Dunk! Festival 2021 :: Een klets, net voorbij het gezicht

Het gezellige postrockfestival Dunk! was vorig jaar een van de eerste slachtoffers van corona en zag een fantastische line-up met onder andere Yob in het water vallen. Ook dit jaar was het nog net te vroeg om al op de wei van Zottegem iets op poten te zetten, maar gelukkig was er nu wel tijd genoeg om een onlineversie op poten te zetten en zo de pijn wat te verzachten. Zonder Yob, maar met heel wat Belgische, Franse en Duitse sterkhouders.

Donderdag 13 mei

Met de mysterieuze Duitser N, het grote voorhoofd verstopt onder een wollen muts, vliegen de hoge, snerpende drones je meteen om de oren. Noise is nochtans een genre dat het van de fysieke ervaring moeten hebben – het ruisend gruis van de gitaar die dwars door je lichaam heengaat en je hoofd leeg maakt, quoi – maar het sfeervolle, bloedrode bos past wel perfect bij de onrustwekkende sfeer die N oproept met zijn trage golven van lawaai. Langzamerhand schuift de sfeer echter op richting het Midden-Oosten – daar zit het Suikerfeest allicht voor iets tussen. Het tweede, meer onderhuidse deel van de set komt dan ook meer tot zijn recht op deze stream en wordt zachtjes belicht met hemels blauw. Uiteindelijk breekt ook hier de drone definitief door, maar veel soelaas brengt de distortion van N niet. Constant lijkt er iets boven het hoofd te hangen, waarmee de noisegolven wel mooi aansluiten bij de langzaam donkerder wordende lucht uit ons raam. N houdt die unheimliche sfeer vast te houden tot het einde van zijn set, ze wint zelfs aan intensiteit. Een taaie maar krachtige opener.

De souplesse van N miste Endless Dive nog een beetje. We krijgen van deze jonkies uit Luik veel rechtdoorzee geluidsstormen en crescendo’s. Kristalheldere en occasioneel meeslepende geluidsstormen en crescendo’s, dat wel, en af en toe – als er een nerveuze mathrockader in hun arpeggiospel kruipt – weet de band meer te overtuigen. Geef Endless Dive dus nog wat tijd en ruimte om het uit te zoeken, dan komt het wel goed met die lui. Want zoals bleek uit meerdere climaxen, hebben ze het vuur wel degelijk. En ondertussen keuvelden fans van over de wereld lustig op de online achtergrond over hoe hard ze de Dunk!-frieten wel niet missen.

Stories From The Lost, uit dezelfde heimat als het festival zelf én vroeger zelfs met een Dunklid in de rangen, zet een heel wat potiger metalgeluid neer dan het meer lichtvoetige Endless Dive. Het is niet moeilijk mee te headbangen met de monolithische riffs van dit viertal, ook al hebben ze de subtiliteitsmeter ver beneden nul gezet. Clean en ruiger wisselen elkaar af, ook op zang. De bas stoot loopjes vooruit terwijl drums strak in het gelid staan. Boven die strakke ritmesectie kunnen de gitaren hun riffs uitstorten en Kurt Vanlandtschoote en Mathieu Vanlandtschoote zowel grommen als schreeuwen. Het is misschien opnieuw niet altijd even inventief en daardoor blijft het geheel niet over de hele lijn boeien in deze niet-lichamelijke bestaansvorm, maar overtuigen doet dit viertal al bij al wel. Daarvoor viel er genoeg krachtige en meeslepende momenten te halen uit de set en was “A Beautiful Downfall” een verwoestende afsluiter. We zouden niets anders durven zeggen.

