Dead Can Dance

Bijna tien jaar hebben we moeten wachten op een teken van leven uit
het Dead Can Dance kamp. Soloprojecten van zowel Brendan
Perry en Lisa Gerrard waren vaak prachtig maar iedereen hoopte
stiekem dat ze snel terug de handen in mekaar zouden slaan.
Eindelijk dus!
Er was weinig ruchtbaarheid gegeven aan de tournee. De tickets
konden besteld worden voor er zelfs op de officiële website nog
maar sprake was van een tournee. Het Paleis voor Schone Kunsten was
dan ook in héél korte tijd uitverkocht. Net zoals bij Tom Waits was
dit optreden voor de happy-few weggelegd.

Zoals altijd was de podiumopstelling bij Dead Can Dance één bonte
chaos van verschillende percussie-instrumenten, gitaren, keyboards,
enkele dulcimers en één draailier. Jammer genoeg waren er geen
blazers van de partij, zodat de machtige dudukmelodieën die nummers
als ‘Saltarello’ dragen, uit de sampler kwamen. En dat hoor je er
helaas aan.
Niet dat er niet genoeg volk op het podium rondliep. In haar
knalgele gigantische jurk – kan er iémand in godsnaam eens gaan
shoppen met dat mens? – stak Lisa Gerrard af tegen de rest van de
zeskoppige begeleidingsgroep, die tussen elk nummer door zoals
altijd een hele resem instrumentwissels moest afleggen. Wie even
niks te spelen had, kreeg op z’n minst een shaker in z’n handen
geduwd. Bij Dead Can Dance moet je werken voor je geld!

Begeleid door twee keyboardspelers en drie drummers gingen Perry en
Gerrard van start met enkele nieuwe nummers! Het geluid was
aanvankelijk beter dan op het gemiddelde rockconcert en de kleine
schoonheidsfoutjes werden snel weggewerkt. Wat me meteen trof was
de unieke sfeer die de hele avond uitademde. Je was net aanwezig
bij een klein ritueel. Na elk applaus kon je een speld horen vallen
in de zaal. Adembenemend.
Heel vroeg in de set kregen we al een prachtige versie van ‘The
Ubiquitous Mr. Lovegrove’ voorgeschoteld. Brendan Perry was
hoorbaar goed bij stem: zijn diepe bariton droop van de energie en
het kippenvel kroop tot in m’n nek! Grote klasse die goed
geconserveerd werd. Perry ziet er nu uit als de tweelingbroer van
Peter Gabriel, met weinig haar en een klein sikje, maar zijn stem
klinkt als nooit tevoren als een klok.

En dan was er Lisa Gerrard. Dat deze frêle bloem zonder verpinken
of blozen een dergelijke hoeveelheid aan nuances in haar stem kan
leggen is méér dan een bewijs van haar uniek talent. Als Lisa zong
werd de hele zaal als in een trance meegezogen in het ritueel dat
ze met haar stem opriep. Je kan amper geloven dat een mens zo kan
zingen: in haar timbre hoorde je engelen en demonen het uitroepen.
Moeiteloos gaat Lisa over van Arabeske gezangen naar Engelse
folkmelodieën (‘The Wind That Shakes the Barley’) om in het laatste
bisnummer een doorrookte jazzzangeres neer te zetten die in een
vuile jazzkroeg een laatste nummertje brengt.

Als ze niet zingt, speelt Gerrard ondermeer feilloos op een soort
Chinese dulcimer of geeft ze gewoon om de vier maten één klein
accentje met twee piepkleine vingercymbalen, terwijl ze haar blik
verankert in het publiek. Zelden iemand zo intens z’n eigen muziek
zien beleven
We kregen een prachtige best of voorgeschoteld, waar op z’n
minst vijf nieuwe nummers tussen werden gespeeld. Als er al een
nieuwe CD aankomt, wordt het in elk geval een pareltje. Het accent
van het oude materiaal lag voornamelijk op ‘Into the Labyrinth’,
met nummers als ‘Yulunga’, het titelnummer, ‘The Wind That Shakes
the Barley’, en een ingekorte versie van ‘How Fortunate the Man
With None’. De nagenoeg perfecte uitvoeringen van ‘Severance’ of
‘Saltarello” werden simpelweg op gejuich onthaald! Twee uur duurde
dit onbeschrijfelijk mooie concert. Tot driemaal toe werd de band
met een staande ovatie teruggeroepen. Gerrard en Perry genoten
zichtbaar van de appreciatie. La Gerrard werd naar het einde toe
één en al glimlach en liet de stijve tante even achterwege. De band
leek niettemin nog wat onzeker. Her en der kropen enkele
schoonheidsfoutjes in de uitvoering of raakten de muzikanten elkaar
gewoonweg kwijt. Je vergeeft het ze met plezier, wie niet in trance
geraakt van dit soort muziek moet de batterijen van z’n aura
vervangen.

Wie ooit de kans krijgt om Dead Can Dance aan het werk te zien ,kan
zich verzekeren van twee fantastische stemmen met een intensiteit
die uw BW daags nadien nog altijd kippenvel bezorgen. In één woord:
magistraal!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf + 13 =