet’.”
Gruyaert: “We zijn allemaal werkmensen met kindjes en huizen die verbouwd moeten worden. De portables zijn onze hobby, altijd geweest en dat zal ook altijd zo blijven.”
Lafontaine: “Al hou ik persoonlijk niet van het woord ‘hobby’. Het doet me nogal denken aan Man Bijt Hond-achtige reportages over 50-jarige belastingcontroleurs die in hun vrije tijd knikkerbanen bouwen op zolder. Ik bedoel, dat lijkt me ook plezant, maar wat we doen met de portables is nog net iets anders. ‘Liefhebber’ is misschien een beter woord. Alhoewel, dat klinkt dan weer zo soft. Fuck it. (lacht) Oké, we hebben allemaal een gezin en een job. En ja, de tijd die we in de portables kunnen steken is noodgedwongen relatief beperkt. Maar we brengen evenveel platen uit als zogenaamd ‘professionele’ groepen. En dat we net iets minder op een podium staan, vinden we zelfs positief. Want zo kunnen we het lekker fris houden voor onszelf.”

enola: Jullie ruimtemannetje landt in zijn finale episode op een andere planeet maar het avontuur loopt niet goed af. Is dat een evidentie voor jullie? Is dat dankzij een algemene somberheid in jullie zelf? Of had het even goed wel met een feest kunnen aflopen?
Gruyaert:“Een algemene somberheid in onszelf”? Ik dacht dat we een bende onnozelaars waren?” (lacht)
De Blonde: “Het is een open einde. De ruimtevaarder komt zichzelf tegen nadat hij naar een parallelle dimensie is geknald door de aliens. Het kan zijn dat er nog een sequel komt.”
D’Hespeel: “Een mathdub sequel dan wel.” (lacht)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × 1 =