De vraag in welk vakje Glass Museum nu eigenlijk thuishoort is al vaak gesteld, maar bon, vandaag staan Antoine Flipo en Martin Grégoire op dit digitale Dunk!-Festival, en dus – zo heeft God gedecreteerd – mogen we ze vanaf nu als postrock klasseren, mocht ons die lust bekruipen. Gebeurt gelukkig zelden, want wat dit duo doet, is niet voor dat ene gat te vangen. Daarvoor laat Grégoire zijn drumsticks te vederlicht dansen en roffelen, eisen de toetsen van Flipo te veel aandacht op. Dit draait niet om powerplay, dynamiek en héél goed plots kunnen uitbarsten. Dit draait om vertelkracht, zachtjes je melodie laten opwellen om ze dan weer plots af te kappen. Euh, toch een beetje postrock dus? Zoek het zelf uit. Waar het om draait, is dat Flipo ook vanavond weer uitblinkt met pianospel dat dartelt en danst. In “Sirocco” laat hij zich in volle lyrische doen horen, het dansende breakje in “Reykjavik” blijft elke keer weer een plezier. Het voelt voor een Dunk! Festival verbazend gezellig, maar het is niet anders, zo thuis in de zetel. Heeft dit Jaar van de Grote Ambetantigheid dan toch zijn voordelen.

Celestial Wolves, net zoals Stories From The Lost vergroeid met het festival en de (Belgische) postrockscène en met Joris De Bolle van Dunk! in de rangen, viert met een akoestische sessie zijn tiende verjaardag. Dat levert mooie kampvuurpostrock op waarin de melodielijnen sterk naar voren komen en gewoon eens schoon mogen zijn in plaats van weg te zinken in een muur van versterkers. Dat de achtergrondvisuals bestaan uit beelden van het Dunk!-bos draagt alleen maar bij aan die atmosfeer. Samen met een zwaar bier erbij en een gezellige boel op Discord zit de sfeer er goed in. Op het einde gaan de versterkers dan toch nog eventjes op elf, zodat iedereen stevig in het zadel zit voor Brutus.

Want willen we lawaai? Natuurlijk! Wanneer willen we het? Al anderhalf jaar, godverdomme. Brutus draven op als reddende engelen en zetten het als vanouds op een potig rocken, maar niet zonder schijnbeweging. In een cirkel, met de gezichten naar elkaar – het repetitiegevoel – begint het nochtans rustig. “What have we done?” vraagt Stephanie Mannaerts zich dramatisch af en dat houdt ze zo wel een paar minuten vol. Waarna de vlam als vanouds in de pijp gaat. In “Drive” mept en scheurt Mannaerts, haar kompanen zorgen voor een betonnen fundament. “War” herhaalt het zacht-hard-trucje met een a capella gezongen intro, waarna de sloopwerken opnieuw beginnen.

Mogen we trouwens iets zeggen over de mooie aankleding van de sets waarin de groepen vandaag spelen? Celestial Wolves kreeg daarnet een bos mee, Brutus zit tussen strepen scherm die oplichten, verkleuren, desnoods een wolkenhemel weergeven; het ziet er dolletjes uit, maar helaas werkt dit maar voor de helft. Zoals Brutus zich staat in te spannen, we zouden er spontaan van moeten headbangen, maar het is er te knus voor en het geluid is ook niet ideaal: te dun, te weinig van de galm die Brutus altijd zijn episch kantje geeft. En zo al castend, gezeten voor onze televisie, heeft het allemaal toch niet de impact die het zou moeten hebben. Het raast wel, maar dan vooral voorbij, de kletsen landen ergens anders dan in ons gezicht, waar Brutus altijd zou moeten mikken.

Waardoor Dag Eén van Dunk! Festival toch een beetje eindigt met die gefrustreerde zucht die we al bijna anderhalf jaar op de lippen hebben: “‘t Is toch niet hetzelfde.”

Vrijdag 14 mei

Dag Twee staat duidelijk in het teken van het Dunk!-label en de meer klassiekere post-bands. Ons hoor je niet klagen, met onze bier binnen handbereik in de zetel.

Deze dag – alweer zo online als maar kan – gaat van start met de doom en gloom van het Amsterdamse Flowers. Het duo, inclusief drummer in kimono, schudt ons meteen wakker met haar zware riffs en daarboven hemelbestormend geschreeuw. Misschien brengt de duo-opstelling ons hier op een dwaalspoor, maar het lijkt of de band hier en daar zelfs wat tegen de garage en stoner aanschurkt. De versterkers mogen immers grommen en schuren, de drummer hameren, maar toch wordt het nergens té log. Dat Flowers slim met dynamiek speelt, heeft daar ook een groot aandeel in; toch een voordeel als je door een koptelefoon naar een livestream zit te luisteren. Wij kunnen niet wachten tot deze band eens écht de vullingen uit onze tanden kan blazen.

