Lisa Gerrard :: The Best of

De Australische Lisa Gerrard is altijd een buitenbeentje geweest,
zij het dan eentje dat iconische proporties aangenomen heeft. Aan
de voet van de jaren tachtig vormde ze samen met onder meer de Ier
Brendan Perry het legendarische Dead Can Dance. Aanvankelijk bracht
hun werk een antidotum tegen de stadionrock en synthrock, waardoor
ze al snel een legende in alternatieve kringen werden. Wie hun
songs in een hokje wilde onderbrengen, nam met ‘darkwave’ de
veiligste beslissing, maar sommigen poogden ze ook binnen het
gothmilieu onder te brengen of als obscure pop te klasseren. Vanaf
‘The Serpent’s Egg’ (1988) werden alle genreconventies doorbroken
en ging Dead Can Dance resoluut voor een eigen geluid, gespijsd met
etnische invloeden en neoklassieke composities. Hun faam bleef
groeien, maar in 1996 namen ze met ‘Spiritchaser’ hun laatste plaat
op en twee jaar later liep het project definitief ten einde (de
reünietour in 2005 even buiten beschouwing gelaten). In 1995 had
Gerrard al haar eerste solowerk ‘The Mirror Pool’ uitgebracht, maar
vanaf het eind van de jaren negentig werden soundtracks haar
prioritaire bezigheid. Niet zonder succes, want haar werk voor
Gladiator was
goed voor een Golden Globe en ook voor de geluidsband van Whale Rider mocht ze
meerdere prijzen in ontvangst nemen. Net voor de start van een
nieuwe concertreeks koos Gerrard zelf haar meest markante materiaal
uit en bundelde dit op een compilatieplaat.

Deze ‘best of’ maakt een evenredige verdeling tussen solowerk en
Dead Can Dance-materiaal. Voor de zeven DCD-tracks werd geen beroep
gedaan op de eerste platen, maar eerder gezocht naar het meest
etherische werk dat het best aansluit bij Gerrards verdere
carrièreverloop. Opmerkelijk is dat, waar andere underground uit de
jaren tachtig en negentig nu vaak enkel nog sentimentele waarde
heeft, dit materiaal de tand des tijds schitterend heeft doorstaan.
Op zijn twintigste verjaardag heeft de mystiek van ‘The Host Of
Seraphim’ nog niet aan kracht moeten inboeten en steekt het met kop
en schouders boven de prestaties van de concurrentie in de
tussenliggende decennia. Het karakter blijft herkenbaar, maar elke
song slaagt erin een andere sfeer te evoceren: ‘Sanvean’ straalt
nog steeds een zachte liefdevolle gloed uit, ‘Yulanga (Spirit
Dance)’ baadt in een religieuze sereniteit en ‘Persephone (The
Gathering Of Flowers)’ blijft de goedkoopste reisformule
oostwaarts. Van de Dead Can Dance-nummers is ‘The Promised Womb’
het enige exemplaar dat zich op een negatieve wijze onderscheidt
van het geheel door de te prominente etnische invloed. Dit effect
wordt later subtieler overgedaan na de volta in ‘Indus’.

Bij het solowerk ligt de nadruk op de filmbijdragen. Gelukkig is
‘Sacrifice’, de samenwerking met Peter Bourke niet achterwege
gelaten, in alle grandioze beladenheid misschien wel het meest
meeslepende epos dat Gerrard produceerde. Daarnaast wordt nog één
bijdrage uit ‘The Mirror Pool’ geserveerd, maar aan het nochtans
met lof overladen ‘The Silver Tree’ (2006 – dit jaar ook officieel
in ons land gereleased) wordt vreemd genoeg voorbijgegaan. Ook de
samenwerkingen met Patrick Cassidy en
Jeff Rona worden ongemoeid gelaten. De cinematografische
afgevaardigden werken gelukkig ook naast het witte doek en gaan
mooi op in de stemming van de verzamelaar. De duisternis van ‘The
Wheat’ en het hoopvoller ‘Elysium’ (beide samen met Hans Zimmer
voor ‘Gladiator’ neergepend) spannen hier de kroon, maar de
‘Ali’-bijdrage ‘See The Sun’ zorgt daarnaast voor een aangename
kennismaking met een andere Gerrard. Enkel de melige afsluiter ‘Now
We Are Free’ (eveneens uit ‘Gladiator’) had Gerrard achterwege
mogen laten: deze vlakke compositie associëren we al te zeer met de
opstoot van pathos aan het eind van een Hollywoodepos.

Met uitzondering van de twee matigere selecties levert Gerrard hier
75 minuten tijdloze klasse, wat deze compilatie tot een
must-have maakt. Voor de kenner is dit eindelijk een
gestroomlijnd overzicht dat, op enkele hiaten na, bijeengesprokkeld
is uit alle uithoeken van Gerrards oeuvre. Voor wie deze dame nog
grotendeels een nobele onbekende is, is dit verplichte leerstof en
de ultieme kans om alsnog in de ban te raken van een unieke stem,
die moeiteloos overschakelt van bezwerende hoogten naar een
tragische alt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier − twee =