Dead Can Dance :: Anastasis

In 1998 besloten Lisa Gerrard en Brendan Perry dat Dead Can Dance z’n beste tijd had gehad en lieten ze na 17 jaar en 8 albums het doek over de groep, die op een schare hondstrouwe fans kon rekenen, vallen. In 2005 kwamen de Australische en Brit opnieuw samen voor een wereldtournee. Zowel Gerrard als Perry bouwden een solocarrière uit, waarbij vooral Gerrard succes oogstte. Maar blijkbaar kruipt het bloed waar het niet gaan kan en slaan de voormalige muzikale partners nu opnieuw de handen in elkaar. Anastasis is hiervan het resultaat en opnieuw een schot in de roos.

Opener “Children Of The Sun” laat er geen gras over groeien: Dead Can Dance is terug! Synthesizers, drums en blazers laten de intro groter dan groots klinken. Wanneer Perry begint te zingen, is alle twijfel die mocht bestaan, meteen de kop ingedrukt. De 16 jaar tussen Spiritchaser, hun laatste cd, en dit album zijn op slag vergeten. Dit is Dead Can Dance ten voeten uit. Perry’s zang klinkt stevig en in de aarde geworteld. Nu en dan komt Gerrard er bij om Perry’s stem te verpakken in hemels geluid. Het nummer kabbelt gezapig verder, maar wordt niet eentonig en groeit, zowel in instrumentatie als in kracht van Perry’s woorden, uit tot een donker rock/new wave nummer. Wanneer naar het einde toe de apotheose alle geweld laat losbarsten en de twee stemmen zich in elkaar wentelen, kunnen we ons geen beter eerste nummer op deze comeback-cd inbeelden.

Lisa Gerrard mag de fakkel overnemen bij “Anabasis”. Een Noord-Afrikaanse sfeer zet de toon en Gerrard sleept zich in haar typerende woordenloze taal over de wijdsheid van het nummer. Een broeiende hitte en desolaat landschap dringt zich op. Gerrard kreunt er tegenaan, terwijl de percussie en synthesizers even later oriëntaals beginnen klinken. Het is hier nogmaals duidelijk wat voor sterke zangeres Gerrard wel is. Ze haalt lange noten, ze haalt hoge noten, ze laat de luisteraar ongemakkelijk worden bij de intensiteit van haar schijnbaar intrieste verhaal. Ze doet verder tijdens “Agape”, waarin ze het Midden-Oosten de huiskamer binnenduwt. Je zou haast vergeten dat Lisa Gerrard een blanke Aussie is die er steeds piekfijn bijloopt en zo stuck-up, stiff upperlip is als maar kan zijn. Niet dat daar iets mis mee is, maar eens te meer bewijst het gezegde Beoordeel nooit een boek aan de hand van de cover hier zijn waarheid.

Perry is opnieuw aan de beurt bij “Amnesia”. Minder vocaal getalenteerd dan Gerrard hoeft Perry echter niet onder te doen als het op sfeer oproepen aankomt. Hij dreunt en buldert met zware stem dit lofdicht aan het geheugen haast hypnotiserend af. “Kiko” volgt en is volledig Gerrard. Arabische instrumentatie en arrangement en haar tierlantijngezang. Perry neemt over met “Opium”, met z’n bijna zes minuten het kortste nummer op de cd. En hier raken we in verwarring. “Opium” klinkt volledig Dead Can Dance, maar tegelijkertijd horen we, als we de stem vergeten, David Sylvian. De verwarring ruimt echter snel plaats voor berusting in het feit dat Perry zich geen faux pas op die manier zou permitteren. Het nummer waait uiteindelijk toch volledig het Dead Can Dance universum in.

Het voorlaatste nummer is het pièce de résistance van de cd. “Return Of The She-King” heeft de ietwat ongelukkige titel van een feministische versie van een Lord Of The Rings deel meegekregen, maar verder is er niets aan te merken op het nummer. Een electronische doedelzak opent, waarna Gerrard ijle en keelklanken combineert om die majestueuze terugkeer op te roepen. Indien Gerrard in het verleden niet genoeg soundtracks had verzorgd (oa Whalerider, Passion Of The Christ, Gladiator), dan hadden we haar hier vast en zeker beschuldigd van te vissen naar die componistenfunctie. Het nummer krijgt ook z’n curiosumwaarde doordat Perry en Gerrard hier uitvoerig met elkaar in duet gaan. En niettegenstaande het nummer niet noodzakelijk hevige stemmingswissels krijgt, lijkt het einde, dat op bijna acht minuten ligt, nog veel te vroeg.
De cd eindigt met de ballade “All In Good Time”. Opnieuw horen we Sylvian en nu beseffen we dat beide heren gewoon in dezelfde donkere, ijle en haast dichtgevroren vijver vissen. Perry haalt hier ook hevig uit waardoor het nummer aan kracht en overtuigende profetie wint. We zijn er namelijk heilig van overtuigd dat heel wat Dead Can Dance fans hun groep als adepten volgen en deze “All In Good Time” zal de volgeling tevreden stellen, maar ook de toevallige luisteraar kunnen bekoren.

Is Anastasis een mooie toevoeging aan wat sowieso al een schitterende carrière was? Zeer zeker. Geen slecht woord over deze negende cd van een groep die z’n sterren en strepen al lang verdiend had. Nog meer dan vroeger is duidelijk welke bijdrage beide groepsleden aan het geluid leveren, maar dat maakt de diversiteit binnen het strakke geluid dat Dead Can Dance produceert alleen maar boeiender. Laten we vooral hopen dat er niet nog eens 16 jaar moeten passeren eer we een nieuwe Dead Can Dance worp mogen ervaren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × een =