Astrïd :: High Blues

Wie zei dat enkel metalbands uit de jaren tachtig betekenisloze trema’s gebruikten in hun naam? Astrïd, een Frans avant-garde kwartet, bewijst dat ook bands zonder loodzware distortion en beukende drums recht hebben op nietszeggende trema’s.

Nee, geen brullende Lemmy hier, geen ronkende basgitaar of zelfs maar enige hint naar seks, drugs en/of rock-’n-roll (tenzij het afsluitende “Bysimh” een verwijzing is naar een ons vooralsnog onbekende drug/standje), maar wel semiakoestische composities waarin klank, textuur en sfeer voorop staan. High Blues is de derde worp van de band en valt meteen met het twintig minuten lange titelnummer binnen. Lijkt dat aanvankelijk nog een redelijk toegankelijke boel met een uitgebeend bluesthema aangegeven door de gitaar van bandleider Cyril Secq, dan wordt even later een uitgerekte klankexperimentatie ingezet, waarin echo’s van het thema terug keren, maar dan bedolven onder geluidsgolven voortgebracht door harmonium en vreemde fluiten. Rond de 13 minuten herneemt Yvan Ros (contrabas en drums) de blueslijn weer op bas, al snel vervoegd door een woestijngitaar en een doorleefde klarinetpartij, die een repetitieve sfeer neerzetten, later nog naar een hoger niveau getild door een dreunend harmonium en krassende vioolwatervallen.

Erg veel variatie valt er in die twintig minuten van “High Blues” niet te horen; er wordt duidelijk ingezet op een meditatieve sfeer die het moet hebben van klanktextuur en repetitieve mantrapatronen. Ook elders op de plaat werkt Astrïd met een absoluut minimum aan ideeën en worden vaak sobere sferen opgezocht. In “Erik S.” doen ze dat nog door Erik Satie’s “Gnossienne No. 1” te herwerken tot een zich traag voortslepende elegie. Aanvankelijk blijft de gitaarpartij daarbij nog trouw aan Satie’s pianopartij maar gaandeweg wordt daar steeds meer van afgeweken. Zo zal de klarinet van Guillaume Wickel het klezmerelement van het stuk zwaar in de verf zetten, de luisteraar transporterend naar vergeten shtetls in Oost-Europa, en belandt hij iets later in een lieflijk arrangement met de viool van Vanina Andreani dat eerder aan lichtvoetige folk refereert om aan het einde zich vooral op een broeierig klankspel te gaan toedichten.

“Suite” is dan weer een psychedelische jam waarin de gitaar veel ruimte krijgt om door het rollende klanktapijt van drums en harmonium te breken met welgemikte lijnen bedolven onder delay en reverb. “James” situeert zich aanvankelijk ergens tussen flamenco en American Primitivism, met veel aandacht voor stilte en de ruimte tussen de noten, op een manier die wel wat doet denken aan een minder flamboyante Sir Richard Bishop, maar gaat in een tweede deel over naar een bescheiden groovend thema waarop Wickel een doorleefde basklarinetsolo tentoonspreidt. Ook in “Bysimh” krijgen viool en klarinet veel ruimte om zich uit te leven boven een repetitief bas- en gitaarthema.

Door die sterke inzet op sfeer en klank (ongetwijfeld met een hoge dosis improvisatie) hoeft het dan ook niet te verbazen dat High Blues werd uitgebracht door Rune Grammofon, een label dat zich sterk toelegt op muziek die gelijkaardige sferen uitademt. De plaat doet zelfs meermaals denken aan Viscera van Jenny Hval dat vorig jaar op hetzelfde label verscheen; voeg er Hvals typerend stemgeluid aan toe en het plaatje is compleet. Een heel duidelijk eigen geluid behaalt Astrïd dus niet ondanks de interessante instrumentencombinatie, maar een uitstekende uitvoering is het wel.

High Blues is absoluut geen plaat voor wie op zoek is naar de snelle voldoening. Hoewel er steeds een onderhuidse spanning aanwezig is in de muziek, wordt deze nooit opgelost door een schreeuwerige crescendo of zelfs maar een melodische uitwerking die een hoogtepunt suggereert. Wie er echter de tijd voor wil nemen, zal in High Blues een uitstekende plaat vinden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 − twaalf =