Turpentine Valley brengt dan weer degelijke, klassieke postrock van zwaardere snit, met veel riffwerk, veel tremologitaren en vooral veel drumuithalen. Verrassen doet het allemaal niet, maar laat ons geen te hoge eisen stellen. Als je je ogen sluit en je overgeeft aan de emotionele uitbarstingen, waan je je even op de Zottegemse wei die Russian Circles ooit in lichterlaaie zette. En tegen het einde aan zit je dan toch weer grijnzend te headbangen achter je computer.  Waarna het met Astodan opnieuw de beurt is aan een classic Dunk!-postrock-/metalband. Vorig jaar nog bracht de groep Bathala uit op het label van Dunk en ook nu is het bulls eye. Kristalhelder opgenomen – dat mag ook nog eens worden benadrukt – mikte de band volop op hart en traanklieren met meeslepende suites die zowel zalven als slaan (met drie gitaristen kan je nu eenmaal wat gelaagdheid en dynamiek in je songs steken). Tremologitaren worden afgewisseld met logge riffs. Op de achtergrond licht sfeervol rood en blauw een projectie van het Dunk!-bos op. Vraag ons vandaag overigens niet naar songtitels. Wij zijn op ontdekkingstocht naar verre ruimtenevels.

BRUIT ≤ dan, een kwartet uit Toulouse met viool en cello in de rangen dat epische postrock maakt en die mooie suites uitbrengt via het gerenommeerde Elusive Sounds label (Silent Whale Becomes A Dream). Hun debuut The Machine Is Burning And Now Everyone Knows It Could Happen Again zag vorige maand het levenslicht en kon op veel enthousiasme in de scene rekenen. Na het in your face gehalte van de drie voorgaande groepen is de cinematografische, iets meer ingehouden sound van het Franse viertal een welkome afwisseling in deze livestream. Niet dat de groep niet kan uithalen, maar even graag wentelt hij zich in lange, filmische tussenstukken en verwerkt hij elementen van kamermuziek. Met dat laatste belandt de groep zelfs in Constellationregionen of bij Balmorhea, om daarna toch weer snelheid en volume de hoogte in te jagen. In “The Machine Is Burning” komt alles vervolgens samen. En zo weten inventieve bands toch weer dat beetje te variëren op het aloude postrockthema.

Dat postrock een filmisch genre is, bewees ook We Stood Like Kings al meermaals in het verleden. Letterlijk: de groepsleden componeerden verschillende soundtracks bij oude, stille films, die ze ook live brachten. Voor hun laatste plaat gooide het gezelschap het over een andere boeg. Ze herwerkten klassieke stukken van onder andere Debussy en Janacek – degelijk werk, maar wij misten in deze streaminguitvoering toch een beetje de cinematografische werkwijze die We Stood Like Kings zich zo eigen had gemaakt. Al moet het gezegd worden dat hun “Moonlight Sonate” toch rockt zoals je dat nooit verwacht had. De klassieke pianoloopjes ertussenin en harde-zacht dynamieken maken het helemaal af.

Ondertussen blijft het ook een hele avond gezellig op de Discordchat. Mensen maakten snode plannen voor later, halen herinneringen op, bands en fans verbroederen, memes en aubergines vliegen over en weer, en je voelt nog maar eens wat voor een hechte scene er rond het festival en genre bestaat. Iemand maakte in de kalmte van zijn living alvast nog een smakelijke St.Bernardus Abt 12 open. Al is iedereen het over één ding eens: dat er maar snel weer een échte live Dunk! Festival komt.

En op die eerstvolgende live Dunk! mag Briqueville net als nu alles op een hoopje spelen. Want wat een superieur, kraakhelder, overdonderende stukje woestijnmetal is dit! Over zandduinen gaat het, dorstig op zoek naar een oase, werkelijkheid nauwelijks nog van fata morgana te onderscheiden; een telepathische ervaring, live in de huiskamer. De band beweegt zich duidelijk voort in dezelfde karavaan als een Wyatt E of OM. De wierook kringelt naar het plafond en ons vliegend tapijt stijgt onherroepelijk op, de lucht een staalblauw, loodzwaar zonnegewelf. Deze show is met een gerust hart “een ritueel” te noemen. Overweldigend.

