Nicolas Repac :: Black Box

Hij is de meester van de schaduw. Niet enkel de manier waarop duisternis in z’n muziek aan bod komt, maar ook hoe oude volksmuziek telkens haar weg vindt in de vele knipsels. Na een akoestisch tussendoortje, La Grande Roue in 2007, speelt Nicolas Repac opnieuw zijn grootste troef uit: blues gedrenkt in een hart der duisternis.

De Fransman raakte ooit bedwelmd door de manier waarop Saint-Germain (aka Ludovic Navarre) fragmenten van Miles Davis en John Lee Hooker in zijn loungy songs verwerkte. Sindsdien borg hij alle hoop op om een gezegevierd jazzgitarist te worden en concentreerde zich voortaan op elektronische muziek. Niet gewoon blips en beats, maar door — net zoals Navarre — uitvoerig te graaien in het archief van 20ste-eeuwse blues- en volksmuziek. Waar z’n voorganger niet verder is geraakt dan het afgelikte Tourist, graaft Repac de oppervlaktes af op zoek naar de schoonheid van melancholie. Met Black Box positioneert hij zich sterk in de lijn van musicoloog en verzamelaar Alan Lomax, al is de spanwijdte van Repac’ interessegebied nog een pak groter.

Black Box herbergt niet enkel de ietwat te verwachten zuiderse blues met occasioneel wat slide guitar. Integendeel, in vele gevallen kiest Repac voor een andere windrichting. “Pulaar” heeft in zekere zin krak dezelfde wortels als heel wat van de Amerikaanse blues, maar de samplestem, songteksten en ritmes suggereren eveneens andere inspiratiebronnen. “Haïti Bottleneck” onderstreept dat iets duidelijker, zowel in de titel als in kleur en beleving van het nummer. Het is eens iets anders dan het zoveelste fragment van John Lee Hooker of Nina Simone.

Hoewel die diverse greep uit wereldmuziek wel zijn vruchten afwerpt, is het toch de kracht van de zwarte Amerikaanse bluespareltjes die de doorslag geeft. Black Box trekt zich op gang met “Chain Gang Blues”, wat ongetwijfeld als soundtrack uit een scene van O Brother, Where Art Thou? had kunnen dienen. Stevige bonken in oranje plunjes, geketend aan een ijzeren bol, al zingend op het ritme van het hakken met de bijl. Repac’ gitaarspel zorgt voor een opzwepende en sfeervolle toets.

Het houthakkersthema zet zich nog even verder in “Bo’s A Lumberjack” terwijl, “All Ready” hetzelfde opzwepende gevoel als het openingsnummer teweegbrengt. De betere bluesmuziek komt echter verder in het album aan bod: “Betty Loop” is niet meer dan een kort motiefje van Black Betty dat voortdurend aan elkaar wordt geplakt. Toch is het die pittige, gebalde sample die al voor een kleine climax zorgt en Repac’ gevoel voor complexiteit en balans in de verf zet. Dit is geen sample plus beats maar een reliëf van instrumenten, fragmenten, onderbouwd met een volledige eigen manier van denken. Repac is eerder een folklorist dan een entertainer.

Een bijzonder opwindend stukje muziek is “Delta Lullaby”, dat niet meer dan minuutje van je tijd in beslag neemt maar ondertussen wel voor knetteren zorgt. Met een zachte gitaardrone, pianomelodie en vrouwenstem haalt Repac eens alles uit de kast. Alles wordt tot de laatste noot uit de sample geperst, met een heerlijk afgemeten resultaat dat niet tot het oneindige is uitgerekt.

Alles is natuurlijk niet zomaar peis en vree op Black Box. Met samples balanceert Repac altijd op het slappe koord tussen het origineel zo intact mogelijk laten of het zodanig transformeren dat het nog moeilijk te herkennen valt. Dat eerste is soms een signaal van artistieke luiheid, terwijl het tweede eerder afbreuk doet aan het authentieke karakter. Repac slaagt er meestal in om in geen van beide extremen terecht te komen, hoewel hij niet vrij van foutjes blijft. De doorrookte stem van “Redemption Blues” zou veel beter alleenstaand tot zijn recht komen, ontdaan van de harmonie op keyboard en de bijpassende beats. Gelukkig is dat slechts een kleine uitschuiver die meteen met “335 Time” wordt rechtgezet: daar zorgt die combinatie van samples en fris klinkende voetstampblues wel voor een effect dat het hart doet bonzen.

Hardliners zullen het verketteren: met archiefmateriaal aan de slag gaan om tot iets nieuws te komen. Voor folkloristen is Black Box echter de hemel op aarde: weinigen slagen er in om als Nicolas Repac de authenticiteit van het origineel te bewaren en tegelijk voor een hedendaagse injectie met riffs en beats te zorgen. Een kleine chapeau voor de Fransman die zich wederom niet beperkt tot het traditionele bluespatrimonium door andere werelddelen aan te doen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 − 1 =