Mike Reed’s People, Places & Things :: Clean On The Corner

Reeds trilogie met kwartet People, Places & Things – Proliferation (2008), About Us (2009) en Stories & Negotiations (2010) – kwam er in een productieve gulp van amper twee jaar. Het was de bedoeling om het daarna wat rustiger aan te doen, bij voorkeur met een reeks sessies met telkens andere gasten, gespreid over een jaar. Omstandigheden doorkruisten die plannen echter en na drie snel op elkaar volgende sessies, samen goed voor amper tien uur, was ook album vier een feit. Die borduurt eigenlijk mooi verder op wat voorafging.

Achteraf valt ook op dat Reed maar al te goed wist waar hij me bezig was. De platen waarmee hij een eerbetoon wilde brengen aan de Chicago jazz uit de periode 1954-1960 (zo’n paradigmaondergravende periode van creativiteit die voorafgaat aan de echte, openbare ommekeer), bevatten een geslaagde update van die old school jazz, en dat niet enkel door interpretaties van vaak onderbelicht materiaal, maar ook door die periode geïnspireerde eigen muziek. Het hoofdstuk werd afgerond met Stories & Negotiations, waarop nog gasten als Ira Sullivan en Julian Priester te horen waren, maar dat betekent dus niet dat Clean On The Corner, dat opnieuw opgenomen werd met het basiskwartet, een radicaal ander geluid laat horen.

De band blijft immers z’n eigenheid behouden en is absoluut niet te verwarren met pakweg Reeds Loose Assembly, dat in 2010 nog een zeer taaie brok uitbracht (Empathetic Parts) met Roscoe Mitchell en een aanpak die sterk afwijkt van de veel toegankelijker en swingende sound en stijl op Clean On The Corner. Dat wil niet zeggen dat PP&T vooral instaat voor slappe retrokost, maar dat het hier gaat om een band die vanuit de avant-garde naar de traditie kijkt en er ook geen probleem mee heeft om de blues, de swing en de vingerknip te laten regeren. Al blijven er altijd wel die gerafelde randjes die de attente luisteraar wijzen op de creatieve verwerking van het materiaal.

Met Greg Ward (altsax), Tim Haldeman (tenorsax) en Jason Roebke (bas) beschikt Reed dan ook over kompanen die in een vingerknip de gouden dagen van de jazz kunnen doen herleven. Zo is “The Lady Has A Bomb” meteen een aanleiding voor de saxofonisten om eens het onderste uit de kast te halen, allebei lekker in de roots dansend en grollend, maar Ward met een iets meer ontglippende, onvoorspelbare stijl dan zijn partner. Als ze samen in de weer gaan leidt het elke keer weer tot een speels gewriemel en valt pas op hoe complementair ze zijn. Dat is ook het geval in een slepende cover van Roscoe Mitchells blues “Old”, dat haast zwalpend voortbeweegt, met Mingusachtige groove en grappig kwetterende saxen tijdens Roebke’s solo.

Het korte “December?” is wat diffuser, maatloos bijna, met omfloerste saxen, een gestreken bas die steeds nadrukkelijker en intenser wordt en percussieve prullerijen, en daardoor een delicaat tussendoortje, maar nog geslaagder is de fraaie ballade “Where The Story Ends”, dat een nachtelijke sessie in een leeggelopen jazzclub oproept en uitpakt met nonchalant heupwiegende oerjazz, waarbij het gemoedelijke samenspel van Ward en Haldeman lijkt te verwijzen naar de hoogdagen van Benny Carter en Ben Webster, met enkel naar het einde een wat wispelturiger stijl.

Voor de tweede helft van de plaat kon Reed beroep doen op twee oude bekenden: pianist Craig Taborn onderstreept nogmaals zijn veelzijdigheid in het heftig ratelende “Sharon” (eentje van de in 1993 overleden Chicagoveteraan John Jenkins), waarop het geroezemoes op de achtergrond nog eens knipoogt naar de traditie, en het met merkwaardige tempowisselingen opgeluisterde “The Ephemeral Words Of Ruth”. Voor de resterende songs werd de hulp ingeroepen van kornettist Josh Berman, die vooral indruk maakt tijdens “House Of Three Miles”, dat aansluit bij de gemoedelijke vibe van “Where The Story Ends”, en waarin de prachtige sound en heldere soleerstijl van Berman duidelijk maakt dat die zich in dit gezelschap in z’n sas voelt.

Vernieuwend of uitdagend is dit dus allemaal niet, en het mist misschien de iets rijkere sound die op Stories & Negotiations te horen viel, maar voor extra prikkels kan je nog steeds terecht bij reeds Loose Assembly, en eigenlijk ook bij Sun Rooms (het project onder leiding van Jason Adasiewicz), waar de composities net ietsje weerbarstiger zijn. Clean On The Corner laat echter een goed geoliede band horen die zich een stijlvolle weg baant door de traditie en er mooi een eigen stempel op weet te drukken. Kortom: een retro-oefening en klassevolle update in één.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 + 9 =