Zaterdag 15 mei

Laatste dag van wat stilaan voelt als een echte streamingmarathon. Hulde aan de Dunk!-ploeg dus, die niet versaagt. Ook vandaag staat er heel wat lekkers op het menu.

Waar N het festival op gang trok met snerpende, hoge gitaardrones laat Stratosphere de luisteraar vanavond meer zweven op een zachte wolk van ruis. Gevoelig de snaren aftastend, af en toe met behulp van een e-bow, glij je samen met Ronald Mariën weg in het onderbewuste. Deze muziek is een klankbad dat je eigenlijk live moet meemaken, maar voor deze ene keer nemen wij genoegen met een online versie. Een warm gloed daalde over ons neer terwijl we het alledaagse even achter ons lieten om ons voor de derde keer onder te dompelen in de Dunk!-livestream.

Het Gentse ROOK zet je daarna op een vliegend tapijt rechtstreeks richting duinenwoestijn. De groep, toepasselijk in rood, euh, rook gehuld, pikt de draad op waar Briqueville hem de avond ervoor verschroeiend heeft achtergelaten. Dit is minder metal, sterk percussie gedreven en met meer sfeer en psychedelische loopjes, maar een even harde trip. De groep deelde niet voor niets al het podium met Wyatt E. Het bezwerende stemgeluid van zangeres Billie maakt het geheel nog meer mystiek dan het al is. “Dead Can Dance op steroïden”, merkte iemand op in de chat, en dat was nog niet eens zo ver van de waarheid. Er zit misschien nog wel een beetje groeimarge op de psychedelische formule, maar ROOK is zeker al aardig op goeie weg. Misschien in de toekomst een Dune-stage voorzien voor interstellaire ruimtereizigers, beste Dunk?

Grootstadnoise, dat is de perfecte benaming die Bolt Ruin op zichzelf geplakt heeft. Brecht Linden nam inderdaad al eens een sessie op in de Rabottoren in thuisstad Gent, maar de blauwe, spookachtige, artificiële bosbeelden vormen ook de perfecte backdrop bij de donderende beats en ijzingwekkende ruis die de eenmansband vanuit gitaar en synth over het publiek uitstort. Een half uurtje pokkeherrie, meer heeft Bolt Ruin niet nodig om ons weer te overtuigen van zijn lawaaierige kunnen. Het is ook knap om Linden als een maniak voortdurend in de weer te zien met knopjes en zijn instrument. Hoogtepunt “Tshred” is pure horrorscape. Af en toe wordt echter ook er mooi gas teruggenomen en laat Linden horen ook een neus voor melodie te hebben. Bolt Ruin is een gedurfde keuze tussen al het postrock- en stonergeweld van deze online Dunk!, maar het pleit voor het festival dat ze dit zelfs op deze streamingeditie een plek geven. Een relatief statisch, maar meeslepend en broodnodig half uur.

Op de Dune-stage kan dan misschien ook wel Pothamus aantreden. Want deze band is ongetwijfeld een blijver. Raya was vorig jaar een ijzersterk debuut, een schot dat de spaanders van de roos deed vliegen: retestrak, bezwerend en loeihard, muziek om door lijf en leden te gaan. Er zijn dan ook weinig groepen waar in afwachting van de bevrijding zo naar uitgekeken wordt om live te ervaren. Voor nu zal het nog via de digitale weg moeten gaan. Deze stream is in de eerste plaats dat: een voorproefje van wat het zal geven als de nummers van Raya echt de Vlaamse podia gaan kunnen doen trillen. “Orath” demonstreert immers te over dat de band de sfeer van zijn plaat perfect live weet neer te zetten – even strak en bezwerend, zelfs al missen we toch de fysieke gewaarwording van die hondsbrutale overgangen. En toch krijg je bij die laatste bocht onvermijdelijk kippenvel. “Viso”, met zijn loodzware drums en diepe schreeuwen, is sterretjes zien achter je computerscherm, “Advaita” laat het woestijnstand nog meer opwaaien. In “Raya” valt nog het meest op hoe de band ook in een livesetting de gulden middenweg tussen een improgevoel en een strak samenspel weet te bewaren. En voor die laatste minuten bestaat al jaren een woord: verpletterend. Nog maar zelden hebben wij het afgelopen jaar tijdens een stream zo gevloekt op covid.

