Bob Mould performs ‘Copper Blue’ :: 3 juni 2012, AB

Normaal zijn we er redelijk ongevoelig voor — al die reünies, comebacks, Zwaarste en andere Lijsten zijn niet aan ons besteed — maar gisteren was een goedgevulde AB Box voor een keer toch een teletijdmachine naar de vroege jaren negentig, toen het snoepje van de dag nog ‘alternative rock’ heette en de gitaar allesoverheersend was. Veel blijft ons daar dezer dagen niet meer van bij, al zijn we altijd een uitzondering blijven maken voor Sugars Copper Blue, dat nu ook z’n ’20 jaar later’-behandeling kreeg. Met succes.

De affiche was wel eerlijk: geen Sugar, maar Bob Mould, want het trio was al die tijd (nu ja, drie schamele jaren) de hechte eenheid Mould, David Barbe (bas) en Malcolm Travis. Met bassist Jason Narducy (al een tijd een vaste waarde in de band) en Superchunk-drummer Jon Wurster, die er ook een carrière als stand-upcomedian op nahoudt, heeft hij echter uitstekende vervanging gevonden, wat bewezen werd met een begeesterend, no-nonsense-concert dat de hoogdagen van weleer deed herleven. Het was aanstekelijk om Mould met bakken overgave door die songs te zien razen, hem over dat podium te zien stampen en zien genieten van een pure rock-‘n-rollshow.

Vanaf “The Act We Act” wist je ook dat je niet te maken had met een uitgebluste rocker op z’n retour. De band speelde strak en gedreven, met de spirit van Hüsker Dü en Sugar — vaak powerpop gespeeld met de manische furie van punk — nog intact. Pixieshommage “A Good Idea”, “Changes” en “Helpless” (nog altijd een van de beste singles van de vroege 90’s) werden aan een verschroeiende rotvaart afgevuurd: compact, gespierd, zonder ook maar één keer te vervallen in afgehaspelde rommelversies. Bij Mould ook geen overbodig gezwets, geen hengelen naar complimentjes. Het ene nummer werd haast naadloos aan het andere geregen, de muziek kreeg het eerste en het laatste woord.

Verrassingen vielen daarbij eigenlijk amper te rapen: de songs waren gewoon iets kloeker dan de albumversies, al was vooral “Hoover Dam”, ingezet met die bekende intro op tape, een stapje potiger, met extra ingelaste, kleine breaks die het een extra wendbaarheid gaven. De opvallendste interpretatie, en meteen ook het hoogtepunt van de eerste concerthelft, kwam met een slepend “The Slim”, op Copper Blue al een van de meest intens emotionele scharniermomenten, en hier uitgewerkt tot een oplawaai van formaat. En dan werd duidelijk dat Mould niet enkel Sugar kon doen herleven, maar ook de nog sterker ontwikkelde onderbuikpassie van Hüsker Dü, waarmee hij in het midden van de jaren tachtig ongenaakbaar was (leg anders de Heilige Drievuldigheid Zen Arcade, New Day Rising en Flip Your Wig nog eens op).

Voor pure popsnoep als “If I Can’t Change Your Mind” werd naar de rinkelende gitaren van de jaren zestig gelonkt, maar daarna was het weer rocken met “Fortune Teller” en het tweeluik “Slick” en “Man On The Moon”. Was het daarbij gebleven, dan zou het een wat vreemde finish geweest zijn — het is immers geen finale die aanvoelt als een climax –, maar na een kort bedankje schakelde Mould over van het verleden naar de toekomst, met een handvol songs uit zijn volgende, in het najaar te verschijnen album. Van die nieuwe nummers onthouden we eigenlijk vooral “Star Machine”, al zat er ook geen vulsel tussen. Met een enthousiast onthaald “Circles” werd ook even teruggeblikt naar recenter solowerk.

Waar een groot deel van het publiek ongetwijfeld op zat te wachten, was werk van Hüsker Dü, en er volgde dan ook een kleine, maar met overgave gebrachte greep uit de discografie. “I Apologize” was een heftig brokje punkpop, terwijl “Chartered Trips” uit klassieker Zen Arcade (1984) uitgewerkt werd tot een beukende, noise finish. Al was er nog het obligate bisrondje met een verpletterende versie van “Celebrated Summer” en zelfs die onvaste zang kon niets veranderen aan het feit dat het overeind blijft als een van de sterkste songs uit ’s mans oeuvre. Kers op de taart was dan weer “Makes No Sense At All”, opnieuw een wereldsingle uit een gouden periode.

Verrassingen vielen er niet veel te rapen (het nadeel van zulke albumuitvoeringen), maar wie wat sceptisch stond tegenover Moulds goesting, die kreeg nu lik op stuk. Dit was een oerdegelijke en soms indrukwekkende performance van een icoon die nog steeds met beide voeten op z’n sokkel kan blijven staan. Voor een keer was er niks mis met nostalgie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes + 2 =