Met Isbells door China: Deel 4 :: Rijstpudding en Rock-’n-roll!

Een hypermoderne expresstrein voert ons van het broeierige Chonqing naar het wat relaxtere maar daarom niet minder impressionante Chengdu. Snel nog even iets meegraaien voor op de trein. Even zien: wordt het een geroosterde varkensneus, of toch maar een portie gefrituurde kippenpootjes, smakelijk uitgestald aan één van de miljoenen kraampjes? We houden het op een muffin en een flesje water. Kwestie van licht te blijven. Tijdens de rit kijk ik door het raampje en besef ik: zoals iedereen eet ik al mijn hele leven rijst, maar nog nooit zag ik rijstvelden in het echt. Adembenemend.

 

Aankomst in Chengdu. Als snel begrijpen we waarom promotor Jef er zo naar uitkeek ons hier te laten spelen. Niet alleen is dit zijn thuisbasis in China, en kan hij zo dus in zijn eigen bed slapen en zijn was doen (iets wat ons niet gegund is; ik snap bij deze echt niet vanwaar het cliché komt van de Chinezen als uitbaters van wasserettes in Westernfilms: in elk hotel waar ik informeer naar een laundry service, krijg ik verbaasde ogen te zien en wordt lachend met de schouders geschud). Dit is echt een aangename plek. Ook een miljoenenstad, maar duidelijk eentje wat meer op mensenmaat. Het cultureel aanbod is groot. De stad bulkt van de kunstgalerijen, musea voor hedendaagse kunst en er is een heuse literaire én muzikale scene. De stad is echt rock’n roll. We voelen ons hier verbazend snel thuis.

Snel even een bord noedels binnensteken in een lokaal eethuisje. Het valt me op dat die vaak zoveel beter smaken dan dat ze er uitzien. Zo simpel, in een mum van tijd geserveerd, heerlijk. We proeven er ook voor het eerst iets dat weg heeft van een dessert: een rijstpudding met gesmolten bruine suiker. Opvallend is dat de pudding zelf, die een erg frisse smaak heeft, totaal geen zoetstof bevat, en dat het zoete enkel van de vloeibare suiker eromheen komt. Niet iedereen is fan, ondergetekende niettemin wel.

We maken kennis met Wu Zhuoling, een goede vriendin van Jef. Zij zal vanaf vandaag Jef’s job overnemen tot in eindhalte Beijing, en — belangrijker — telkens ons voorprogramma verzorgen. Ze is soloartieste, singer-songwriter, speelt in de Dubstep-groep Wednesday’s Trip en is freelance vertaalster. En een rustige, wat introverte maar grappige en supervriendelijke jongedame. Ze blijkt Isbells al 2 keer gezien te hebben: op Pukkelpop (“but I was really drunk then”) en de Feeërieën in Brussel … Haar “English name” is “Julie”, wat fonetisch wat overeenkomt Zhuoling. De meeste jonge mensen die we hier tegenkomen hebben er zo één.

De club waarin we spelen is duidelijk de leukste tot nu toe: ruim maar knus, klein maar gerieflijk podium, goede installatie en deftige amps (Marshal- en Peavey-torens, yeah!).

8:00 pm, showtime. Julie start haar set met “Making Plans For Nigel” van XTC maar dan in de Nouvelle Vague-versie. Topsong, maar wat ze erna brengt, eigen songs, overtuigt veel meer: lichtjes jazzy, melancholische folktronica, afwisselend in Chinees en Engels. Laptop, gitaar, midikeyboardje op de schoot. Ik denk spontaan aan Lali Puna, maar besef dat dat een voor de hand liggende vergelijking is, gezien de Aziatische afkomst van beide zangeressen. Beluister haar zelf op haar Douban-site (de Chinese Myspace; wij blijken er ook eentje te hebben): www.douban.com/zhuoling.

De club zit ondertussen zo goed als stampvol. Ongelooflijk. Dit is duidelijk de stad van Jef. Zijn promo heeft echt gewerkt. <i>Bless him</i>. “Ni Hao, Chengdu” roept Gaetan. De zaal ontploft. Nu al. We staan alledrie perplex. Allemaal lachende, uitgelaten gezichten van mooie jongens en meisjes, hier en daar de ogen gesloten, blijkbaar genietend. Het geeft ons reeds aanwezige speelplezier een nog grotere boost. Jef wist ons enkele dagen geleden al te zeggen dat onze liedjes “Time Is Ticking” en vooral “Dreamer”, al een eeuwigheid uit de set, het best beluisterd zijn op onze douban-page. “‘Time Is Ticking” wordt als verzoekje door enkele meisjes vooraan gescandeerd, maar bij de aankondiging van “Dreamer” is het herkenningsapplaus werkelijk destabiliserend luid. We worden er zowaar emotioneel van. Tijdens “Baskin’” pluggen we onze instrumenten uit, en wandelen we naar het midden van de zaal, iets wat we wel eens meer doen als de omstandigheden het toelaten. We zijn letterlijk omsingeld door glunderende, klappende, meezingende en heftig fotograferende mensen. Deze avond is een triomf. Een zege voor een kleine band uit een klein land. Hier doe je het voor.

We zweven. Bij de cd-verkoop achteraf moeten we met werkelijk iedereen op de foto. We voelen ons vereerder dan vereerd. Chengdu zit in onze harten. Hier weggaan doet pijn. Zal Hangzhou hetzelfde met ons doen?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien − 3 =