Leonard Cohen :: 12 augustus 2012, Sint-Pietersplein Gent

Nog steeds blijkt niet alle schoonheid in de songs van Cohen ontgonnen te zijn. En Springsteen heeft niet langer het patent op marathonconcerten dit jaar. Twee opvallende vaststellingen op de première van een nieuwe wereldtournee van een 78-jarige man, every inch a gentleman, met de hoed in de ene en het hart in de andere hand.

Bood Old Ideas nog een ontegensprekelijke meerwaarde in z’n, relatief gezien, beperkte discografie, dan rees toch de vraag of dat ook kon gelden voor een extra wereldtournee na die drie jaar durende gedwongen terugkeer. Waarbij hij ons land al meermaals aandeed van Brugge over Gent tot in Antwerpen. Het antwoord laat niet lang op zich wachten: tijdens openingsnummer “Dance Me To The End Of Love” neemt Cohen grijnzend zijn hoed af terwijl de fantastische Moldavische violist Alexandru Bublitchi voor een eerste van vele keren de schoonheidsbodem van Cohens songs leeg schraapt. Die meerwaarde dus.

Songs die de laatste jaren weer aanvoelen als vrienden die gemoedelijk aan de bar van het stamcafé zitten, krijgen daardoor een avond lang doorbloed mooie versies mee die zich lieten luisteren als een zoveelste vervelling. “The Partisan” en een uiterst sober “Suzanne” zorgen op de Olympische slotavond voor persoonlijke kippenvelrecords. Cohens band is impeccable en speelt met de goesting van debutanten en de ervaring van oude rotten die deze set hun leven lang spelen. Subtiliteit is het kernwoord van de avond, geholpen door de zuiverste klank denkbaar tijdens een liveconcert.

Nog zo’n toonbeeld van subtiliteit zijn wederom de verrukkelijke zussen Webb, die met hun samenzang en vocale arrangementen de schoonheid van Cohens songs nog gelaagder maken. En die de vrouwenstem helemaal tot de vuurrode draad in Cohens oeuvre maken in de winter van zijn carrière. Ze mogen weer excelleren in “If It Be Your Will” op harp en gitaar, maar verrassen met een sierlijke acrobatische flikflak tijdens “The Future”. Sprookjesachtig. Zo bewegen Cohen en band de hele set lang gracieus op de grens tussen verrassing en herkenbaarheid tegenover de vorige tour. Minder verrassend is dat de nieuwe, uitstekende songs in de set passen als een fedora op Cohens hoofd: “Amen” moet een klassieker worden, “Going Home” en “Crazy To Love You” worden nu al begroet met een glimlach zoals die eerste, lang niet meer geziene liefde. Old Ideas de beste plaat sinds I’m Your Man, het zou kunnen.

Een avond lang verrast Cohen bovendien met een onwaarschijnlijke kwiekheid: nog steeds huppelt hij het podium op en af, staat hij zowat drie en een half uur onafgebroken recht en heeft hij lak aan tekstboeken als geheugensteun: elke lettergreep van de set zit in z’n hoofd als in steen gebeiteld – het zou bij niemand minder mogen zijn. Tot drie keer toe introduceert hij z’n band en technici, plaats van afkomst incluis, buigt nederig na hun talrijke moments de gloire en dito ovaties van het publiek en excelleert als vanouds in zelfrelativering en kwinkslagen naar zichzelf. Wanneer hij om drie minuten voor middernacht, vier bisrondes ver, afsluit omdat er een curfew is, doet hij dat met zichtbare spijt. Geen wonder dat die vierde bisronde pas tijdens de set uiteindelijk nog is toegevoegd.

In die bisrondes ontaardt een braaf zittend publiek steeds meer tot een staand en bovenal curieus allegaartje van bronzen huwelijken, (brug)gepensioneerden en hipsters op de eerste rijen. Uitgelaten tijdens “So Long Marianne”, “First We Take Manhatten” en een met de tong diep in de kaak gecoverd “Save The Last Dance For Me”, met brandende ogen tijdens “Famous Blue Raincoat”, eerbiedig luisterend tijdens “Sisters Of Mercy”. Schoonheid als magisch realisme.

Een feest van herkenning dus, de setlist tijdens deze tour. Uit elke plaat behalve Dear Heather en het door hemzelf verguisde Death Of A Ladies’ Man wordt gepuurd, I’m Your Man wederom als hofleverancier. Opvallend ook hoe Cohen het door meer dan 200 covers van hem ontvoerde “Halleluiah” zich terug lijkt te willen toe-eigenen met steeds doorleefdere versies, geknield en nu daarin geholpen door violist Bublitchi. Die liveplaat van deze tour moet er vooral dankzij zijn bijdrage alleen al komen. 33 songs en nog blijken talrijke songs even onmisbaar als niet gemist.

45 jaar na zijn debuut een avond als dit: dit is meer dan waardig ouder zijn. Cohen doet met de Tijd wat hij al-tijd met taal heeft gedaan: tot lijdend voorwerp maken, waar dat doorgaans net andersom is. Dat onderscheidt hem. Cohen maakt van tijdloosheid een veelgelaagd begrip zoals alleen de beste poëten dat kunnen. Cohen maakt van schoonheid een religie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie + vijf =