Ze zijn zo ongeveer de grootvaders van het genre in België, haten het als je hen ondertussen nog altijd met postrock in verband brengt, en ze hebben daar gelijk in. De portables zijn al jarenlang veel meer, neigden nadien meer naar krautrock, en openen vandaag met de minimale kabbel-elektronica van “The Spring Summer Turned To Winter” die aan Seefeel doet denken. Tweede nummer “Stereo Speedwagon”: echo’s van de onderwaterdub-ambient van Bark Psychosis. Wat is dit, een les postrockgeschiedenis? Kom dan niet weer zagen hé, gasten! We willen je de titel van “Uuflaki Space Station (Life Is Tidal At USS)” vervolgens niet onthouden want portables gonna portable. Dat nummer is vervolgens goed voor minutenlange uitwerking; dit is de chill-out zone van Dunk. Pak u een joint en zet u erbij, kameraad. Goed setje? Goed setje.

Afsluiten doet het online Dunk! 2021 met Belgische metaltrots Amenra, dat in andere tijden op de 2020-editie als headliner had aangetreden. Aangezien de intensiteit en puur fysieke ervaring van hun liveconcerten nooit geëvenaard kunnen worden, kiezen de West-Vlamingen wijselijk voor een akoestische set. Zoals de band dat op eerdere optredens en platen al bewees, hoeft die uitgeklede aanpak echter absoluut geen nadeel te zijn. De setting is in ieder geval al perfect – voor zover dat in deze omstandigheden mogelijk is. 2500 bloemen sieren het podium en zoals iemand in de chat opmerkt: ook in het echte leven treedt Amenra eigenlijk in zwart-wit op. Deze akoestische opstelling is doorheen de jaren ook een vanzelfsprekend deel van de identiteit van het postmetalcollectief geworden, toch geen geringe prestatie. Een nieuw nummer als “De Evenmens” valt dan ook zonder het gekrijs van Caro Tanghe en logge gitaarriffs bezwerend op z’n plaats, met dank aan de mysterieuze arpeggio’s die zich kringelend een weg zoeken. “Kathleen” van Townes Van Zandt is zo’n verrassende cover die Colin Van Eeckhout perfect naar zijn hand zet en van nog een extra snik voorziet. Klassiekers als “Wear My Crown” en “A Solitary Reign” weten je te bezweren met hun intimiteit die je het computerscherm inzuigt. “Razoreater” is vervolgens kippenvel; Amenra is, samengevat, de perfecte afsluiter voor deze driedaagse.

En zo komt er een einde aan deze – hopelijk éénmalige – online editie van Dunk! Festival. Natuurlijk kunnen drie avonden achter je pc niet tippen aan het echte werk, maar het moet gezegd worden: gezien de omstandigheden was dit écht het meest genietbare alternatief en kan je de hele organisatie en crew allemaal maar bewonderen voor deze tour de force. Het geluid was top, het decor sfeervol, het sterke programma een mengeling van jong talent ontdekken en gevestigde waarden eindelijk nog eens terugzien na al die maanden. Het spelplezier spatte in dikke druppels van de optredens, bij elke groep. En zelfs in een online chatroom voelde je de warmte en oprechte steun van de fans. Dit online Dunk! oversteeg met verve de zoveelste gemakzuchtige livestream door de liefde en intimiteit waarmee het festival in elkaar gestoken was, en natuurlijk door de prachtige muziek. Het festival, de bands en de luisteraars – soms van de andere kant van onze aardkloot – maakten er alsnog samen het beste van, en zorgden dat het hemelvaartweekend toch een klein muzikaal live lichtpuntje werd in donkere dagen. Hulde!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × vijf =